direct naar inhoud van 5.3 Bestemmingsregels
Plan: Herenweg 58
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01201herenweg58-B001

5.3 Bestemmingsregels

artikel 3 Tuin

In tegenstelling tot de achtererven en gedeelten van zijerven bij woningen, worden de voortuinen en (delen van) zijtuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen niet onder de bestemming Wonen opgenomen, maar apart bestemd als Tuin. Op de gronden zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, met uitzondering van paardenbakken en zwembaden toegestaan. Daarnaast zijn ten behoeve van de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen dakoverstekken met een breedte van ten hoogste 1 m toegestaan. Verder is bouwen binnen de tuinbestemming uitgesloten.

artikel 4 Verkeer

De beoogde langsparkeerplaatsen worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming Verkeer. Op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd.

artikel 5 Wonen - 1

De woningen worden mogelijk gemaakt binnen de bestemming Wonen - 1. Op deze gronden is wonen mogelijk met daaronder begrepen aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. De ligging van de hoofdgebouwen is op de verbeelding vastgelegd. Ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' is één vrijstaande woning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn ten hoogste twee woningen toegestaan. Deze woningen moeten twee-aaneen worden gebouwd. Op elk bouwvlak is een maximale goot- en bouwhoogte aangegeven (maximale goot- en bouwhoogte (m)). De maximale bouwhoogte van de twee-onder-een-kapwoningen bedraagt ten hoogste 10 m en de goothoogte ten hoogste 4 m. De maximale bouwhoogte van de bestaande vrijstaande woning bedraagt ten hoogste 10 m en de goothoogte ten hoogste 4 m. De maximale bouwhoogte van de nieuwe vrijstaande woning bedraagt ten hoogste 10 m en de goothoogte ten hoogste 7 m. Om de twee-onder-een-kapwoningen te kunnen voorzien van een gevelopbouw is het realiseren van een gevelopbouw onder voorwaarden toegestaan.

Voor aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen geldt dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 25 cm boven de begane grondlaag van het hoofdgebouw met een maximum van 4 m. Dit betekent dat de aan- en uitbouwen in beginsel niet voorzien mogen worden van een kap (tenzij er sprake is van een flauwe kap die binnen de toegestane bouwhoogte mogelijk is). Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen om indien dit vanwege de afstemming op het hoofdgebouw wenselijk is, een kap op een aan- of uitbouw of een bijgebouw bij een niet-vrijstaande woning te realiseren.

artikel 6 Waarde - Archeologie 2

De dubbelbestemming Waarde - Archeologie - 2 is gehanteerd voor het gehele plangebied dat een hoge tot zeer hoge archeologische verwachtingswaarde heeft. In dit archeologie regime dient bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 35 cm en met een omvang van 50 m² of groter met de aanwezigheid van archeologische waarden rekening gehouden te worden. In de planregels van de dubbelbestemming Archeologie is aangegeven wat is toegestaan binnen welk archeologisch regime. In het plangebied geldt dat uitsluitend een bodemverstorende ingreep is toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 50 m². Hiervan kan worden afgeweken indien door middel van een archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden aanwezig zijn. Hetzelfde geldt voor een aantal werken en werkzaamheden. In het plangebied geldt een omgevingsvergunningplicht indien grondroerende werkzaamheden op een bepaalde diepte worden uitgevoerd.