direct naar inhoud van 4.5 Externe veiligheid
Plan: Bergen aan Zee
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG05000berzeekern-B001

4.5 Externe veiligheid

Normstelling en beleid

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:

  • bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water;
  • vervoer van gevaarlijke stoffen via leidingen.

In het externe veiligheidsbeleid wordt doorgaans onderscheid gemaakt tussen het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon op een bepaalde plaats overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen, indien hij onafgebroken6 en onbeschermd op die plaats zou verblijven. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting of langs een vervoersas. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep mensen van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

Risicovolle inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) geeft een wettelijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrichtingen. Het doel van het besluit is de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Op basis van het Bevi geldt voor het PR rondom een risicovolle inrichting een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten7. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situatie betreft.

Het Bevi bevat geen grenswaarde voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied rondom de inrichting. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriëntatiewaarde. Deze verantwoordingsplicht geldt zowel in bestaande als nieuwe situaties.

Onderzoek en resultaten

Vervoer van gevaarlijke stoffen

Binnen het plangebied en de directe omgeving vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over spoor-, water- en autowegen. Voor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen wordt verwezen naar de paragraaf kabels en leidingen.

Risicovolle inrichtingen

Volgens de informatie op de provinciale risicokaart is in het noordelijk deel van het plangebied de inrichting Bergen 2 (Verspyckweg 2) gelegen. Het betreft een gaswininstallatie van Taqa Energy bv. Deze inrichting valt niet onder het Bevi, maar behoort tot de overige risicovolle inrichtingen. De PR 10-6-contour ligt op 55 m van de inrichting. Binnen deze afstand zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gelegen. Momenteel is geen informatie bekend over de grootte van het invloedsgebied voor het groepsrisico, wel is bekend dat de oriënterende waarde voor het groepsrisico niet wordt overschreden.

Binnen het plangebied worden geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die leiden tot een verandering (toename) van de personendichtheid. De vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan heeft daarom geen invloed op de hoogte van het groepsrisico. Een nadere beschouwing van het groepsrisico is daarom achterwege gelaten.

Conclusie

Er wordt geconcludeerd dat het aspect externe veiligheid geen belemmering vormt voor de uitvoering van het voorliggend plan.