direct naar inhoud van 4.6 Externe veiligheid
Plan: de Voert 10
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01007voert10-A001

4.6 Externe veiligheid

Beleid en normstelling

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, spoor of water en door buisleidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken1 en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. De norm voor het GR is een oriƫntatiewaarde. De gemeente heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriƫntatiewaarde overschrijdt.

Buisleidingen

Voor buisleidingen is het Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen in ontwerp gepubliceerd. In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Bevi waarmee ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR zullen gelden. Vooruitlopend op dat besluit heeft het Ministerie van VROM een brief2 van de Gasunie gepubliceerd met daarin inventarisatieafstanden voor het groepsrisico. De minister adviseert om bij de vaststelling van ruimtelijke plannen met deze afstanden rekening te houden.

Onderzoek en conclusie

In de omgeving van het plangebied zijn geen Bevi-inrichtingen aanwezig of inrichtingen die anderszins als risicovol zijn aan te merken. Ten zuiden van het plangebied is een buisleiding voor het transport van nat gas (onbehandeld aardgas) gelegen. De leiding, die wordt beheerd door TAQA Energy, heeft een druk van maximaal 101 bar en heeft een diameter van 12 inch. De afstand voor het PR 10-6 en het invloedsgebied voor het GR zijn onbekend. Gelet op de afstand tot de buisleiding, die circa 400 m bedraagt, zal de PR 10-6 contour niet tot in het plangebied reiken. Ook zal het invloedsgebied voor het GR, dat wordt begrensd door de 1%-letaliteitcontour, niet tot in het plangebied reiken. De externe veiligheidsrisico's van de buisleiding zijn daarom niet relevant voor het voorliggende plan.

Verder zijn de omliggende wegen niet opgenomen in een routering voor het vervoer van gevaarlijke stoffen zodat in de omgeving van deze wegen geen sprake zal zijn van externe veiligheidsrisico's als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg.

Geconcludeerd wordt dat het aspect externe veiligheid niet relevant is voor de uitvoering van het plan. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoering van het plan niet in de weg.