direct naar inhoud van 4.5 Bedrijven en milieuhinder
Plan: MAG-complex
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG9006magcomplex-B001

4.5 Bedrijven en milieuhinder

Normstelling en beleid

In een bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met eventuele milieuhinder door bedrijven. Uitgangspunt daarbij is dat bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies wordt milieuzonering toegepast. Daarvoor wordt gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaats gevonden. Het volledige overzicht van bedrijfsactiviteiten is opgenomen in de zogenaamde Staat van Bedrijfsactiviteiten die deel uitmaakt van het bestemmingsplan. De standaard richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof.

Voor een nadere toelichting op de aanpak van milieuzonering met behulp van de Staat van Bedrijfsactiviteiten wordt verwezen naar Bijlage 1 van de toelichting. De Staat zelf is opgenomen in Bijlage 1 van de regels.

Indien niet aan de richtafstanden kan worden voldaan, dient door middel van specifiek onderzoek te worden aangetoond dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

Onderzoek

Met het bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. De toegestane bedrijfsactiviteiten zijn beperkt tot de bedrijfsactiviteiten van de beoogde bedrijven, namelijk een staalconstructiebedrijf en een aannemingsbedrijf. Voor deze activiteiten geldt echter dat in de nabijheid van de woningen niet aan de richtafstand kan worden voldaan. Daarom is tevens een zonering van bedrijfsactiviteiten aangebracht op basis van de richtafstand tot bestaande woningen (inwaartse zonering). Dit resulteert in een toelaatbaarheid van bedrijfsactiviteiten die is gebaseerd op de aanwezigheid van twee burgerwoningen aan de Krommedijk 3 en 5. Ten opzichte van deze woningen zijn op een afstand van 30 m bedrijfsactiviteiten uit categorie 2 toegestaan, op 50 m bedrijfsactiviteiten uit categorie 3.1 en op 100 m bedrijfsactiviteiten uit categorie 3.2. Met deze zonering wordt het ontstaan van onaanvaardbare milieuhinder ter plaatse van de beide burgerwoningen voorkomen.

De beide bedrijven die zich in het voormalige complex willen vestigen worden allebei ingeschaald in categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. De bedrijfsactiviteiten van het staalconstructiebedrijf passen binnen de toelaatbaarheid omdat - gelet op de afstand tot de woningen - overal categorie 3.2 is toegestaan.

De bedrijfsactiviteiten van het wegenbouwbedrijf passen niet geheel binnen de toelaatbaarheid die op basis van milieuzonering tot stand is gekomen, aangezien het bedrijf zich ook wil vestigen op de gronden met een toelaatbaarheid tot en met categorie 2 en 3.1. Indien niet aan de richtafstand kan worden voldaan, moet door middel van specifiek onderzoek worden aangetoond dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat bedrijven hun bedrijfsactiviteiten kunnen uitoefenen. Het maatgevend milieuaspect bestaat in dit geval uit geluid.

Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de beoogde bedrijfsactiviteiten van de bedrijven Gebroeders Min Bv en Tambach. In het onderzoek is zowel de individuele geluidbelasting als de cumulatieve geluidbelasting ter plaatse van de bestaande woningen aan de Krommedijk en de N512 Hoeverweg berekend. De uitkomsten van de berekeningen zijn zowel getoetst aan de streef- en richtwaarden die in het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt gehanteerd (Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, VNG-publicatie) als aan de grenswaarde die in het kader van het Activiteitenbesluit worden gehanteerd. De effecten van het verkeer van en naar de inrichting is apart getoetst aan de Circulaire 'geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting' (1996).

Het akoestisch onderzoek dat is uitgevoerd ter onderbouwing van het bestemmingsplan kan door de bedrijven tevens worden gebruikt in het milieuspoor (melding Activiteitenbesluit). Hierbij is van belang dat de bedrijven in het milieuspoor individueel worden getoetst. Voor de onderbouwing van het bestemmingsplan is, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, de geluidbelasting van beide bedrijven gezamenlijk getoetst.

Resultaten akoestisch onderzoek M+P

Het akoestisch onderzoek naar de bedrijfsactiviteiten van de bedrijven Tambach en Aannemersbedrijf Gebroeders Min BV is uitgevoerd door M+P Raadgevende Ingenieurs. Het volledige rapport is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. In het rapport is de geluiduitstraling van de beide bedrijven zowel afzonderlijk als gezamenlijk beoordeeld. Daarbij is uitgegaan van een representatieve bedrijfssituatie waarin zowel de langtijdgemiddelde geluidniveaus als de piekniveaus zijn beoordeeld. De indirecte hinder van het verkeer van en naar de inrichting is apart beoordeeld.

De geluidsbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van Tambach en gebr. Min is aan twee normen getoetst:

  • 1. een norm voor het langtijdgemiddelde geluidsniveau; dit betreft het gemiddelde geluidsniveau over een langere periode;
  • 2. een norm voor het maximaal geluidsniveau; dit betreft piekgeluiden die kortstondig kunnen optreden.

De geluidsbelasting is berekend voor de dag-/avond-/nachtperiode omdat voor deze periodes verschillende normen gelden.

Ad 1. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveau

De geluidsbelasting van de beoogde activiteiten is getoetst aan de streefwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau uit de handreiking Industrielawaai en vergunningverlening. Deze streefwaarde komt overeen met de richtwaarde die volgens de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' hoort bij een rustige woonwijk of rustig buitengebied (45/40/35 dB(A)). De bestaande woningen worden getypeerd als 'rustig buitengebied'.

Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woning aan de Krommedijk 3 sprake is van een overschrijding van de richtwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau als gevolg van de gezamenlijke bedrijfsactiviteiten. Deze overschrijding vindt plaats in de nachtperiode. Het gaat om de periode tussen 06:00 en 07.00 uur in de ochtend.

Om ter plaatse van de woning aan de Krommedijk 3 een goed woon- en leefklimaat te garanderen, zijn maatregelen noodzakelijk. Er zijn geen bronmaatregelen mogelijk. De gemiddelde snelheid waarmee is gerekend bedraagt 25 km/h. Deze snelheid kan niet verder omlaag. Verder maken de bedrijven gebruik van de bestaande toegangsweg tot het terrein en de bestaande interne wegenstructuur. Daarom is gekozen voor een overdrachtsmaatregel in de vorm van een geluidsscherm. Het geluidsscherm heeft een minimale lengte van 37 m en een hoogte van 2 m en is ruimtelijk weergegeven in figuur 5 in de bijlagen bij het akoestisch onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat na het plaatsen van het scherm ruimschoots aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau wordt voldaan in een situatie waarin de gecumuleerde geluidsbelasting is beoordeeld. Dit betekent dat er wordt voldaan aan een strengere geluidsnorm dan op grond van het Activiteitenbesluit standaard zou worden opgelegd. Belangrijkste conclusie is dat de cumulatieve geluidbelasting, na oprichting van het geluidscherm, voldoet het geluidsniveau dat op grond van de VNG-publicatie hoort bij een rustige woonwijk.

Ad 2. Maximaal geluidsniveau

De Handreiking industrielawaai en vergunningverlening geeft ook een richtwaarde voor het maximale geluidsniveau (richtwaarde langtijdgemiddelde beoordelingsniveau+ 10 dB(A)). Aan deze streefwaarde wordt niet getoetst omdat deze waarden niet haalbaar zijn. Dat is ook geen probleem omdat de handreiking niet langer van toepassing is op beide bedrijven, de bedrijven vallen immers onder het Activiteitenbesluit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is voor het beoordelen van piekgeluid dus aangesloten bij het toetsingskader uit het Activiteitenbesluit (70/65/60 dB(A).

Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de woning aan de Krommedijk 3 sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor het maximale geluidsniveau als gevolg van bedrijfsactiviteiten van in avond- en nachtperiode. Na realisatie van het geluidsscherm wordt ter plaatse van de bestaande woningen aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit voldaan (gecumuleerde geluidsbelasting). Omdat aan de grenswaarden voor geluid wordt voldaan, is ter plaatse van de woningen geen sprake van onaanvaardbare milieuhinder.

Indirecte hinder

Voor het verkeer van en naar de inrichting, dat wordt beschouwd als indirecte hinder, geldt dat wordt voldaan aan het toetsingskader voor geluid uit de Circulaire 'geluidhinder veroorzaakt door het wegverkeer van en naar de inrichting' (1996).

Aanvulling op akoestisch onderzoek M+P

Na afronding van het akoestisch onderzoek zijn enkele wijzigingen in het plan doorgevoerd die aanvullende berekeningen noodzakelijk maakten. De resultaten van de aanvullende berekeningen zijn opgenomen in een aparte bijlage (zie Bijlage 5). De wijzigingen in het plan zijn als volgt:

  • verplaatsing van de toegangsweg tot de bedrijfslocaties waarmee de afstand tot de bestaande woningen worden vergroot.
  • vervanging geluidscherm door aarden wal
  • opnemen van extra toetspunt ter plaatse van recreatieterrein De Woudhoeve ten noordwesten van het plangebied

Uit de nieuwe berekeningen blijkt dat de gecumuleerde geluidbelasting (langtijdgemiddeld) van beide bedrijven gezamenlijk ruimschoots beneden de richtwaarden is gelegen. Voor het maximale geluidniveau geldt eveneens dat op alle toetspunten aan de grenswaarden wordt voldaan, op enkele punten wordt zelfs de richtwaarde bereikt. De grenswaarden uit het Activiteitenbesluit worden in geen geval overschreden.

Ter plaatse van het recreatieterrein is sprake van verwaarloosbare geluidwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, de waarden liggen ruim beneden de achtergrondwaarden die behoren bij landelijk gebied. Voor het piekgeluid geldt dat de geluidsterkte is dermate afgenomen dat dit nauwelijks waarneembaar zal zijn, de berekende geluidwaarden liggen ruim beneden de richtwaarde voor de nachtperiode (de nachtperiode is vanwege de strenge norm maatgevend).

Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een aanvaardbare situatie ten aanzien van geluid. Na oprichting van de aarden wal hoeven in het milieuspoor geen extra maatregelen te worden getroffen, er is geen sprake van afwijking van het toetsingskader. Over de aanleg van de aarden wal worden apart afspraken gemaakt tussen gemeente en de bedrijven.

Conclusie

Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat na uitvoering van het bestemmingsplan ter plaatse van de bestaande woning aan de Krommedijk 3 niet aan het toetsingskader voor geluid zou kunnen worden voldaan. Voor de gezamenlijke geluidbelasting van beide bedrijven geldt dat ter plaatse van deze woning in de nachtperiode (tussen 06.00 en 07.00 uur) sprake zou zijn van een overschrijding van de richtwaarden voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en een overschrijding van de grenswaarden voor het piekniveau. Bronmaatregelen blijken in dit geval niet mogelijk, omdat de beide bedrijven gebruikmaken van de bestaande interne wegenstructuur en de bestaande noordelijke toegang tot de Krommedijk 3. Deze overschrijding kan echter ruimschoots tenietgedaan door het realiseren van een aarden wal op de erfgrens. De oprichting van de aarden wal wordt met het voorliggende bestemmingsplan mogelijk gemaakt. Het plan maakt het tevens mogelijk om de aarden wal, vanuit landschappelijk oogpunt, in zuidelijke richting door te trekken. Na realisatie van het scherm is ter plaatse van de bestaande woningen aan de Krommedijk en de N512 Hoeverweg sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor beide bedrijven samen voldoet zelfs aan de richtwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Voor het piekniveau wordt voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit.

Gelet op de uitkomsten van het akoestisch onderzoek is voor de gronden met een toelaatbaarheid tot en met categorie 2 en toe en met categorie 3.1 een specifieke aanduiding opgenomen waarmee de bedrijfsactiviteiten van een aannemingsbedrijf uit categorie 3.2 mogelijk zijn gemaakt. Daarnaast zijn bedrijfsactiviteiten van een aannemingsbedrijf of metaalconstructiebedrijf uit de betreffende milieucategorie (2 of 3.1) mogelijk.

Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de bestaande woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuhinder staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.