direct naar inhoud van 3.1 Beleid
Plan: Bergen aan Zee
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG05000berzeekern-B001

3.1 Beleid

3.1.1 Rijksbeleid

Nota Ruimte (2006)

In de nota worden vier algemene doelen geformuleerd: versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden en borging van de veiligheid.

De Nota Ruimte zet onder meer in op het volgende:

  • efficiënt en zo mogelijk meervoudig ruimtegebruik, echter geen rode contouren om de kernen;
  • gemeenten moeten de mogelijkheid hebben om de eigen natuurlijke aanwas op te vangen;
  • veel sterker sturende rol van water bij de ruimtelijke inrichting;
  • ruimte voor de recreatiesector om zich tot een economische drager van (delen) van het platteland te ontwikkelen; tevens vergroting van de mogelijkheden voor recreatie als nevenactiviteit op agrarische bedrijven;
  • bescherming van de duinen en het kustgebied.

In de Nota Ruimte staat met betrekking tot het aspect recreatie dat de groei en samenstelling van de bevolking en het toenemende belang van vrijetijdsbesteding vragen om aanpassing van het huidige toeristisch-recreatieve aanbod. Hierbij zijn ook de meer landelijke vormen van toerisme en recreatie van belang die in de groene ruimte buiten de steden te vinden zijn. Het huidige aanbod voldoet (kwalitatief en kwantitatief) niet meer aan de recreatiewensen van onze samenleving. De recreatiesector moet de ruimte krijgen om te kunnen anticiperen op veranderende behoeften van de samenleving. Er moet (onder andere door provincies in hun streekplannen) rekening worden gehouden met nieuwe vormen van recreatie en toerisme en met uitbreiding en aanpassing van bestaande toeristische en verblijfsrecreatieve voorzieningen.

Nationaal Waterplan 2009-2015

Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Om een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem te bereiken, moet water bepalender dan voorheen zijn bij de besluitvorming over grote opgaven op het terrein van verstedelijking, bedrijvigheid en industrie, landbouw, natuur, landschap en recreatie. De mate waarin water bepalend is bij ruimtelijke ontwikkelingen hangt af van de aard, omvang en urgentie van de wateropgave in relatie tot andere opgaven, aanwezige functies en bodemgesteldheid, en andere kenmerken in dat gebied. Speerpunten zijn de duurzame zoetwatervoorziening, schoner water met een natuurlijke inrichting en de waterveiligheid. Belangrijk hierbij is het anticiperen op klimaatveranderingen in plaats van reageren en het voorkomen van afwenteling van knelpunten door toepassing van de drietrapsstrategie eerst vasthouden, dan bergen en dan pas aan- en/of afvoeren van water. Bij het creëren van meer ruimte voor water is combineren met andere functies gewenst en moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Kabinetsstandpunt Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw (2000)

Dit kabinetsstandpunt, grotendeels gebaseerd op het Advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21), beschrijft de nieuwe aanpak van het waterbeheer, met name in thema's als veiligheid en wateroverlast. Belangrijk is het anticiperen op klimaatveranderingen in plaats van reageren en het voorkomen van afwenteling van knelpunten door toepassing van de drietrapsstrategie eerst vasthouden, dan bergen en dan pas aan- en/of afvoeren van water. Bij het creëren van meer ruimte voor water is combineren met andere functies gewenst en moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Nationaal Bestuursakkoord water (2003)

In dit akkoord tussen kabinet, provincies, waterschappen en gemeenten zijn taakstellende afspraken gemaakt over doelen en maatregelen die nodig zijn om de waterhuishouding in 2015 op orde te hebben en te houden. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatsverandering, bodemdaling, zeespiegelstijging en verstedelijking, inclusief de financiële dekking. Conform de gemaakte afspraken is de deelstroomgebiedsvisie Noord-Holland (Noorderkwartier) als sturend principe ingebracht in het nieuwe streekplan voor Noord-Holland Noord.

Nota Belvedère (1999)

In 1999 heeft het Rijk met de Nota Belvedère het beleidsuitgangspunt vastgesteld dat cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend dienen te zijn bij de ruimtelijke inrichting van Nederland om daarmee het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op terrein van archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. De Nota Belvedère levert geen 'eigen' beleid op, maar moet doorwerken op andere beleidsvelden. Het initiatief voor de nota komt van OC&W; de nota is mede ondertekend door VROM, LNV en V&W.

Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in deze nota beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden.

Naast deze algemene doelstelling die geldt voor de planvorming van alle overheden, heeft het Rijk ook gebiedsgericht Belvedèrebeleid vastgesteld voor de zogenaamde Belvedèregebieden. Bergen-Egmond-Schoorl is een Belvedèregebied. Dit gebied is een duinen-, duinontginningen- en strandwallenlandschap van Europese betekenis. Met het gebiedsgericht Belvedèrebeleid wordt richting gegeven aan de toekomstige ontwikkeling van dit gebied in die zin dat de aanwezige cultuurhistorische waarden behouden moeten blijven.

3.1.2 Provinciaal en regionaal beleid

Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010)

De provincie Noord-Holland heeft in het kader van de Wro een structuurvisie voor de gehele provincie opgesteld. In de structuurvisie Noord-Holland 2040 vormen drie hoofdbelangen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie:

  • ruimtelijke kwaliteit: hiervoor wordt vooral gefocust op behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen om de stad;
  • duurzaam ruimtegebruik: waarbij milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting en voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw, visserij en andere economische activiteiten een belangrijke rol spelen;
  • klimaatbestendigheid: voor voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, schoon drink-, grond- en oppervlaktewater en ruimte voor het opwekken van duurzame energie.

De provincie Noord-Holland wil de Noord-Hollandse (cultuur)landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerken te koesteren en te benutten bij nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe plannen dienen daarom de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristiek van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren. Om dit te kunnen toetsen, wordt door de provincie een regionaal Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie opgesteld.

De kustplaatsen zijn één van de belangrijkste toeristische trekpleister van Noord-Holland. De concurrentiepositie van de kustplaatsen staat onder druk, omdat ze qua accommodaties, voorzieningen en uitstraling niet altijd de kwaliteit bieden die tegenwoordig wordt gevraagd. De provincie Noord-Holland wil dat de kustplaatsen ook in de toekomst met andere toeristengebieden kunnen concurreren en richt zich op het stimuleren van de verbeteringen van de ruimtelijke kwaliteit en versterking van de identiteit van de badplaatsen.

Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie 2010

De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) vloeit voort uit het Uitvoeringsprogramma van de Provinciale Structuurvisie. In de PRVS worden voor een aantal onderwerpen regels gesteld die door rijksoverheid bij de provincies zijn neergelegd ter verdere uitwerking en/of aanvulling in een provinciale verordening. Op deze wijze komen de rijksregels 'getrapt' in bestemmingsplannen terecht. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen:

  • bundeling van verstedelijking en locatiebeleid economische activiteiten;
  • rijksbufferzones;
  • ecologische hoofdstructuur;
  • nationale landschappen;
  • het kustfundament;
  • het regionale watersysteem.

De regeling die is opgesteld in de PRVS heeft betrekking op de volgende onderwerpen:

  • de aanwijzing van bestaand bebouwd gebied;
  • mogelijkheden, kwaliteitseisen en Ruimte voor Ruimte voor het landelijk gebied;
  • werkfuncties en grootschalige detailhandel in Bestaand Bebouwd Gebied en landelijk gebied
  • de Groene ruimte;
  • de Blauwe ruimte;
  • energie (windturbines).

In het bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de regels die voor primaire waterkeringen zijn opgesteld. In artikel 28 van de verordening wordt hierop ingegaan. Er is hier een vrijwaringszone opgenomen waarbinnen een bestemmingsplan nieuwe bebouwing of gebruikt anders dan voor bebouwing, uitsluitend mag toestaan onder bepaalde voorwaarden.

Het Provinciaal Waterplan Noord Holland (2010-2015)

Het Provinciaal Waterplan Noord Holland (2010-2015) is het strategisch plan van de provincie op het gebied van water. De klimaatverandering, het steeds intensievere ruimtegebruik in Noord Holland en de toenemende economische waarde van wat beschermd moet worden, vragen om een herbezinning op het waterbeheer en ruimtelijke ontwikkeling. Het plan is zelfbindend voor de provincie en bevat het beleid voor de periode 2010-2015. Voor de ruimtelijke aspecten heeft het plan de status van een structuurvisie, op basis van de Wet ruimtelijke ordening. In het Waterplan benoemen we de provinciale waterbelangen en de ruimtelijke consequenties. In Noord- Holland zijn ruimtelijke opgaven uit het Waterplan integraal afgewogen bij de vaststelling van de Structuurvisie.

Het Waterplan geeft de provincie,  partners en belanghebbenden duidelijkheid over de strategische waterdoelen tot 2040 en acties tot 2015. Het collegeprogramma 'Krachtig, in Balans' vormt het uitgangspunt. Het motto van het Waterplan is beschermen, benutten & beleven en beheren van water. De totale financiële consequenties zijn op programmaniveau verwoord. De uitvoering van dit plan wordt versterkt en bewaakt door samen met onze partners een uitvoeringsprogramma op te stellen. Het uitvoeringsprogramma zal voor de periode 2010-2015 gelden, Dit programma bevat concrete afspraken per partij en er worden concrete tussendoelen en indicatoren geformuleerd.

Waterbeheersplan 2010-2015 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

In het Waterbeheersplan 2010-2015 beschrijft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de doelstellingen voor de periode 2010-2015 voor de drie kerntaken: veiligheid tegen overstromingen, droge voeten en schoon water. Hiermee wil het hoogheemraadschap anticiperen op de voorspelde extra wateroverlast, droogte en het verhoogde overstromingsrisico en het bewerkstelligen van een betere waterkwaliteit.

Beheersplan Waterkeringen 2006-2010 (2006)

In het Beheersplan Waterkeringen wordt het beleid en de randvoorwaarden voor het beheer en onderhoud van alle waterkeringen beschreven, zowel aan de zeezijde als langs alle binnenwateren. Het beheersplan vormt een basis voor de meerjarenplanning en kostenraming van het onderhoud. Hierbij is de veiligheid van het achterland de eerste prioriteit, voor zover mogelijk wordt rekening gehouden met andere zaken.

Beheersplan Waterkeringen 2006-2010 (2006)

In het Beheersplan Waterkeringen wordt het beleid en de randvoorwaarden voor het beheer en onderhoud van alle waterkeringen beschreven, zowel aan de zeezijde als langs alle binnenwateren. Het beheerplan vormt een basis voor de meerjarenplanning en kostenraming van het onderhoud. Hierbij is de veiligheid van het achterland de eerste prioriteit, voor zover mogelijk wordt rekening gehouden met andere zaken.

Nota Cultuurhistorische regioprofielen (2003)

Deze nota bevat zeven cultuurhistorische regioprofielen in Noord-Holland, zoals deze door GS voor de periode 2004-2007 zijn vastgesteld. In feite zijn de regioprofielen de beleidsmatige vertaling van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW), met uitzondering van de op de CHW opgenomen objecten. In de profielen is per regio aangegeven hoe de beleidsuitgangspunten kunnen worden geconcretiseerd. De profielen worden uitgewerkt in een op te stellen Uitvoeringsprogramma.

Bergen vormt samen met de gemeenten Alkmaar, Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heiloo en Uitgeest de regio Noord-Kennemerland. Een deel van de regio is, dankzij de unieke stapeling van archeologische, historisch-geografische en stedenbouwkundige waarden, aangewezen tot Belvedèregebied. Het gaat om delen van het grondgebied van de gemeenten Bergen, Heiloo, Castricum en Uitgeest. Om die reden zijn de uitgangspunten van de Nota Belvedère zoals hiervoor vermeld van toepassing.

Regionale detailhandelsstructuurvisie (2006)

In 2003 is in opdracht van KvK en MkB de Regionale Detailhandelsstructuurvisie Noordwest-Holland opgesteld. De detailhandelsstructuurvisie geeft richting aan winkelontwikkelingen in de regio, maar heeft geen formele status. Gestreefd wordt naar samenhang en duurzaamheid in de structuur en elkaar aanvullende winkelgebieden die tegemoetkomen aan de wensen van de moderne consument. Daarnaast wordt gestreefd naar heldere positionering in functie (boodschappen doen/recreatief winkelen/doelgerichte aankopen), omvang en branchering. Versterking van reguliere winkelgebieden staat voorop.

3.1.3 Gemeentelijk beleid

Visie op toerisme en recreatie (2005)

De visie op toerisme en recreatie in de gemeente Bergen geeft de centrale doelstellingen voor toerisme en recreatie weer en dient als leidraad voor het te ontwikkelen beleid en de uit te voeren uitwerkingspunten voor dit beleidsveld.

De visie heeft als belangrijkste doelstellingen:

  • het verhogen van de kwaliteit op het gebied van mobiliteit, ruimtelijke ordening, openbare ruimte, cultuurhistorische beleving en natuur;
  • verlenging van het toeristisch-recreatieve seizoen;
  • efficiënte samenwerking met alle bij het toerisme betrokken partijen;
  • voldoende draagvlak onder de inwoners van Bergen;
  • toerisme meer regionaal benaderen;
  • afstemming van activiteiten en visie met andere werkterreinen (bijvoorbeeld natuur, kunst en cultuur en ruimtelijke ordening), zowel intern als extern;
  • streven naar meer bestedingen van de toerist;
  • behoud en/of versterking van de toeristische positie van de verschillende kernen binnen de gemeente Bergen.

Om deze doelstellingen te bereiken zullen concrete maatregelen worden voorbereid waarbij gebruikgemaakt wordt van de unieke kwaliteiten en potenties van Bergen als geheel (het strand, de duinen en het achterland) en waarbij de aanwezige voorzieningen optimaal worden benut.

Woonbeleidsnota, verscheidenheid en identiteit (2005)

Belangrijke speerpunten in het woonbeleid zijn huisvesting voor starters en senioren. Starters hebben een zwakke positie op de woningmarkt en er is grote vraag naar seniorenhuisvesting in combinatie met welzijn en zorg.

Om goed aan te kunnen sluiten bij de woningbehoefte, houdt de gemeente rekening met de kwalitatieve woningbehoefte per kern, de spreiding over de kernen en spreiding in de tijd. Dit wordt uitgewerkt in een woningbouwprogramma per kern. Om aan de behoefte te kunnen voldoen, zijn tot 2010 minimaal 100 nieuwe woningen per jaar nodig (waarvan 30 sociale huurwoningen). Na 2010 wordt rekening gehouden met een groei van 40 woningen per jaar.

Daarnaast heeft de gemeente voor de periode tot 2015 onder andere als uitgangspunt:

  • 420 zorggeschikte woningen toevoegen;
  • door doorstroming en in mindere mate nieuwbouw, jaarlijks 170 woningen voor starters beschikbaar krijgen;
  • door aanpassing van de bestaande voorraad en nieuwbouw jaarlijks 130 woningen voor ouderen;
  • de huursector moderniseren door jaarlijks minimaal 50 bestaande woningen op te plussen, te slopen of te verkopen;
  • bij nieuwbouw is aanpasbaar, duurzaam en veilig bouwen uitgangspunt;
  • versterken van welzijnsdiensten.

Detailhandelsstructuurvisie Bergen (2006)

De Detailhandelsstructuurvisie Bergen (2006) beschrijft de visie waarmee de gemeente het bestaande winkelaanbod wil behouden en versterken. Daarnaast vormt het een toetsingskader waaraan bestaande en toekomstige initiatieven van marktpartijen worden getoetst.

In Bergen aan Zee is het aanbod met name gericht op recreatie. Er is geen sprake van een volwaardig voorzieningenniveau. Het beleid is gericht op behoud van het voorzieningenniveau in de kleine kernen, door zich nog meer te richten op toerisme (door aanpassing van het assortiment en langere openingstijden in het hoogseizoen).

Groenstructuurplan (1994)

Het gemeentelijke beleid aangaande de groenstructuur is opgenomen in het Groenstructuurplan. Het Groenstructuurplan geeft een totaalvisie op het groen met als doel de kwaliteit van de openbare ruimte, toegespitst op het openbaar groen, te behouden en te verbeteren. Om dit doel te kunnen bereiken wordt gewerkt met een vijftal doelstellingen. Ten eerste wordt er gewerkt aan intern en extern draagvlak. Daarnaast is een visie op beheer en een visie op de bomen ontwikkeld. Bij het groenbeheer wordt onderscheid gemaakt tussen gangbaar, milieuvriendelijk en natuurvriendelijk beheer. Ook de sfeer en de samenhang van de architectonische kwaliteit moeten worden verbeterd. Als laatste wordt ingezet op een verhoging van de ecologische kwaliteit. In de visie worden de verschillende onderdelen van de groenstructuur beschreven: het ecologische raamwerk, de verbindende lijnen en lommerrijke lanen, de plekken om bij stil te staan en het groen in de wijken.

Voor het plangebied zijn het Engelse park, het terrein rond het Vredeskerkje, het Parnassiapark en de Kuil als bijzondere elementen aangewezen. De Kuil is inmiddels bebouwd. Tevens is het reliëf van de duinen en de samenhang met het strand en de zee kenmerkend. De hoger gelegen Russenduin is een belangrijk oriëntatiepunt voor het dorp.

Strandnota (2008)

De gemeente Bergen heeft voor het recreatief gebruik van haar kustlijn de strandnota opgesteld. Doel van de strandnota is om aantrekkelijke stranden te creëren voor verschillende doelgroepen, het behouden en/of versterken van het economisch potentieel, natuur-, landschaps- en cultuurhistorische waarden en de kwaliteit van de waterkering. In de strandnota wordt in het licht van deze doelstelling helderheid gegeven over het gebruik van het strand door middel van een toekomstvisie, een toetsingskader en een uitvoeringsprogramma. In de toekomstvisie is inzicht gegeven in het gewenste profiel en het daarbij behorende gebruik van de stranden. In het beleidskader zijn de gemeentelijke beleidsregels opgenomen. Op grond hiervan kunnen nieuwe initiatieven worden beoordeeld. Hierbij wil de gemeente Bergen zich met name richten op innovatieve ideeën die uniek zijn voor het strand en de gebruikswaarden van het strand versterken.

Voor de stranden in de gemeente Bergen gelden de volgende uitgangspunten:

  • aantrekkelijke stranden voor verschillende doelgroepen;
  • behoud en versterken van het economisch potentieel;
  • behoud en versterken van natuur-, landschappelijke- en cultuurhistorische waarde;
  • behoud en verbetering van de kwaliteit van de waterkering.

Concreet betekent dit voor Bergen aan Zee dat tussen kilometerpaal 32.5 en 34.0 onder voorwaarden nieuwe bebouwing en uitbreiding van bestaande bebouwing is toegestaan. Daarbuiten wordt een conserverend beleid toegepast. Tussen kilometerpaal 32.6 en 33.6 is onder voorwaarden jaarrondexploitatie van horecabedrijven toegestaan. Hierbij zijn de eisen van het Hoogheemraadschap van groot belang.

Vertaling bestemmingsplan

Voor de strandpaviljoens die in het plangebied zijn opgenomen, geldt dat deze jaarrond geëxploiteerd mogen worden tussen kolometerpaal 32.6 en 33.6. Concreet betekent dit dat twee strandpaviljoens binnen het plangebied niet jaarrond geëxploiteerd mogen worden. In overleg met het Hoogheemraadschap is de locatie van de strandpaviljoens (afstand tot duinen) vastgesteld. Dit is vertaald naar de bouwvlakken die zijn opgenomen op de plankaart. Voorts is bepaald dat de paviljoens niet-permanent moeten worden gerealiseerd. Dit betekent dat bij (de verwachting op) hoog water de paviljoens in korte tijd verplaats moeten kunnen worden.

De oppervlaktes van de paviljoens zijn afgestemd op de vergunningen die in 2007 zijn afgegeven. Voor de paviljoens is daarbovenop een vergroting van 20% opgenomen. Dit is vertaald naar de verbeelding. Voor de voormalige uitgiftepunten is een oppervlakte van ten hoogste 250 m2 toegestaan.

De innovatieve ideeën wil de gemeente ondersteunen. De functies die hieronder vallen kunnen zeer uiteenlopend zijn. De gemeente beoordeelt deze innitiatieven afzonderlijk en zal gewenste initiatieven met een aparte juridisch-planologische procedure mogelijk maken.

Welstandsnota (2004)

Voor het gehele grondgebied van de gemeente Bergen heeft de gemeenteraad (juni 2004) een Welstandsnota vastgesteld. In deze nota zijn de criteria beschreven die ten grondslag liggen aan de welstandsbeoordeling bij het beoordelen van bouwplannen. In de nota komen, na een hoofdstuk over het ruimtelijke welstandsbeleid in Bergen, de welstandscriteria aan de orde. Allereerst komen daarbij de algemene welstandscriteria aan de orde, vervolgens de 'relatieve' welstandscriteria voor specifieke gebieden en objecten. Tot slot komen de 'absolute' criteria aan bod voor de sneltoets van veel voorkomende kleine bouwwerken.

Het hele gebied heeft een bijzonder welstandsniveau. Het welstandsbeleid voor Bergen aan Zee is gericht op het verbeteren van de stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische kwaliteiten in de dorpskern en het tegengaan van verrommeling. In de uitbreiding is het beleid gericht op behoud van het karakter van vrijstaande bebouwing in het duingebied.

Ruimtelijke visie op hotels en pensions (2008)

In de visie is het beleid voor de vestiging en uitbreiding van hotels en pensions opgenomen. Ook is beleid opgenomen voor het tegengestelde, namelijk omzetten van hotels naar woningen. Voor Bergen aan Zee geldt dat het centrum het gebied rondom het Van der Wijckplein betreft. Rond dit plein is de bebouwing intensiever en is de bouwhoogte hoger dan in de rest van de kern. In dit gebied wordt de vestiging van nieuwe hotels en uitbreiding van bestaande hotels gestimuleerd. Bergen aan Zee heeft in tegenstelling tot Egmond aan Zee een exclusief maar ingetogen karakter. Het karakter van de hotels en pensions in Bergen aan Zee dient daarom aan te sluiten op die identiteit van de kern. De locatie is derhalve uitermate geschikt voor de vestiging van exclusieve hotels in de zin van een speciale (kunstzinnige) uitstraling of filosofie. De kwaliteit van de openbare ruimte en de ruimtelijke structuur voldoet in de huidige situatie niet aan het beoogde karakter. Er dient dus actief beleid te worden gevoerd om de potentie van het gebied te benutten. Gedacht kan worden aan herinrichting van openbare ruimte. Buiten 'het centrum' van Bergen aan Zee dient in principe de kleinschaligheid te worden gehandhaafd om het verschil tussen beide gebieden te behouden en te versterken. Voor de kern Bergen aan Zee wordt derhalve uitgegaan van concentratie van accommodaties in met name het centrale deel en de directe zone hieraan grenzend.

Het voornoemde ontwikkelingskader voorziet in een gewenste ruimtelijke structuur van hotels en pensions. Daarmee wordt ook richting gegeven aan de (on)mogelijkheid voor de functieverandering van hotel naar woningen of appartementen. Binnen de zogenoemde concentratiegebieden (het centrum) is het in principe niet toegestaan hotels en pensions te sluiten of slopen voor de omzetting of nieuwbouw van woningen en/of appartementen. Om die reden zijn de bestaande pensions en hotels binnen het concentratiegebied specifiek bestemd voor deze functies. Het omgekeerde, het veranderen van een woonfunctie naar een hotel of pension, wordt binnen deze gebieden in beginsel gestimuleerd. In de gemengde gebieden is functieverandering slechts toegestaan als er een duidelijke kwaliteitsslag gemaakt wordt in de omgeving. Dat betekent dat ook hinderlijke, niet-passende bebouwing gesloopt moet worden.

Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen (2006)

Het Rioleringsplan geeft het beleid van de gemeente Bergen weer met betrekking tot riolering als onderdeel van de openbare ruimte en als onderdeel van het watersysteem. Dit beleid is opgesteld in overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland en het Ministerie van VROM. De doelen die de gemeente stelt zijn de inzameling van afvalwater, de inzameling van hemelwater, transport van ingezameld water, voorkomen van ongewenste emissies en voorkomen van overlast voor de omgeving.

Belangrijke voorwaarde in de rioleringszorg is: 'doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering'. Het plan beschrijft aldus hoe de gemeente ervoor zorgt dat de riolering in stand blijft. Ten slotte is een overzicht opgenomen van de taken van de rioolbeheerder.

Nota cultuurhistorie (2009)

De nota beoogt richtinggevend te zijn voor het beleid op het gebied van de nog aanwezige, tastbare cultuurhistorische waarden in het landschap en in de dorpen. Het beleid heeft betrekking op de drie pijlers van de cultuurhistorie: archeologie, landschap en bebouwing. De hoofduitgangspunten van de gemeente zijn:

  • naarmate de ontwikkelingslocatie een grotere cultuurhistorische waarde heeft, wordt de cultuurhistorie eerder in de besluitvorming betrokken; alle betrokkenen weten van te voren waar ze aan toe zijn;
  • bij ruimtelijke ingrepen wordt niet alleen onderzocht welke archeologische, maar ook welke andere cultuurhistorische waarden in het geding zijn;
  • Bergen is rijk aan cultuurhistorie. De cultuurhistorie is belangrijk voor de identiteit binnen de gemeente. Behoud en versterking van de cultuurhistorische waarden van de gemeente Bergen zijn de hoofduitgangspunten in het cultuurhistorische beleid;
  • cultuurhistorie betreft een zaak van de hele samenleving; toegankelijkheid en ontsluiting van de cultuurhistorie is voor bewoners en bezoekers;
  • cultuurhistorie betreft het object in zijn omgeving, maar ook de omgeving als zodanig;
  • de diverse kernen van Bergen hebben elk een eigen karakter of identiteit. De kernen staan niet los van het landschap, maar zijn daarin opgenomen. Het landschap heeft ook een identiteit. Tezamen vormen deze componenten de identiteit van Bergen. In de doelstelling en ambitie wordt geen hiërarchie van de componenten aangebracht, maar een gericht beleid op maat aangehouden.

Horecanota (2010)

Op 29 juni 2010 is de nota Gastvrij Bergen vastgesteld. Vanwege het belang van en de aandacht voor dit onderwerp is het van belang dat de uitgangspunten uit voornoemde nota verwerkt worden in het onderhavige bestemmingsplan.

De gemeente Bergen is een toeristische gemeente. De diversiteit van de omgeving en het aanbod van voorzieningen maken de gemeente aantrekkelijk voor zowel haar bewoners als bezoekers. Horeca speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast is de aanwezige horeca één van de belangrijkste economische factoren binnen de gemeente Bergen. Echter, de aanwezigheid van horeca levert naast een aantrekkelijk voorzieningsniveau ook een zekere belasting op voor de omgeving. De meeste Horeca komt voor in Bergen, Egmond aan Zee en Schoorl.

In de nota Gastvrij Bergen worden onderwerpen zoals uitgaangsgebieden, ontnuchteringszaken, exploitatievergunningen, sluitingstijden, terrassen, muziekvolume, ruimtelijke ordening en handhaving behandeld. De centra van Bergen en Egmond aan Zee zijn aangewezen als uitgangsgebied, waardoor verruiming van de openingstijden mogelijk is. Voor Bergen aan Zee, geldt niet.