direct naar inhoud van 6.3 Bestemmingen
Plan: Bergen aan Zee
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG05000berzeekern-B001

6.3 Bestemmingen

6.3.1 Inleidende regels

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit artikel (Hoofdstuk I, artikel 1) zijn de in de regels gehanteerde begrippen verklaard.

Artikel 2 Wijze van meten

In artikel 2 is vastgelegd hoe onder andere hoogte, oppervlakte en inhoud moet worden gemeten.

6.3.2 Bestemmingsregels

Artikel 3 Bedrijven

De gronden ten behoeve van de gaswininstallatie van Taqa Energy bv. zijn bestemd voor bedrijf. Het perceel is volgens het huidige gebruik bestemd. Omdat het bedrijf niet past binnen de algemene toelaatbaarheid is op de verbeelding een aanduiding opgenomen. Ter plaatse van de gronden is het uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen. Nieuwe bedrijven worden in het plangebied uitgesloten. Verder zijn nutsvoorzieningen binnen de bestemming Bedrijf opgenomen. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waarbinnen een nutsgebouw is toegestaan. Tevens is op de verbeelding de maximale bouwhoogte opgenomen.

Artikel 4 Detailhandel

De detailhandel die niet gepaard gaat met wonen op de verdieping in het plangebied is bestemd voor Detailhandel. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de bebouwing moet worden gerealiseerd. Op het strand zijn voorts enkele verkooppunten aanwezig. Deze verkooppunten zijn, net als de strandpaviljoens, bestemd voor Recreatie-Dagrecreatie, waarbij op de verbeelding de begrenzing van de bebouwing wordt vastgelegd.

Artikel 5 en 6 Gemengd 1 en 2

De bestemming GD-1 is opgenomen de percelen waar op de begane grond detailhandel voorkomt en op de verdieping wordt gewoond. GD-2 is opgenomen voor de percelen aan de Elzenlaan waar horeca wordt gecombineerd of kan worden gecombineerd met de woonfunctie.

Op de verbeelding is de begrenzing van de bebouwing vastgelegd, evenals de goot- en bouwhoogte. Er is hierbij rekening gehouden met enige uitbreidingsmogelijkheden. Bij het toekennen van de maximale goot- en bouwhoogte is uitgegaan van de bestaande bebouwing dan wel de bestaande mogelijkheden uit de vigerende bestemmingsplannen.

Artikel 7 en 10 Groen en natuur

Groen

Voor de in het plangebied aanwezige groenstructuur is de bestemming Groen opgenomen. Het onderscheid met de groenvoorzieningen uit de bestemming Verkeer en Verkeer-Verblijfsgebied (zie hierna) is, dat in deze bestemming de structurele groenvoorzieningen en de waardevolle groengebieden zijn opgenomen. In deze bestemming is de uitwisseling van functies in het openbare gebied niet aan de orde. Naast het feitelijke groen zijn binnen deze bestemming ook speelvoorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan.

Natuur

De gronden binnen de grenzen van de Natuurbeschermingswet zijn opgenomen in de bestemming Natuur. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

Voor beide bestemmingen geldt dat bebouwing in principe uitsluitend is toegestaan in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals bijvoorbeeld rioolgemalen, nutsvoorzieningen en straatmeubilair), tot een maximumhoogte van 3 m, met uitzondering van straatmeubilair, zoals lantaarnpalen, etc. Tevens is een omgevingsvergunning nodig om onder andere het afgraven en ophogen van gronden en het kappen van bomen tegen te gaan.

Artikel 8 Horeca

De in het plangebied voorkomende horecagelegenheden bestaan voornamelijk uit hotels, pensions, café-restaurants en strandpaviljoens. De strandpaviljoens en verkooppunten zijn opgenomen in de bestemming Recreatie-Dagrecreatie.

Alle in het plangebied voorkomende horecavestigingen vallen binnen de algemene toelaatbaarheid. Het is niet gewenst horecabedrijven uit een hogere categorie toe te staan in het plangebied. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen waarbij, waar mogelijk, enige mogelijkheid is voor uitbreiding. De maximale goot- en bouwhoogten zijn op de verbeelding aangegeven op basis van vigerende regelingen. Teneinde het zeeaquarium positief te bestemmen, is binnen de bestemming Horeca, de aanduiding 'cultuur en ontspanning' ter plaatse opgenomen. Gemeentelijk beleid is om het omzetten van hotels en pensions in het concentratiegebied tegen te gaan. Deze hotels en pensions zijn voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca – 1', waarmee ter plaatse uitsluitend deze functies zijn voorzien. Gezien het begrip van hotel (zie artikel 1) zijn restaurants eveneens toegestaan binnen een hotel.

Artikel 9 Maatschappelijk

De verenigingsgebouwen en de kerk zijn opgenomen in de bestemming Maatschappelijk. Voor de kerk is een ruimere bestemmingsomschrijving opgenomen om zo alle functies die de kerk heeft mogelijk te maken. In de kerk worden, naast kerkdiensten, regelmatig burgerhuwelijken voltrokken en worden in de zomerperiode concerten gehouden. Op de verbeelding is een bouwvlak opgenomen met een maximale goot- en bouwhoogte. Op het strand zijn voorts enkele verenigingsgebouwen aanwezig en ook het gebouw van de reddingsmaatschappij. Deze gebouwen zijn bestemd voor Recreatie-dagrecreatie met de aanduiding 'maatschappelijk'.

Artikel 10 en 11 Recreatie

De recreatieve functies zijn onderverdeeld in verblijfs- en dagrecreatie. De tennisbanen en de midgetgolfbaan zijn opgenomen in de bestemming Recreatie-Dagrecreatie. Voor de reeds aanwezige gebouwen is een bouwvlak op de verbeelding opgenomen met daarin de toegestane goot- en bouwhoogte. Verder is het strand bestemd voor Dagrecreatie. Op de verbeelding wordt tevens een ruim bouwvlak opgenomen waarbinnen de strandpaviljoens en verkooppunten zijn toegestaan. De maximale oppervlaktemaat is op de verbeelding opgenomen. Deze is afgestemd op mogelijkheden voor uitbreiding van strandpaviljoens en verkooppunten, zoals voortvloeit uit de Strandnota. De oppervlakte is als volgt tot stand gekomen: strandpaviljoens mogen met 20% mogen worden uitgebreid, tot een maximum van 750 m², verkooppunten mogen worden uitgebreid tot een maximum van 250 m². Voorts is horeca toegestaan uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten. In de begrippen is voor jaarrond strandpaviljoen opgenomen dat het een strandpaviljoen is in niet-permanente bebouwing. Hiermee wordt beoogd dat de jaarrond strandpaviljoens demontabel zijn, zodat ze binnen korte tijd weggehaald kunnen worden, bijvoorbeeld in geval van (extreem) hoog water.

Met uitzondering van de paviljoens Uit de kunst en Offshore, zijn alle paviljoens en verkooppunten gelegen in het gebied waar jaarrondbebouwing is toegestaan (allen gelegen tussen kilometerpaal 32,6 en 33,6). Voor de uitzonderingen is een aanduiding op de kaart opgenomen.

In de specifieke gebruiksregels is opgenomen dat buiten de gebouwde voorzieningen voor de strandpaviljoens en verkooppunten uitsluitend onbebouwde terrassen zijn toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 20 m2.

De appartementen en recreatiewoningen (niet zijnde recreatiewoningen op particuliere erven) in het plangebied zijn opgenomen in de bestemming Verblijfsrecreatie. De nu aanwezige bouwrechten worden overgenomen in de planregels. Voor de hoofdgebouwen wordt op de verbeelding een bouwvlak opgenomen waarin tevens de goot- en bouwhoogte staat aangegeven. Naast hoofdgebouwen is het tevens mogelijk bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op te richten.

Artikel 13 Tuin

In tegenstelling tot de achtererven en gedeelten van zijerven bij woningen, worden de voortuinen en (delen van) zijtuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen niet onder de bestemming Wonen opgenomen, maar apart bestemd als Tuin. Alleen erf- en perceelsafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 m, zijn hier toegestaan. Paardenbakken zijn uitgesloten. Er is een mogelijkheid tot afwijking opgenomen voor aan- en uitbouwen binnen de bestemming Tuin (bijvoorbeeld in de vorm van erkers en serres).

Onder artikel 13.2.2 3 sub b is een uitzondering gemaakt op de algemene regeling ten aanzien van de hoogte van erfafscheidingen achter de achtergevel van de woning (zie ook kopje erfbebouwing). Hieronder een illustratie ter verduidelijking van dit artikel.

afbeelding "i_NL.IMRO.0373.BPG05000berzeekern-B001_0008.png"

Artikel 14 Tuin-Duinen

De gronden die grenzen aan de bestemming Wonen-Duinen (zie ook hierna) zijn bestemd voor Tuin-Duinen. De gronden grenzen aan de natuurgebieden rondom Bergen aan Zee en hebben natuur- en landschapswaarden. Om deze waarden te beschermen, is ter plaatse van de gronden uitsluitend de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan (tot 1 m hoog). In de planregels is een afwijking opgenomen voor het realiseren van garages aan de voorzijde van de woning. Een en ander is afhankelijk van de hoogteverschillen in het terrein en de mogelijkheden om binnen het bouwvlak Wonen-Duinen een garage te kunnen realiseren. De garages dienen landschappelijk te worden ingepast.

Tevens is er een mogelijkheid tot afwijking opgenomen om, met inachtneming van diverse voorwaarden, een uitbreiding van het hoofdgebouw (woning) dat gelegen is binnen de bestemming Wonen-Duinen mogelijk te maken.

Tot slot is er binnen deze bestemming een omgevingsvergunningsstelsel opgenomen om onder andere het afgraven en ophogen van gronden en het aanplanten van opgaande beplanting tegen te gaan.

Artikel 15 en 16 Verkeer en Verkeer-Verblijfsgebied

Wegen met een 50 km/h-regime zijn bestemd voor Verkeer. Dit geldt uitsluitend voor het deel van de Zeeweg tot de kruising met de Paulineweg. De overige wegen in het plangebied, overwegend 30 km/h-wegen, zijn bestemd voor Verkeer-Verblijfsgebied.

Naast de wegen, vallen binnen deze bestemmingen de openbare ruimten en de groenvoorzieningen die niet worden gerekend tot het structurele groen van het gebied, zoals bermen langs wegen. Binnen deze bestemming is uitwisselbaarheid van verschillende functies in het openbare gebied toegestaan.

Artikel 17, 18 en 19 Wonen

Wonen-1

De bestemming Wonen-1 is opgenomen voor woongebieden en percelen met aaneengebouwde woningen (twee-aaneengebouwde- of rijtjeswoningen) en vrijstaande woningen in een strakke stedenbouwkundige setting. Deze woningen komen onder andere voor in de dorpskern.

Rond deze woningen wordt een strak bouwvlak opgenomen. Dit betekent dat het hoofdgebouw niet uitgebreid mag worden. Uitbreidingen kunnen uitsluitend plaatsvinden in de vorm van aan- of uitbouwen. Uitbreiding van de hoofdgebouwen is niet wenselijk om dat dit doorgaans directe invloed heeft op de gebruikswaarde van naastgelegen percelen. Daar waar vrijstaande woningen aanwezig zijn dan wel twee-aaneengebouwde woningen, worden deze aangeduid met (vrij) respectievelijk (tae). Het aantal woningen mag ter plaatse niet toenemen. Gestapelde woningen (appartementen) worden aangeduid met (gs).

Met betrekking tot de bebouwing op de percelen (zowel hoofdgebouwen als erfbebouwing), geldt een maximaal bebouwingspercentage ten opzichte van het bouwperceel. Voor vrijstaande woningen bedraagt dit percentage 35%, voor twee-aaneengebouwde en hoekwoningen 40% en voor tussenwoningen 45%.

Vanuit ruimtelijk oogpunt is ervoor gekozen dat aan- en uitbouwen op minimaal 3 m achter de voorgevel moeten worden gebouwd (zie ook hierna onder het kopje Erfbebouwing).

Een aantal percelen binnen de bestemming W-1 is landschappelijk waardevol. Deze percelen krijgen een aanduiding op de verbeelding. Voor deze percelen geldt een omgevingsvergunningenstelsel. De aanwezige landschappelijke waarden worden zo beschermd, omdat voor verschillende werken en werkzaamheden (onder andere het afgraven van gronden en het aanleggen van verhardingen) een omgevingsvergunning is vereist. Deze vergunning wordt niet verleend indien daarmee de aanwezige waarden (onevenredig) worden aangetast.

Wonen-2

Deze bestemming is bedoeld voor vrijstaande woningen die niet in een strakke stedenbouwkundige setting zijn gebouwd en niet zijn gelegen in de duinen. Dit geldt onder andere voor de woningen ten oosten van de Julianalaan en ten noorden van de Jacob Kalffweg. Om deze opzet te behouden, worden alleen vrijstaande woningen toegestaan en wordt door de ligging van het bouwvlak de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen vastgelegd (minimaal 3 m, tenzij deze afstand nu reeds minder is). Zo blijven de open ruimten tussen de hoofdgebouwen gewaarborgd. Het bouwvlak wordt zodanig gekozen, dat de huidige afstand tot de weg gewaarborgd blijft. De breedte en de diepte van het bouwvlak bedraagt niet meer dan 15 m.

Door de hierboven uiteengezette keuze voor het projecteren van de bouwvlakken, wordt de oppervlakte van hoofdgebouwen gereguleerd (hoofdgebouwen mogen niet buiten het bouwvlak). Daarnaast wordt een bebouwingspercentage opgenomen voor alle bebouwing (hoofdgebouwen en erfbebouwing). Tot slot wordt voor de woonpercelen binnen deze bestemming een maximale oppervlakte voor het hoofdgebouw opgenomen.

Vanuit ruimtelijk oogpunt is ervoor gekozen om aan- en uitbouwen op minimaal 3 m achter de voorgevel te worden gebouwd (zie ook hierna onder het kopje Erfbebouwing).

Het landschappelijk waardevolle karakter, dat met name gevormd wordt door het duin- en bosgebied en de niveauverschillen, wordt in dit gebied beschermd door het opnemen van een omgevingsvergunningenstelsel. De aanwezige landschappelijke waarden worden zo beschermd, omdat voor verschillende werken en werkzaamheden (onder andere het afgraven van gronden en het aanleggen van verhardingen) een omgevingsvergunning is vereist. Deze vergunning wordt niet verleend indien daarmee de aanwezige waarden (onevenredig) worden aangetast.

Wonen-Duinen

De villa's in de duinen zijn bestemd als Wonen-Duinen. Deze woningen zijn gelegen aan de Parkweg, Transvaal, aan de zuidzijde van de Zeeweg en tussen de Rehbockweg, de Julianastraat en de C.F. Zeilerboulevard. De woningen zijn hier geplaatst in het duinlandschap dat vanuit het omliggende natuurgebied de wijk binnenkomt. Om het landelijke karakter te behouden, mag op de percelen geen vrijstaande erfbebouwing worden gebouwd. Binnen deze bestemming zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan. Om de open ruimte te waarborgen, is een beperkt bouwvlak op de kaart opgenomen waarbinnen zowel de hoofdgebouwen als de aan- en bijgebouwen moeten worden gerealiseerd. In afwijking van het hierna gestelde onder erfbebouwing, mag de oppervlakte aan aan- en uitbouwen maximaal 25% van het bouwvlak bedragen tot een maximum van 50 m²

De gronden rondom het bouwvlak krijgen een specifieke bestemming (Tuin-Duinen) teneinde het duinlandschap te beschermen. Op een aantal percelen is aan de voorzijde een garage gerealiseerd. Om ook in de toekomst garages mogelijk te maken, wordt een afwijking opgenomen voor de bouw van een losstaand bijgebouw aan de voorzijde van het perceel. Om voor een afwijking in aanmerking te komen, moet het bouwplan aan bepaalde voorwaarden voldoen. Een van deze voorwaarden is dat het bouwplan moet worden ingepast in de omgeving. Een en ander is geregeld in artikel 14 Tuin-Duinen. Voorts is er binnen de bestemming Tuin-Duinen een mogelijkheid opgenomen om een uitbreiding van het hoofdgebouw, met inachtneming van diverse voorwaarden, mogelijk te maken.

Erfbebouwing

Gebouwen en overkappingen

Binnen de woonbestemmingen wordt naast het hoofdgebouw erfbebouwing toegestaan in de vorm van aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen (al dan niet aan het hoofdgebouw gebouwd) onder een aantal voorwaarden. De gronden bestemd voor Tuin, komen in beginsel niet voor gebouwen en overkappingen in aanmerking (zie ook kopje Tuin en Tuin-Duinen). Hierna wordt ingegaan op een aantal aspecten met betrekking tot erfbebouwing.

Oppervlakte

De maximale oppervlakte van erfbebouwing bedraagt 50 m², mits een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt blijft. Dit om voldoende buitenruimte te garanderen. Voor percelen vanaf 500 m² geldt voorts dat een grotere oppervlakte is toegestaan. Het betreft een gestaffelde regeling. De maximale oppervlakte mag bij percelen:

  • tussen de 500 m² en 600 m² : 55 m² bedragen;
  • tussen de 600 m² en 700 m² : 60 m² bedragen;
  • tussen de 700 m² en 800 m² : 65 m² bedragen;
  • tussen de {}{}800 m² en 900 m² : 70 m² bedragen;
  • vanaf 900 m² : 75 m² bedragen.

Overigens dient tevens het bebouwingspercentage dat geldt voor het betreffende bouwperceel in acht te worden genomen (zie onder het kopje Wonen). Het percentage heeft betrekking op zowel het hoofdgebouw als de erfbebouwing.

Recreatiewoningen

Als gevolg van het raadsbesluit van 27 juni 2007 met betrekking tot recreatiewoningen op particuliere erven bij woningen, wordt op de kaart met de aanduiding (rw) aangegeven waar recreatiewoningen zijn toegestaan. Het betreft hier bestaande situaties en de bestaande planologische mogelijkheden volgens de vigerende regelingen. De recreatiewoning wordt gezien als behorend bij de erfbebouwing van het woonperceel. Dit betekent dat de maximaal toegestane oppervlakte aan erfbebouwing niet mag worden overschreden. Er mag een vrijstaand bijgebouw worden opgericht met een oppervlak van maximaal 50 m².

Hoogte

De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen, vrijstaande recreatiewoningen en vrijstaande overkappingen, mag bij vrijstaande woningen niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m. Dakkapellen, gevelopbouwen en dakopbouwen zijn niet toegestaan. Voor aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen geldt dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 25 cm boven de begane grondlaag van het hoofdgebouw met een maximum van 4 m. Dit betekent dat de aan- en uitbouwen in beginsel niet voorzien mogen worden van een kap (tenzij er sprake is van een flauwe kap die binnen de toegestane bouwhoogte mogelijk is). Er wordt een mogelijkheid tot afwijking opgenomen om, indien dit vanwege de afstemming op het hoofdgebouw wenselijk is, een kap op een aan- of uitbouw of een bijgebouw bij een niet-vrijstaande woning te realiseren.

Afstanden

Erfbebouwing bij vrijstaande woningen dient altijd op een afstand van minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden opgericht. Zo blijft het karakter van de erfbebouwing ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Voor bestaande gebouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw wordt een uitzondering gemaakt. Deze worden specifiek op de verbeelding aangeduid. Dit is onder andere het geval bij garages.

Om overlast voor naastgelegen percelen dan wel anderszins ongewenste situaties te voorkomen, wordt bepaald dat de diepte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel niet meer mag bedragen dan 3 m en de breedte van aan- en uitbouwen aan de zijgevel niet meer dan 3,5 m (dit is voldoende breed voor een garage). Bovendien wordt bepaald dat de afstand van erfbebouwing tot de zijdelingse perceelsgrens bij vrijstaande woningen niet minder mag bedragen dan 2 m. Voor smalle percelen wordt een uitzondering gemaakt. Bij andere dan vrijstaande woningen dient de erfbebouwing of in de zijdelingse perceelgrens of op een afstand van ten minste 1 m van de zijdelingse perceelgrens te worden gebouwd.

Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen de woonbestemmingen zijn tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals erf- en terreinafscheidingen. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelrooilijn (bij hoekpercelen is er sprake van twee voorgevelrooilijnen) mag niet meer bedragen dan 1 m en voor het overige niet meer dan 2 m. Op voor- en zijtuinen die grenzen aan de weg mogen de afscheidingen dus niet hoger zijn dan 1 m. De hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m.

Aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Binnen de woonbestemming worden mogelijkheden opgenomen voor het uitoefenen van aan-huis-gebonden beroepen. Onder een aan-huis-gebonden beroep wordt verstaan het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing wordt uitgeoefend.

Tevens wordt toegestaan dat binnen de woonbestemming onder een aantal voorwaarden kleinschalige bedrijvigheid kan worden uitgeoefend. Het betreft hier activiteiten die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. Het gaat hier om bedrijvigheid die verenigbaar is met de woonfunctie en welke niet leidt tot aantasting van de woonkwaliteit en welke niet leidt tot parkeeroverlast. Voorbeelden van de toegestane bedrijvigheid is een kapper aan huis, bed & breakfast, een kunstenaar of een kleinschalig ambachtelijk bedrijfje (bijvoorbeeld maken van sieraden). Horeca en detailhandel worden - vanwege de mogelijke negatieve effecten op de omgeving - uitgesloten.

De activiteit dient te worden uitgevoerd door de bewoner van de woning. De oppervlakte die gebruikt mag worden voor een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijvigheid, is aan een maximum (25% van het woonoppervlak met een maximum van 50 m²) gebonden om te voorkomen dat het woonkarakter wordt verdrongen door de niet-woonfunctie.

Artikel 20 Leiding-Gas

Aan weerszijden van de gasleiding is een beschermingszone opgenomen. Binnen deze zone is het uitsluitend toegestaan bouwwerken, geen gebouwen zijnde, te bouwen met een maximale hoogte van 3 m. Tevens is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen voor werkzaamheden in de grond. Een omgevingsvergunning wordt alleen verleend wanneer door de werkzaamheden het belang van de leiding niet onevenredig wordt geschaad.

Artikel 21 Waarden-Archeologie

De archeologische waarden in plangebied worden beschermd door middel van de dubbelbestemming Waarden-Archeologie.

In het gehele plangebied komt alleen de vierde categorie (rekening houden met archeologie vanaf planomvang van 2.500 m² en groter, grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm) voor (zie paragraaf 5.2.6), in combinatie met de situatie waarbij de beoogde grondroerende werkzaamheden dieper reiken dan 6 m boven NAP. In dit archeologieregime dient bij alle grondroerende werkzaamheden dieper dan 40 cm binnen een planomvang van 2.500 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden indien de werkzaamheden reiken tot beneden een diepte van 6 m boven NAP.

Artikel 22 Waterstaat-Waterkering

Omdat de duinen en de kust onderdeel zijn van de zeewering, is ter plaatse van deze gronden de dubbelbestemming Waterstaat-Waterkering opgenomen. Binnen de dubbelbestemming mogen geen nieuwe bouwwerken worden gebouwd. Wel mogen bestaande bouwwerken worden vervangen. Het bevoegd gezag kan afwijkenvan het bovenstaande. Hierbij moet worden aangetoond dat het waterstaatsbelang door de bouwactiviteiten niet onevenredig wordt geschaad.

6.3.3 Algemene regels

Artikel 23 Antidubbeltelregel

Het doel van de antidubbeltelregel is te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het opengebleven terrein nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 24 Algemene bouwregels

24.1. Overschrijding bouwgrenzen

De op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen worden overschreden met kleine bouwdelen. In het eerste lid van artikel 24 is geregeld hoe groot de overschrijding mag zijn en onder welke voorwaarden.

24.2. Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

Het artikel Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten betreft uitsluitend een bouwbepaling en geen gebruiksbepaling. Met deze bepaling wordt voorkomen, dat bestaande bouwwerken, die wat betreft afstandsmaten of andere maten afwijken van de maatvoering zoals vastgelegd in dit bestemmingsplan, onder het overgangsrecht komen te vallen.

Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak (3 augustus 2005) blijkt, dat deze algemene bepaling aanvaardbaar is. Een gedetailleerde inventarisatie en individuele beoordeling van afwijkingen zijn niet nodig. Het is ook onjuist ervan uit te gaan, dat hiervoor separate bouwvoorschriften nodig zijn. Essentieel is dat het gaat om bevestiging van bestaande, afwijkende situaties, zodat bij beoordeling van een omgevingsvergunning direct duidelijk is welke maat bepalend is: namelijk de bestaande maat. Hiermee ligt objectief de strekking van de bepaling vast. Daar waar daadwerkelijk andere situaties worden nagestreefd, is dit door andere bestemmingen of bouwbepalingen vastgelegd. Dit komt overigens in dit bestemmingsplan niet voor. In de bepaling is nadrukkelijk vastgelegd dat op de bedoelde bestaande afwijkingen het overgangsrecht niet van toepassing is. Onder de oppervlaktematen valt ook het bebouwingspercentage.

24.3. Kap

Er is bepaald dat gebouwen - tenzij alleen een bouwhoogte is aangegeven op de plankaart - afgedekt dienen te worden met een kap. Hiervoor is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen.

Voorts is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen om gevelopbouwen toe te staan.

Artikel 25 Algemene afwijkingsregel

Voor ondergeschikte afwijkingen van het bestemmingsplan is een algemene bevoegdheid tot afwijken opgenomen. De onderhavige regeling voorziet in verband met de gewenste duidelijkheid, in een objectieve begrenzing van het toepassingsbereik van de afwijking.

Artikel 26 Wijzigingsregel

In dit artikel is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen ten behoeve van kleine overschrijdingen van de bestemmingsgrenzen.

Artikel 27 Uitsluiting aanvullende werking bouwverordening

Bij globale bestemmingsplannen bestaat de kans dat bij toetsing van bouwaanvragen sprake is van aanvullende werking van de bouwverordening, omdat het bestemmingsplan ter zake van de stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening (zoals rooilijnen) niets regelt. Deze aanvullende werking kan ongewenst zijn, omdat het bestemmingsplan met opzet globaal is gehouden ten aanzien van deze onderwerpen. Hoewel het bestemmingsplan behoorlijk gedetailleerd is, is desondanks en om onduidelijkheden te voorkomen een artikel opgenomen waarmee voorkomen wordt dat bepalingen uit de bouwverordening alsnog van toepassing kunnen zijn.

Artikel 28 Overige regels

Werking wettelijke regelingen

In de regels bij bestemmingsplannen wordt in een (toenemend) aantal gevallen met verwijzing naar een (andere) wettelijke regeling een procedure, begrip en/of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard. Zo ook in dit bestemmingsplan.

Sinds jaar en dag mag van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wro worden gewijzigd en heeft de Afdeling er bezwaren tegen dat een plan impliciet kan worden gewijzigd, zoals het geval kan zijn als zonder verdere aanduiding een van-toepassing-verklaring van een wettelijke regeling in de planregels is opgenomen.

Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Wordt dit nagelaten dan bestaat het risico dat de ABRS een vastgesteld bestemmingsplan alsnog vernietigt

6.3.4 Overgangs- en slotregels

Artikel 29 Overgangsrecht

In artikel 3.2.1. van het Bro zijn standaardregels opgenomen met betrekking tot het overgangsrecht voor bouwwerken en gebruik. Deze maken onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

Artikel 30 Slotregel

Het laatste artikel van de planregels betreft de citeertitel van het onderhavige bestemmingsplan.