direct naar inhoud van 5.4 Bestemmingsregels
Plan: Jan Apeldoornweg 4
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01009janapeldo4-B001

5.4 Bestemmingsregels

Artikel 3 Groen

De in het plan opgenomen groenstroken, met bomen, hebben de bestemming Groen gekregen. Op deze gronden zijn gebouwen toegestaan.

Artikel 4 Tuin

In tegenstelling tot de achtererven en gedeelten van zijerven bij woningen, worden de voortuinen en (delen van) zijtuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen niet onder de bestemming Wonen - 1 opgenomen, maar apart bestemd voor Tuin. De minimale diepte van de voortuinen is 5 m. Dit is voor de voortuin gewaarborgd door middel van de bestemming Tuin. Alleen erf- en perceelafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn hier toegestaan.

Artikel 5 Verkeer

De beoogde ontsluiting van het plangebied is opgenomen binnen de bestemming Verkeer. Verder valt binnen deze bestemming de parkeervoorzieningen en de openbare ruimte. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van de verkeersregeling, de wegaanduiding of de verlichting, bedraagt in de bestemming ten hoogste 9 meter. De bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bedraagt ten hoogste 2,5 meter.

Artikel 6 Wonen - 1

De beoogde woonpercelen in het plangebied zijn opgenomen binnen de bestemming Wonen - 1. Naast de functie wonen, zijn ook aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten toegestaan binnen de bestemming Wonen - 1. Het vloeroppervlak voor deze functie mag niet meer bedragen dan 25% van de totale oppervlakte van de woning en mag ten hoogste 50 m² bedragen.

Met betrekking tot de bebouwing op de percelen (zowel hoofdgebouwen als erfbebouwing) geldt een maximaal bebouwingspercentage ten opzichte van het bouwperceel. Voor vrijstaande woningen bedraagt dit percentage 35%, voor twee-onder-een-kapwoningen 40% en 45% voor meer dan twee-onder-een-kapwoningen.

Binnen de bestemming mogen woningen vrijstaand of twee-aaneen worden gebouwd. Ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' mogen de woningen tevens gestapeld of meer dan twee-aaneen worden gebouwd. De bouwhoogte van alle woningen bedraagt ten hoogste 10 meter. De goothoogte van vrijstaande en aaneen gebouwde woningen bedraagt ten hoogste 4 meter, conform de systematiek uit bestemmingsplan Bergen Dorpskern Zuid. Ter plaatse van de aanduiding 'maximale aantal wooneenheden' mogen ten hoogste het aangegeven aantal wooneenheden worden gebouwd. Ten behoeve van de maatvoering van de hoofdgebouwen zijn nog diverse bouwregels opgenomen. De afstand van een hoofdgebouw tot de achterste en zijdelingse perceelsgrenzen dient respectievelijk minimaal 5 en 3 m te bedragen. De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen, aan- en uitbouwen en overkappingen, mag bij vrijstaande woningen niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m. Voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen geldt dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 25 cm boven de begane grondlaag van het hoofdgebouw met een maximum van 4 m. Dit betekent dat de aan- en uitbouwen in beginsel niet voorzien mogen worden van een kap (tenzij er sprake is van een flauwe kap die binnen de toegestane bouwhoogte mogelijk is). Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om indien dit vanwege de afstemming op het hoofdgebouw wenselijk is, een kap op een aan- of uitbouw of een bijgebouw bij een niet-vrijstaande woning te realiseren. Binnen de woonbestemming zijn tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals erf- en terreinafscheidingen.

Artikel 7 Waarde archeologie - 3

In het kader van de planontwikkeling is voor Bestemmingsplan Bergen Dorpskern Zuid archeologisch onderzoek uitgevoerd. De dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 3 waardevol gebied is gehanteerd voor het gehele plangebied dat een hoge tot zeer hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. In dit archeologie regime dient bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm en met een omvang van 500 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden. Bouwen op deze gronden is verboden voor bouwwerken groter dan 500 m². Hiervan kan worden afgeweken indien door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor een aantal werken en werkzaamheden. Verder geldt een omgevingsvergunning plicht indien grondroerende werkzaamheden op een bepaalde diepte worden uitgevoerd.