direct naar inhoud van Artikel 6 Bedrijf
Plan: Landelijk Gebied Zuid
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG09000landgebzui-B001

Artikel 6 Bedrijf

6.1 Bestemmingsomschrijving

De voor Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor:

bedrijven t/m categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;

  • a. bedrijfswoningen en in samenhang daarmee voor de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten;
  • b. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal': uitsluitend een gemaal;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'nutsvoorziening': uitsluitend nutsvoorzieningen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'opslag': uitsluitend voor opslag;
  • e. ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning': tevens voor recreatiewoningen;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen' met lpg: tevens voor de verkoop van motorbrandstoffen, waaronder begrepen de verkoop van lpg;
  • g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1': uitsluitend voorzieningen ten dienste van de exploitatie van aardgas;
  • h. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf-gasontvangststation': uitsluitend een gasontvangststation;
  • i. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- koetsiersbedrijf': uitsluitend een koetsiersbedrijf
  • j. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater.

met dien verstande dat:

  • k. bedrijfswoningen niet zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'.

6.2 Bouwregels

Op deze gronden mogen ten behoeve van de bestemming uitsluitend worden gebouwd:

  • a. bedrijfsgebouwen;
  • b. recreatiewoningen;
  • c. een bedrijfswoning tenzij ter plaatse de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' is opgenomen;
  • d. aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij de bedrijfswoning;
  • e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde.

Voor het bouwen gelden de volgende regels:

6.2.1 Algemeen
  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;
  • b. voor zover dakoverstekken van gebouwen meer bedragen dan 1 m, wordt de ruimte onder de dakoverstek meegerekend in de ten hoogste toegestane oppervlakte en/of inhoud.

6.2.2 Bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen
  • a. per bouwvlak - niet voorzien van de aanduiding  'bedrijfswoning uitgesloten' - is ten hoogste 1 bedrijfswoning toegestaan;
  • b. de oppervlakte van gebouwen en overkappingen bedraagt ten hoogste het met de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage' aangegeven percentage van het bouwvlak; indien geen percentage is aangegeven bedraagt de oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte ten tijde van de inwerkingtreding van het plan + 10%;
  • c. de inhoud van een bedrijfswoning mag ten hoogste 650 m³ bedragen;
  • d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding- stolp' is vergroting en verandering van de bestaande stolp niet toegestaan;
  • e. in afwijking van het bepaalde in sub c geldt, voor wat betreft bedrijfswoningen die onderdeel uitmaken van een stolp, dat de inhoud van de bedrijfswoning gelijk mag zijn aan de inhoud van de stolp;
  • f. de goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan aangeduid op de verbeelding;
  • g. de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen mag niet meer bedragen dan respectievelijk 5 m en 8 m, met dien verstande dat de goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen voorzien van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - stolp' niet meer mag bedragen dan de bestaande goot- en bouwhoogte;

6.2.3 Aan- en uitbouwen, bijgebouwen, recreatiewoningen en overkappingen bij de bedrijfswoning
  • a. aan- en uitbouwen, bijgebouwen, recreatiewoningen en overkappingen dienen op een afstand van ten minste 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden geplaatst, met uitzondering van bestaande afwijkingen;
  • b. het maximaal toegestane aantal recreatiewoningen ter plaatse van de aanduiding 'recreatiewoning' bedraagt 1 dan wel het met de aanduiding 'maximum aantal recreatiewoningen' aangegeven aantal;
  • c. de gezamenlijke oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en recreatiewoningen mag ten hoogste 50 m² bedragen;
  • d. in afwijking van het bepaalde onder sub c mag de maximale oppervlakte aan aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en recreatiewoningen bij bouwpercelen met een oppervlakte:
    • 1. tussen de 500 m² en 600 m² : ten hoogste 55 m² bedragen;
    • 2. tussen de 600 m² en 700 m² : ten hoogste 60 m² bedragen;
    • 3. tussen de 700 m² en 800 m² : ten hoogste 65 m² bedragen;
    • 4. tussen de 800 m² en 900 m² : ten hoogste 70 m² bedragen;
    • 5. vanaf 900 m² : ten hoogste 75 m² bedragen;
  • e. de oppervlakte per vrijstaand bijgebouw en per recreatiewoning mag ten hoogste 50 m² bedragen;
  • f. de diepte van een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw, aangebouwde overkapping en aangebouwde recreatiewoningen aan de achtergevel van een hoofdgebouw mag ten hoogste 3 m bedragen gemeten vanuit de achtergevel van het hoofdgebouw;
  • g. de breedte van een aan- of uitbouw, aangebouwd bijgebouw, aangebouwde overkapping en aangebouwde recreatiewoningen, mag ten hoogste 3,5 m bedragen gemeten vanuit de zijgevel van het hoofdgebouw;
  • h. de bouwhoogte van aan- en uitbouwen, aangebouwde bijgebouwen, aangebouwde overkappingen en aangebouwde recreatiewoningen mag niet meer bedragen dan de hoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm tot een maximum van 4 m;
  • i. bij vrijstaande woningen mag de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen, vrijstaande overkappingen en vrijstaande recreatiewoningen ten hoogste 3 m en de bouwhoogte ten hoogste 5 m bedragen;
  • j. bij niet-vrijstaande woningen mag de bouwhoogte van vrijstaande bijgebouwen, vrijstaande overkappingen en vrijstaande recreatiewoningen ten hoogste 3 m bedragen;
  • k. bijgebouwen en recreatiewoningen mogen niet voorzien worden van dakkapellen, dakopbouwen of gevelopbouwen;
  • l. bij een platte afdekking mag de maximale hoogte zoals bepaald in sub h, i en j, worden overschreden ten behoeve van lichtkappen met een oppervlakte van ten hoogste 1/3 van de oppervlakte van het dakvlak en tot een hoogte van 1 m.

6.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
  • a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - 1' mag de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten hoogste 4 m bedragen;
  • b. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m bedragen;
  • c. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

6.3 Afwijken van de bouwregels
6.3.1 Vergroten en/of te veranderen van een stolp

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.2 sub c teneinde de bestaande stolp te vergroten en/of te veranderen mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het beeldbepalende karakter van de stolp en voorts de overige regels in dit artikel in acht worden genomen.

6.3.2 Bouw van een kap op aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.2.3 ten behoeve van een kap op aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen, met dien verstande dat:

  • a. afwijking uitsluitend is toegestaan indien een kap, in verband met afstemming op de karakteristiek van de woning, wenselijk is;
  • b. de goothoogte van de aan- of uitbouw en het bijgebouw mag niet meer bedragen dan de in lid 6.2.3 genoemde bouwhoogten;
  • c. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige erven.

6.4 Specifieke gebruiksregels
6.4.1 Aan huis gebonden beroepen

Onder de uitoefening van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, in samenhang met het wonen wordt verstaan het gebruik van gedeelten van woningen en de daarbij behorende bebouwing ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, voor zover:

  • a. het vloeroppervlak ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten niet groter is dan 25% van het vloeroppervlak van de woning, inclusief aan- en uitbouwen, met een maximum van 50 m²;
  • b. ten behoeve van de aan-huis-gebonden beroepen en de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten in voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein wordt voorzien;
  • c. de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en niet gepaard gaan met horeca en detailhandel, uitgezonderd beperkte verkoop die ondergeschikt is en gelieerd aan de uitoefening van de betrokken kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten.

6.4.2 Overig

Met betrekking tot het gebruik gelden de volgende regels:

  • a. het is niet toegestaan om de gronden gelegen voor de voorgevelrooilijn te gebruiken voor de opslag van goederen;
  • b. het is niet toegestaan om de overige onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 m;
  • c. een groothandel in consumentenvuurwerk met opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan;
  • d. Wgh-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • e. Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan;
  • f. per bedrijf het kantoorvloeroppervlak niet meer mag bedragen dan 50% van het totale bedrijfsvloeroppervlak, met een maximum van 200 m²;
  • g. de verkoop van motorbrandstoffen niet is toegestaan, behoudens ter plaatse van de aanduiding 'verkooppunt motorbrandstoffen met lpg';
  • h. een bedrijfswoning niet is toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'.

6.5 Afwijken van de gebruiksregels
6.5.1 Bedrijven in dezelfde bedrijfscategorie

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 om andere bedrijven toe te staan dan in lid 6.1 worden genoemd met dien verstande dat:

  • a. het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de in 6.1. genoemde categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten;
  • b. Bevi-inrichtingen en Wgh-inrichtingen niet zijn toegestaan.