direct naar inhoud van 4.4 Bodem
Plan: Jan Apeldoornweg 4
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01009janapeldo4-A001

4.4 Bodem

Normstelling en beleid

Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Dat geldt voor oude gevallen van bodemverontreiniging die voor 1987 zijn ontstaan. Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik.

De huidige bedrijfsactiviteiten zijn feitelijk bodemverdacht. Daarom is voor het nagaan van de haalbaarheid van dit bestemmingsplan een volledig actualiserend bodemonderzoek NEN-5740 vereist. Op grond van artikel 2.4 Regeling omgevingsrecht dient te zijner een recent bodemonderzoeksrapport NEN-5740 te worden overgelegd. Omdat het bodemonderzoek op grond van artikel 2.1.5 lid 5 Bouwverordening pas na afronding en vrijgave van de sloopwerkzaamheden (opstallen en verhardingen) mag worden uitgevoerd, ligt het voor de hand om het vereiste bodemonderzoek als voorwaarde in de omgevingsvergunning op te nemen (zie artikel 2.7 Regeling omgevingsrecht en artikel 6.2.c Wabo). Daarbij is bepaald dat het bodemrapport uiterlijk 3 weken voorafgaand aan de geplande start van de bouw moet worden overgelegd ter beoordeling en dat de omgevingsvergunning van rechtswege uitgestelde inwerkingtreding heeft totdat een eventuele bodemsanering is uitgevoerd en de evaluatie daarop door het bevoegd gezag Wet bodembescherming, in casu de provincie Noord-Holland. Als bij de sloop van de huidige loods substantiële hoeveelheden asbest worden verwijderd, is als onderdeel van het bodemonderzoek NEN-5740 tevens een nader bodemonderzoek naar asbest NEN-5707 vereist met proefsleuven en microscopisch onderzoek.Vorenstaande onderzoeken kunnen gecombineerd worden met een eventueel 'eindsituatiebodemonderzoek' in het kader van de Wet milieubeheer.

Onderzoek en conclusie

Het plan maakt een functiewijziging mogelijk van 'bedrijf' naar 'wonen'. De beëindiging van de bedrijfsfunctie vormt een aanleiding om nader op het aspect bodemkwaliteit in te gaan. Uit informatie van het bodemloket blijkt dat er in het verleden een bodemsanering is uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. In 1995 is een beschikking ernst en urgentie afgegeven voor de locatie die is aangeduid als Jan Apeldoornweg 4-6 waarin is bepaald dat de sanering binnen 4 jaar moest zijn afgerond. Het saneringsplan is goedgekeurd in 1995, de sanering is afgerond in 1997. Na 1997 hebben er in het plangebied geen potentieel bodem bedreigende activiteiten plaatsgevonden. Nadat de bestaande bebouwing is gesloopt wordt verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in combinatie met asbestonderzoek ter controle en als onderbouwing voor de toekomstige bebouwing.

Op het aangrenzende perceel met adres Van Blaaderenweg 10 is in 2004 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd in verband met de aanwezigheid van een auto spuitbedrijf (zonder plaatwerkerij) in de periode 1972-1986. Uitkomst van het onderzoek was dat er geen vervolgonderzoek nodig was.