direct naar inhoud van Artikel 15 Sport
Plan: Landelijk Gebied Zuid
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG09000landgebzui-B001

Artikel 15 Sport

15.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. sportvelden en bijbehorende voorzieningen;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'manege': uitsluitend een manege;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'sportcentrum': uitsluitend een sportschool;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van sport - 1': voor een manege met overnachtingsmogelijkheden;
  • e. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater.

15.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. gebouwen;
  • b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

15.2.1 Gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;
  • b. de maximale oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven percentage van het bouwvlak; indien geen percentage is aangegeven bedraagt het bebouwingspercentage 100%;
  • c. de goot- en bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan aangeduid op de verbeelding.

15.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de hoogte van lichtmasten, ballenvangers en vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 15 m;
  • c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

15.3 Afwijken van de bouwregels
15.3.1 Grotere bouwhoogte bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 15.2.2 behoeve van hogere bouwwerken, met dien verstande dat:

  • a. de bouwwerken noodzakelijk dienen te zijn in verband met de bestemming van de gronden;
  • b. afwijking niet leidt tot onevenredige aantasting van de ter plaatse aanwezige ruimtelijke kwaliteit.