direct naar inhoud van 4.10 Archeologie
Plan: Hotel Merlet
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG04002merlet-B001

4.10 Archeologie

Regelgeving en beleid

Wet archeologische monumentenzorg

Op 1 september 2007 is de wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Hiermee worden de uitgangspunten van het Verdrag van Malta binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen: 'de veroorzaker betaalt'.

Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient door de initiatiefnemer voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. Het belangrijkste doel is de bescherming van het archeologische in de bodem (in situ) omdat de bodem doorgaans de beste garantie biedt voor een goede conservering. Er wordt uitgegaan van het basisprincipe de 'verstoorder' betaalt voor het opgraven en het documenteren van de aangetroffen waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.

Onderzoek

Volgens de archeologische waardenkaart van de provincie Noord-Holland zijn er in het plangebied geen bekende archeologische waarden aanwezig. Ten noorden van het plangebied zijn er wel waardevolle en zeer waardevolle archeologische gebieden bekend. In het kader van het bestemmingsplan Dorpskern Schoorl en omliggende kernen is een bureauonderzoek naar de archeologische waarden uitgevoerd door Stichting Steunpunt Cultureel Erfgoed Noord-Holland. Het onderhavige plangebied is daarin aangewezen als archeologisch waardevol gebied van de derde categorie. In dit archeologieregime dient bij grondroerende werkzaamheden binnen een planomvang van 500 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden.

Conclusie

Het plangebied is nu grotendeels bebouwd. Dat betekent dat in het verleden de bodem reeds verstoord is. De ingreep is bovendien kleiner dan 500 m². Dit betekent dat er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. Eventuele vondsten gedaan tijdens bijvoorbeeld de planuitvoering vallen wel onder de meldingsplicht zoals vastgelegd in artikel 53 van de Wet op de archeologische monumentenzorg. Tijdens de grondwerkzaamheden wordt, gelet op de vondsten op naburige percelen, geadviseerd een archeoloog ter plaatse te hebben. In het bestemmingsplan zal, conform de regeling van de gemeente Bergen, een dubbelbestemming worden opgenomen ten behoeve van archeologische waarde.