direct naar inhoud van 4.9 Ecologie
Plan: Hotel Merlet
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG04002merlet-A001

4.9 Ecologie

Samenvatting

Deze paragraaf betreft een samenvatting van het uitgebreide bureauonderzoek zoals opgenomen in bijlage 3.

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit bebouwing en tuin met opgaande beplanting.

Beoogde ontwikkelingen

In het plangebied worden twee bestaande gebouwen gesloopt en breidt het hotel uit. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • sloopwerkzaamheden;
  • verwijderen beplanting en bomen;
  • bouwrijp maken;
  • bouwwerkzaamheden.

Resultaten onderzoek

Gebiedsbescherming

Zo'n 80 m ten westen van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen (tevens Provinciale Ecologische Hoofdstructuur). De ingrepen in het plangebied hebben, vanwege de ligging buiten het Natura 2000-gebied en het feit dat alleen habitattypen zijn aangewezen, geen effect op de instandhoudingsdoelen van de Schoorlse Duinen.

Soortenbescherming

Het bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen dat overtredingen van de Flora- en faunawet (Ffw) niet optreden.

Het bestemmingsplan voorziet in de sloop van bestaande gebouwen en de uitbreiding van het hotel. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

In het plangebied komen naar verwachting de volgende soorten voor:

vrijstellingsregeling Flora- en faunawet   tabel 1     mol, egel en veldmuis

bruine kikker, gewone pad en de middelste groene kikker  
ontheffingsregeling Flora- en faunawet   tabel 2     geen  
  tabel 3   bijlage 1 AMvB   geen  
    bijlage IV HR   geen  
  vogels   cat. 1 t/m 4   geen  
    cat. 5   koolmees, pimpelmees, spreeuw, ekster en zwarte kraai  

  • Er zal geen ontheffing nodig zijn voor de tabel 1-soorten van de Ffw waarvoor een vrijstelling van de verbodsbepalingen van de Ffw geldt.
  • De aantasting en verstoring van vogels dient te worden voorkomen door werkzaamheden buiten het broedseizoen (globaal van 15 maart tot en met 15 juli) te laten starten.
  • Uit een verkennende veldinventarisatie (zie bijlage 4) is gebleken dat het plangebied geen bijzondere functie heeft voor vleermuizen of broedvogels met vaste nesten. De ingreep in het plangebied heeft dan ook geen gevolgen voor deze soorten.
  • Vestiging van de rugstreeppad (tabel 3-soort) in het plangebied dient te worden voorkomen (en daarmee een ontheffingprocedure). Het plangebied dient daarom (voorafgaand aan het uitvoeren van mogelijke grondwerkzaamheden) volledig afgeschermd te worden met antiworteldoek. De antiworteldoek dient een hoogte van 40/50 cm te hebben en dient 5 cm in de grond te worden geplaatst. Bovendien wordt aanbevolen de werkzaamheden op elkaar te laten aansluiten, zodat exemplaren van de rugstreeppad geen kans krijgen zich te vestigen in het gebied. Dit dient dan niet in het najaar of de winter te gebeuren, maar in het late voorjaar en de zomer, omdat anders de padden al op zoek zijn naar winterverblijfplaatsen in de grond.

Conclusie

De ontwikkeling met betrekking tot de uitbreiding van het hotel gaat niet in tegen hetgeen gestelde in de Flora- en faunawet. Uit veldonderzoek blijkt dat het plangebied geen bijzondere functies heeft voor vleermuizen of broedvogels met vaste nesten. Wel dient bij de bouw rekening te worden gehouden met de rugstreeppad zoals hiervoor omschreven.