direct naar inhoud van 4.6 Bodem
Plan: Hotel Merlet
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG04002merlet-C001

4.6 Bodem

Normstelling en beleid

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan onderzoek worden verricht naar de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen moet worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde nieuwe functie. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone gronden te worden gerealiseerd.

De provincie Noord-Holland hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Als uit het historisch onderzoek blijkt dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient het volledig verkennend bodemonderzoek te worden verricht.

Onderzoek en conclusie

Ter plaatse van het plangebied is in 2010 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 3). Uit dit onderzoek blijkt dat er ter plaatse van het plangebied geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig zijn, er geen sloten zijn gedempt en er niet structureel afval is gestort of is verbrand. Uit informatie van de milieudienst blijkt dat in de omgeving van het plangebied één ondergrondse tank aanwezig is (namelijk aan de Burgemeester Peecklaan 4). Tijdens het veldwerk zijn zintuiglijk zowel in de boven- als ondergrond ter plaatse van alle boringen tot een diepte van 1,5 m-mv sporen van puin en/of baksteen aangetroffen. Er is visueel geen asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Uit de chemische analyse van mengmonsters uit de bovengrond blijkt dat het gehalte lood lokaal de tussenwaarde overschrijdt. Voor de parameters kwik, zink en PAK wordt lokaal de achtergrondwaarde overschreden. Na uitsplitsing van de mengmonsters wordt in het individuele monster hooguit een lichte verontreiniging van lood gemeten. In de ondergrond zijn licht verhoogde gehalten koper, kwik, lood en PCB gemeten. In het grondwater zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat de bodem geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. De overschrijdingen zijn namelijk dermate laag dat dit geen negatieve gevolgen heeft voor de toekomstige bestemming. Het aspect bodemkwaliteit vormt daarom geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

In de uitvoering van het bouwplan is tenslotte nog aanvullend bodemonderzoek nodig onder de te realiseren parkeergarage en de te slopen woningen. Wanneer de woningen asbest bevatten is ook na de sloop asbestonderzoek van de bodem nodig. Dit onderzoek zal ten behoeve van de aanvraag van de omgevingsvergunning worden uitgevoerd.