direct naar inhoud van 4.8 Bodem
Plan: de Voert 10
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01007voert10-A001

4.8 Bodem

Normstelling en beleid

Volgens artikel 3.1.6 van het Besluit op de ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur op schone grond te worden gerealiseerd.

Onderzoek en conclusie

Met het voorliggende plan wordt geen functiewijziging mogelijk gemaakt. In de huidige situatie is immers al sprake van een recreatiebestemming met een bedrijfswoning. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is daarom geen verkennend bodemonderzoek nodig. Ten behoeve van de omgevingsvergunning voor het realiseren van de beoogde bebouwing zal wel een verkennend bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Geconcludeerd wordt dat het aspect bodemkwaliteit de uitvoering van het plan niet in de weg staat.