direct naar inhoud van 4.10 Ecologie
Plan: Meeuwenlaan 2
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG04004meeuwenln2-B001

4.10 Ecologie

Deze paragraaf betreft een samenvatting van het uitgebreide bureauonderzoek zoals opgenomen in 1.

Huidige situatie

Het plangebied bestaat uit twee bouwpercelen en bestaat uit een verwilderde tuin met opgaande beplanting en bebouwing.

Beoogde ontwikkelingen

Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woning op het noordelijke bouwperceel en in de realisatie van een berging op het zuidelijke bouwperceel. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • verwijderen beplanting en bomen;
  • sloopwerkzaamheden;
  • bouwrijp maken;
  • bouwwerkzaamheden.

Resultaten onderzoek

Gebiedsbescherming

Het plangebied vormt geen onderdeel van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ten zuiden en zuidwesten van Groet ligt het Natura 2000-gebied Schoorlse Duinen. Ten noordwesten van Groet ligt het Natura 2000-gebied Abtskolk & De Putten. Directe effecten als areaalverlies, versnippering en verandering van waterhuishouding kunnen op voorhand worden uitgesloten. De ontwikkeling is dermate klein van omvang dat het geen merkbaar effect op de verkeersgeneratie heeft. Een toename van stikstofdepositie wordt dan ook uitgesloten. Als gevolg van de ontwikkeling zou tijdelijke verstoring door de bouwwerkzaamheden op kunnen treden. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, met name het verstoringsgevoelige Abtskolk & De Putten, en de tussenliggende reeds verstorende buffers, kan verstoring als gevolg van de ontwikkeling worden uitgesloten.De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

Soortenbescherming

Het bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen of verlening van ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (hierna Ffw) nodig zal zijn en of het reƫel is te verwachten dat deze zal worden verleend.

Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een woning en een berging. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

  • Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
  • Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl).
  • In het plangebied komen geen tabel 2 of 3 soorten voor, ook vogels met vaste nesten zijn niet aanwezig in het plangebied.

Gezien bovenstaande staat de Flora- en faunawet de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg.