direct naar inhoud van Artikel 6 Gemengd - 3
Plan: Centrum - Beschermd Dorpsgezicht
Status: vastgesteld
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG03000bergbeschd-C001

Artikel 6 Gemengd - 3

6.1 Bestemmingsomschrijving

De 'Gemengd-3' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, uitsluitend op de verdieping(en);
  • b. maatschappelijke voorzieningen;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'wonen': tevens het wonen op de begane grond;
  • d. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater;

6.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

6.2.1 gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;
  • b. hoofdgebouwen dienen met de voorgevel in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; indien er meerdere naar de weg gekeerde bouwgrenzen zijn dient de bouwgrens te worden aangehouden waarin de voorgevel van het bestaande hoofdgebouw is gebouwd;
  • c. de woningen zijn uitsluitend in het hoofdgebouw zijn toegestaan;
  • d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. voor de overige ten hoogste toegestane hoogten geldt het bepaalde in artikel 19.2;
  • f. vrijstaande bijgebouwen dienen afgedekt te worden met een kap waarbij, ongeacht de met de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte, de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen ten hoogste 3 m en de bouwhoogte ten hoogste 5 m mag bedragen;
  • g. bijgebouwen mogen niet voorzien worden van dakkapellen, dakopbouwen of gevelopbouwen;
  • h. bij een platte afdekking mogen de maximale hoogten worden overschreden ten behoeve van lichtkappen met een oppervlakte van ten hoogste 1/3 van de oppervlakte van het dakvlak en tot een hoogte van 1 m;

6.2.2 bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

6.3 Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de met de aanduiding ' maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten ten behoeve van een kap op aan- en uitbouwen, met dien verstande dat:

  • a. afwijking uitsluitend is toegestaan indien een kap in verband met afstemming op de karakteristiek van het hoofdgebouw, wenselijk is;
  • b. de goothoogte van de aan- of uitbouw en het bijgebouw niet meer mag bedragen dan de goothoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m;
  • c. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige erven;
  • d. de adviesprocedure zoals opgenomen in 17.3.2 van toepassing is.