direct naar inhoud van 4.3 Geluidshinder
Plan: de Voert 10
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01007voert10-A001

4.3 Geluidshinder

4.3.1 Wegverkeerslawaai

Het vigerende beleid met betrekking tot geluidshinder is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh), ministeriële besluiten en jurisprudentie en in artikel 3.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Een toelichting hierop komt in deze paragraaf aan de orde, toegespitst op de situatie in dit ruimtelijke plan.

Geluidszones langs wegen

Langs alle wegen bevinden zich ingevolge de Wgh geluidszones, met uitzondering van woonerven en 30 km/h-gebieden. Binnen en rond het plangebied zijn wel 30 km/h-wegen aanwezig die op basis van hun snelheidsregime niet gezoneerd zijn.

Binnen de geluidszone van een weg dient de geluidsbelasting aan de gevel van geluidsgevoelige bestemmingen aan bepaalde wettelijke normen te voldoen. De breedte van een geluidszone is afhankelijk van het aantal rijstroken en de ligging van de weg (binnen- of buitenstedelijk). De geluidszone ligt aan weerszijden van de weg, gemeten vanuit de kant van de weg. Onder stedelijk gebied wordt verstaan: 'het gebied binnen de bebouwde kom, doch met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone van een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens' (artikel 1 Wgh). De zonebreedte is afhankelijk van een binnen- of buitenstedelijke ligging van de weg en het aantal rijstroken van de weg en wordt gemeten uit de kant van de weg.

De ontwikkeling is gelegen binnen de geluidszone van de Voert (buiten de bebouwde kom). Deze weg heeft een buitenstedelijke ligging, 1 rijstrook en derhalve een geluidszone van 250 m. De locatie ligt niet binnen de geluidszone van de Eeuwigelaan. De geluidszone van deze weg is 200 m.

Normstelling

Voor de geluidsbelasting aan de buitengevels van woningen binnen de wettelijke geluidszone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde. Voor nieuwe situaties (nieuwe wegen of nieuwe woningen) bedraagt deze 48 dB. Voor bestaande woningen kan dit anders liggen.

De voorkeursgrenswaarde mag in principe niet worden overschreden. Indien uit het akoestisch onderzoek blijkt dat deze voorkeursgrenswaarde wel wordt overschreden, zijn maatregelen noodzakelijk, gericht op het verminderen van de geluidsbelasting aan de gevel. Onderscheid wordt gemaakt in maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld geluidsreducerend asfalt) en, maatregelen in het overdrachtsgebied (bijvoorbeeld geluidsschermen), maatregelen aan de geluidsontvanger (bijvoorbeeld geluidsdove gevels), vliesgevels of het vergroten van de afstand tussen de geluidsbron en de ontvanger).

Zijn deze maatregelen onvoldoende doeltreffend, dan wel ontmoeten deze maatregelen overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard, dan kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek tot vaststelling van (een) hogere waarde(n) worden ingediend bij burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen. Deze hogere grenswaarde mag, afhankelijk van de situatie, een bepaalde waarde niet te boven gaan (uiterste grenswaarde). Voor de beoogde binnenstedelijke ontwikkeling geldt een uiterste grenswaarde van 63 dB (nieuwe woningen versus bestaande wegen). Indien de uiterste grenswaarde wordt overschreden en maatregelen ter reductie van de geluidsbelasting aan de bron of in het overdrachtsgebied niet mogelijk of doeltreffend zijn, dienen maatregelen aan de zijde van de geluidsontvanger te worden genomen, zoals het toepassen van een dove gevel. Daarnaast dient altijd de wettelijke binnenwaarde te worden gegarandeerd. Het kan daarvoor noodzakelijk zijn dat geluidsisolerende gevelmaatregelen worden genomen. In het kader van de ruimtelijke procedures komen echter alleen de maatregelen aan de bron of in het overdrachtsgebied aan de orde. De gevelmaatregelen komen pas aan de orde in het kader van de daadwerkelijke realisatie van de ontwikkeling. Hieraan wordt bijvoorbeeld getoetst bij een aanvraag omgevingsvergunning.

Dosismaat

De geluidshinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal.

Aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder

Krachtens artikel 110g van de Wgh mag het berekende geluidsniveau van het wegverkeer worden gecorrigeerd in verband met de verwachting dat motorvoertuigen in de toekomst stiller zullen worden. Voor wegen met een lagere snelheid dan 70 km/h geldt een aftrek van 5 dB. Voor snelheden van 70 km/h en hoger geldt een aftrek van 2 dB. Deze aftrek is, tenzij anders vermeld, toegepast.

Rekenmethodiek en invoergegevens

Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode I (SRM I) conform het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2006 (RMG 2006). De berekeningen zijn opgenomen in bijlage 1. Voor de berekeningen is voor de betreffende wegen uitgegaan van de verkeersgegevens zoals weergegeven in tabel 4.1. Om een representatief beeld te krijgen van de geluidsbelasting aan de gevel ten gevolge van de omliggende straten, is de geluidsbelasting berekend op een hoogte van 1,5 en 4,5 m ten opzichte van het maaiveld. Deze waarneemhoogten zijn gebaseerd op de hoogte van de woning (2 bouwlagen). Bovendien wordt in de SRM I-berekening rekening gehouden met de objectfractie en de verhardingsbreedte. De objectfractie is de weerkaatsing van geluid door nabijgelegen gebouwen. De verhardingsbreedte wordt berekend vanaf de wegas tot de gevel. Beide uitgangspunten zijn van belang voor het berekenen van de geluidsbelasting aan de gevel. Er wordt voor deze locatie geen objectfractie berekend, omdat er geen sprake is van weerkaatsende bebouwing. De verhardingsbreedte voor deze nieuwe woning is 1,8 m.

Resultaten onderzoek nieuwe woning versus bestaande gezoneerde weg

Omdat de locatie nabij de komgrens ligt, verloopt de Voert van een 30 km/h-weg (binnen de bebouwde kom) naar een 60 km/h-weg (buiten de bebouwde kom). Vanwege de afstand van circa 60 m tot de grens van de bebouwde kom, ligt de locatie binnen de geluidszone van dit gedeelte van De Voert. Akoestisch wordt deze situatie als volgt benaderd: De Voert wordt als één weg beschouwd. Zodoende is de hele rijlijn als 60 km/h benaderd. Hierbij is het worstcasescenario aangehouden waarbij het 30 km/h-deel van de Voert is beoordeeld als een gezoneerde (60 km/h)-weg.

Uit de berekening blijkt (zie bijlage 1) dat ten gevolge van het verkeer op de Voert de maximale geluidsbelasting 42 dB bedraagt (inclusief aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder). Derhalve wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschreden. De uiterste grenswaarde wordt echter ook niet overschreden. Ingevolge de Wet geluidhinder zijn geen vervolgprocedures vereist. Het akoestisch klimaat kan derhalve als goed wordt beoordeeld.

Conclusie

Ten gevolge van het verkeer op de gezoneerde weg de Voert wordt de voorkeursgrenswaarde (48 dB) niet overschreden aan de gevel van de nieuwe woning. Ingevolge de Wet geluidhinder zijn geen vervolgprocedures vereist en kan worden gesteld dat het akoestisch klimaat derhalve goed is.