direct naar inhoud van 3.5 Natuur
Plan: Landelijk Gebied Zuid
Status: concept
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG09000landgebzui-0001

3.5 Natuur

Aanwezige natuur

In het plangebied komt een groot aantal natuurwaarden voor. Uit de provinciale structuurvisie en verordening vloeit voort dat delen van het plangebied behoren tot de Ecologische Hoofdstructuur. Bovendien is een groot deel van het plangebied (zowel weidegebied als bollenteeltgebied) aangewezen als Weidevogelleefgebied. Het plangebied grenst bovendien aan het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat. In figuur 3.4 zijn de relevante gebieden weergegeven. In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de toetsing van het bestemmingsplan aan de voorkomende natuurwaarden.

afbeelding "i_NL.IMRO.0373.BPG09000landgebzui-0001_0008.png"

Figuur 3.4 Beschermde natuurgebieden en weidevogelleefgebied (bron: provincie Noord-Holland)

Uitgangspunt is handhaving en versterking van de natuurwaarden. De aanwezige natuurgebieden, alsmede de delen van het gebied die in de vigerende bestemmingsplan reeds een natuurbestemming hadden, worden daartoe als zodanig bestemd en zullen nader worden beschermd door een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden. Regulier onderhoud, waaronder in ieder geval het onderhoud op basis van een natuurbeheerplan valt, wordt vrijgesteld van een omgevingsvergunning voor werken.

Nieuwe natuur

In het kader van de realisatie van ecologische verbindingszones, de verwezenlijking van de Ecologische Hoofdstructuur, nieuwe landschapselementen of robuuste watergangen, kunnen agrarische gronden worden omgezet in natuur. Deze 'nieuwe' natuur wordt door middel van een wijzigingsbevoegdheid mogelijk gemaakt binnen de verschillende agrarische bestemmingen. Aan de wijzigingsbevoegdheid kan toepassing worden gegeven, indien de betreffende gronden (op vrijwillige basis) zijn verworven, dan wel via particulier natuurbeheer worden gerealiseerd.

Naast realisering van de Ecologische Hoofdstructuur, kan door agrariƫrs op vrijwillige basis natuur- en landschapsbeheer plaatsvinden in de vorm van een nevenfunctie. Voor zover dit beheer op agrarische gronden plaatsvindt, blijft de agrarische bestemming behouden.