direct naar inhoud van 6.3 Ruimtelijke uitvoerbaarheid
Plan: De Voert 10
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01007voert10-B001

6.3 Ruimtelijke uitvoerbaarheid

De bouw van een nieuwe woning aan de Voert 10 is getoetst aan de verschillende aspecten die betrekking hebben op de ontwikkeling. In het onderliggende bestemmingsplan is onderzocht of de ontwikkeling inpasbaar is op stedenbouwkundig gebied en op het gebied van verkeer, milieu, water, ecologie en archeologie. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling mogelijk kan worden gemaakt. Wel dient er rekening gehouden te worden met de verschillende conditities zoals gesteld in de sectorale paragrafen. Hieronder worden de belangrijkste conclusies weergegeven.

De woning past planologisch gezien in de omgeving, aangezien wordt aangesloten bij de juridische regeling voor de woningen in de omgeving. Tevens komt de woning in dezelfde 'rooilijn' te liggen als de bestaande woningen aan de Voert. Het bouwplan heeft geen (negatieve) consequenties voor de omliggende percelen. In functioneel opzicht is het perceel het enige perceel dat bestemd was als Recreatie in het vigerende bestemmingsplan, elders in de omgeving komt voornamelijk Wonen-Westdorp voor. De bestemmingsverandering van recreatief naar wonen is daarmee een logische aanpassing en zorgt voor een rustiger woonklimaat voor de omgeving. Tevens is in de huidige situatie een bedrijfswoning met verblijfsrecreatieve appartementen toegestaan. Met de realisatie van één woning, blijft het aantal woningen feitelijk gelijk, maar zal de belasting op de omgeving afnemen, omdat er geen sprake meer is van de verblijfsrecreatieve appartementen.

Beleidsmatig gezien past de nieuwe woning aan Voert 10 binnen het rijks- en provinciaal beleid. Het betreft een herontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied, hetgeen als uitgangspunt in deze beleidsstukken wordt aangehouden.

De ontwikkeling sluit niet direct aan bij het gemeentelijk woonbeleid. Aangezien hier feitelijk sprake is van een herontwikkeling van een perceel waar reeds een bedrijfswoning aanwezig is en hiervoor in de plaats één woning wordt teruggebouwd, wordt er niet ingegaan op de door de gemeente gestelde uitgangspunten om meer woningen te realiseren. Andersom geredeneerd gaat de ontwikkeling ook niet in tegen het gehanteerde beleid.

Op sectoraal gebied dient, alvorens met de sloop en bouw van de woning te beginnen, onderzoek gedaan te worden naar archeologische waarden en ecologie. Dit is vereist door de wet- en regelgeving hieraan verbonden. Voor aanvang van de werkzaamheden dient een archeologisch onderzoek verricht te zijn om de aanwezigheid van archeologische waarden uit te sluiten. Tevens dient voor sloop van de opstallen een ecologisch veldonderzoek verricht te zijn om te bezien of mogelijk (zwaar) beschermde vleermuizen, dan wel vogels met een vast nestplaats binnen het gebied aanwezig zijn. De andere aspecten (verkeer, luchtkwaliteit, bodem, verkeerslawaai en externe veiligheid) tonen geen belemmeringen voor de uitvoering van het plan.