direct naar inhoud van 4.6 Ecologie
Plan: Jan Apeldoornweg 4
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01009janapeldo4-B001

4.6 Ecologie

Deze paragraaf betreft een samenvatting van het uitgebreide bureau onderzoek zoals opgenomen in bijlage 1.

Beoogde ontwikkeling

Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van woningbouw. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • verwijderen beplanting en bomen;
  • sloopwerkzaamheden;
  • bouwrijp maken;
  • bouwwerkzaamheden.

Regelgeving en beleid

Het plangebied bestaat uit een bedrijfsperceel met bebouwing en verharding. Hier en daar staan wat bomen.

Gebiedsbescherming

Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Provinciale Ecologische Hoofdstructuur (PEHS). Circa 1,1 km ten westen van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Noord-Hollands Duinreservaat. Ten oosten en zuiden van het plangebied liggen weidevogelleefgebieden. Het bestemmingsplan maakt woningbouw mogelijk, waardoor het bestaande aannemersbedrijf zal verdwijnen. Hierdoor neemt de verstoring door geluid op de locatie zelf en als gevolg van minder zwaar verkeer op de omringende wegen af. De toename van het aantal woningen leidt maar zeer beperkt tot een toename van de verkeersintensiteiten. De stikstofdepositie in het Natura 2000-gebied neemt dan ook niet waarneembaar toe. Negatieve effecten als gevolg van de ontwikkeling zijn dan ook uit te sluiten. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan niet in de weg.

Soortenbescherming

Het bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen of verlening van ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (hierna Ffw) nodig zal zijn en of het reƫel is te verwachten dat deze zal worden verleend.

Het bestemmingsplan voorziet in woningbouw. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

  • Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
  • Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl).
  • Zwaarder beschermde soorten als vleermuizen en broedvogels met vaste nesten zijn niet aanwezig in het plangebied.

Conclusie

Gezien bovenstaande staat de Ffw de uitvoering van het plan niet in de weg. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan ook niet in de weg.