direct naar inhoud van 4.10 Archeologie
Plan: Sportlaan 2-4 Schoorl
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG04001sport2tot4-A001

4.10 Archeologie

Regelgeving en beleid

Wet op de archeologische monumentenzorg/Verdrag van Malta

Het archeologisch bodemarchief is de grootste bron voor de geschiedenis in Nederland. Het Verdrag van Malta regelt de bescherming en het behoud van deze archeologische waarden. Nederland heeft het Verdrag van Malta in 1992 ondertekend en in 1998 geratificeerd. Als gevolg van dit verdrag wordt in het kader van de ruimtelijke ordening het behoud van het archeologisch erfgoed meegewogen zoals alle andere belangen die bij de voorbereiding van het plan een rol spelen. De inhoud van het Verdrag van Malta is neergelegd in de Wet op de Archeologische Monumentenzorg die op 1 september 2007 van kracht is geworden en een wijziging van de Monumentenwet 1988 tot gevolg heeft gehad. Op grond van deze aangescherpte regelgeving stellen Rijk en provincie zich op het standpunt dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Onderzoek

De gemeente Bergen voert een archeologisch beleid waarin het grondgebied van de gemeente is opgedeeld in bepaalde archeologische regimes. Deze regimes zijn opgesteld naar aanleiding van onderzoek dat is verricht voor het bestemmingsplan 'Schoorl, kernen en buurtschappen' (vastgesteld in 2009). Hierbij wordt een drietal regimes aangehouden. Het plangebied is in het vigerende bestemmingsplan bestemd als waardevol gebied regime III. Hierin geldt dat bij grondroerende werkzaamheden bij een planomgang van 500 m² of groter, rekening moet worden gehouden met deze archeologische waarden. Aangezien de omvang van het bouwplan veel kleiner is dan 500 m², is archeologisch onderzoek niet nodig.

Conclusie

Nader archeologisch onderzoek is derhalve ten behoeve van het voorontwerp- bestemmingsplan niet noodzakelijk aangezien de ontwikkeling binnen de genoemde omvang valt. Wel is een dubbelbestemming opgenomen met Waarde - Archeologie - III om zo de eventueel aanwezige archeologische waarden te beschermen.