direct naar inhoud van 6.3 Planregels
Plan: Kernen Egmond
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG10000kernenegmd-B001

6.3 Planregels

6.3.1 Inleidende regels

artikel 1 Begripsbepalingen

De in de regels gebruikte begrippen worden hierin omschreven ter voorkoming van misverstanden of verschil in interpretatie.

artikel 2 Wijze van meten

Dit betreft een omschrijving van de wijze waarop het meten dient plaats te vinden.

6.3.2 Bestemmingen

artikel 3 Agrarisch & artikel 4 Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden

Dit bestemmingsplan kent twee verschillende agrarische bestemmingen. Door voor deze systematiek te kiezen, is het mogelijk voor de gronden aparte regelingen op te nemen waardoor aanwezige waarden worden beschermd. Om dit te bewerkstelligen, wordt onderscheid gemaakt in bijvoorbeeld het toegestane grondgebruik en de bouwmogelijkheden. De bestemming Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden is opgenomen voor de open gronden om zo deze waarden te beschermen.

Voor de aanwezige agrarische bedrijven zijn bouwvlakken opgenomen, conform de thans geldende plannen. Binnen het toegekende bouwvlak dienen de bedrijfsgebouwen, de bedrijfswoning, de bijgebouwen en de bouwwerken, geen gebouwen zijnde (met uitzondering van erf- en terreinafscheidingen), te worden gesitueerd. Dit betekent dat ook mestopslag, paardenbakken, sleufsilo's en kuilplaten binnen het bouwvlak worden gesitueerd.

Agrarische bouwvlakken mogen, met inachtneming van de van toepassing zijnde bouwregels, volledig worden bebouwd. Bij agrarische bedrijven kan één bedrijfswoning aanwezig. Dit is middels een aanduiding aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - paardenbak' is tevens een paardenbak toegestaan.

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

Op de gronden met de bestemming Agrarisch met waarden - Landschappelijke waarden is een vergunningenstelsel van kracht met het oog op de te beschermden waarden. Middels regels wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning, bepaalde werken, voor zover geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren die een aantasting van de landschappelijke waarden. Dit vergunningenstelsel is niet van toepassing voor werken en werkzaamheden binnen het bouwvlak.

Wijzigingsbevoegdheid

In dit plan is ook een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Een dergelijke wijzigingsbevoegdheid is opgenomen voor ontwikkelingen waarvoor een zwaarder afwegingskader geldt dan bij afwijken. Daarnaast gaat een wijzigingsbevoegdheid gepaard met een aanpassing van de verbeelding. Dit bestemmingsplan kent de mogelijkheid het agrarisch bouwperceel te wijzigen ten behoeve van het wonen (inclusief aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten), het werken, recreatieve functies, pensions, zorgboerderijen en hobbyboeren.

artikel 5 Bedrijf

In het plangebied komen enkele bedrijven voor. Voor de bestemming Bedrijf is gebruik gemaakt van een zogenaamde Staat van Bedrijfsactiviteiten. Verwezen wordt naar bijlage 1 voor een algemen toelichting op deze Staat van Bedrijfsactiviteiten. In paragraaf 4.5 is eveneens nader ingegaan op dit onderwerp.

Voor de bedrijventerreinen is een milieuzonering opgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de omliggende gevoelige functies (wonen). Daarnaast zijn er op verschillende plaatsen in de oorsproinkelijke lintbebouwing bedrijven aanwezig. Op basis hiervan zijn voor verschillende gronden een algemene toelaatbaarheid opgenomen (variërend van de locatie ten hoogste bedrijven uit categorie 2, 3.1 of 3.2). Voor de bedrijven die niet op de bedrijventerreinen zijn gelegen, geldt dat bedrijven uit ten hoogste categorie 2 zijn toegestaan. Dergelijke bedrijven zijn op de verschillende locaties toelaatbaar.

Bestaande bedrijfsactiviteiten uit een hogere categorie worden specifiek bestemd. Dit betekent dat na bedrijfsbeëindiging uitsluitend een soortgelijk bedrijf is toegestaan of een bedrijf is toegestaan conform de algemene milieucategorie die op dat perceel aanwezig is.

Er is één bedrijf (aan het Delverspad 2) waar het niet wenselijk is dat zich hier een ander bedrijf vestigt. Gezien de ligging op het achtererf aan de rand van Egmond aan den Hoef, wordt hier uitsluitend het bestaande loonbedrijf mogelijk gemaakt.

Het kan voorkomen dat er bedrijven zijn die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn opgenomen. Om deze reden is een afwijkingsregel opgenomen. Indien aangetoond is dat het betreffende bedrijf naar aard en omvang gelijk te stellen is met een bedrijf uit categorie 1 of 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten dan is dit bedrijf ook toegestaan. Tevens zijn in sommige gevallen bedrijven uit een hogere categorie toegestaan, indien is aangetoond dat deze gezien hun aard en omvang vergelijkbaar zijn met de bedrijven die ter plaatse in zijn algemeenheid zijn toegestaan.

Voor het bedrijventerrein de Weidjes is de representatieve zone gedeeltelijk overgenomen uit het voorgaande bestemmingsplan. In deze zone zijn lagere goot- en bouwhoogtes toegestaan en is een bepaling opgenomen over de maximale dakhelling. Deze is overgenomen uit het voorgaande bestemmingsplan om de ruimtelijke kwaliteit richting het gebied van de Mosselaan en het beschermd dorpsgezicht te waarborgen. Voor zover deze zones gericht zijn naar deze twee gebieden aan de rand van het bedrijventerrein, is deze zone overgenomen.

artikel 6 Cultuur en ontspanning

De locatie aan de Slotweg 44 zijn voorzien van de bestemming Cultuur en ontspanning. Deze bestemming is bestemd voor een museum, cultuur-evenementen en horeca uit ten hoogste categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten. Gebouwen en overkappingen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. De maximaal toegestane goot- en bouwhoogte van gebouwen is op de verbeelding aangegeven.

artikel 7 Detailhandel

Voor het voormalige postkantoor aan de Voorstraat 82 is de bestemming Detailhandel opgenomen, conform de vrijstelling die hiervoor is verleend. Gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. In de vrijstelling is expliciet opgenomen dat een supermarkt hier niet is toegestaan, vanwege de parkeerbehoefte die samenhangt met deze functie. Dit is overgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Overigens is in de vrijstelling ook bepaald dat tuincentra en bouwmarkten niet zijn toegestaan. Dit is geregeld doordat in de regels van het bestemmingsplan is bepaald dat volumineuze detailhandel niet is toegestaan.

artikel 8 Gemengd - 1

In het plangebied liggen een aantal gemengde bestemmingen. Dit zijn gebouwen waar veelal op de begane grond detailhandel wordt uitgeoefend of dit is toegestaan en waar op de 1e etage wordt gewoond of kan worden gewoond. In deze gevallen wordt de bestemming Gemengd - 1 toegekend. Hierbinnen is ook wonen op de begane grond toegestaan. Op de verbeelding is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Tevens is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de gebouwen moeten worden gebouwd. Een aantal afwijkende functies is met een aanduiding aangegeven.

artikel 9 Groen

Voor de in het plangebied aanwezige groenstructuur is de bestemming Groen opgenomen. Het onderscheid met de groenvoorzieningen uit de bestemmingen Verkeer en Verkeer - Verblijfsgebied (zie hierna) is, dat in deze bestemming de structurele groenvoorzieningen en de waardevolle groengebieden zijn opgenomen. In deze bestemming is de uitwisseling van functies in het openbare gebied niet aan de orde. Naast het feitelijke groen zijn binnen deze bestemming ook speelvoorzieningen en voet- en fietspaden toegestaan.

Binnen de bestemming geldt dat bebouwing in principe uitsluitend is toegestaan in de vorm van bouwwerken, geen gebouwen zijnde (zoals bijvoorbeeld nutsvoorzieningen en straatmeubilair), tot een maximumhoogte van 3 m, met uitzondering van straatmeubilair, zoals lantaarnpalen, etc.

artikel 10 Horeca

Binnen deze horecabestemming zijn horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1b van de Staat van Horeca-activiteiten toegestaan. Dit is conform de Horecanota uit 2008 van de gemeente Bergen. Voor de genoemde functie zijn bouwvlakken opgenomen waarbinnen de gebouwen en overkappingen moeten worden gebouwd. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen hoofdgebouwen en erfbebouwing. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd. Nieuwe horecavestigingen worden niet mogelijk gemaakt.

Bestaande horecavestigingen uit een hogere categorie worden specifiek bestemd. Dit betekent dat na bedrijfsbeëindiging ook een horecabedrijf uit categorie 2 is toegestaan.

Ter plaatse van het koffiemolenterrein zijn (vergunde) recreatiewoningen en een bedrijfswoning positief bestemd. Voor de regels ten aanzien van de hoogte en inhoud van de recreatiewoningen, is aangesloten bij het naastgelegen bungalowpark. Ook is expliciet bepaald dat de recreatiewoningen niet permanent mogen worden bewoond. In afwijking van de bepalingen die voor het naastgelegen bungalowpark gelden, zijn geen bepalingen opgenomen over bedrijfsmatige exploitatie. Er is hier namelijk nooit sprake geweest van bedrijfsmatige exploitatie. Ook de bepaling om af te kunnen wijken van de onderlinge afstand van 5 m tussen twee recreatiewoningen is niet opgenomen. Ruimtelijk is het hier namelijk gewenst enige afstand tussen de recreatiewoningen te houden.

artikel 11 Kantoor

Nieuwe solitaire kantoren worden in het plangebied niet mogelijk gemaakt. De bestaande kantoren zijn bestemd en kunnen beperkt worden uitgebreid mits ruimtelijk aanvaardbaar. Op de verbeelding is de maximale goot- en bouwhoogte opgenomen. Tevens is een bouwvlak opgenomen waarbinnen de gebouwen moeten worden gebouwd.

artikel 12 Maatschappelijk

De aanwezige maatschappelijke voorzieningen in het plangebied krijgen elke een specifieke bestemming, in die zin dat er binnen de bestemming uitsluitend de op de verbeelding aangegeven functie mogelijk zijn. Andere voorzieningen die overlast kunnen veroorzaken worden hierbij uitgesloten. Wat betreft bouwmogelijkheden is uitgegaan van de thans vigerende regeling.

artikel 13 Natuur

De gronden binnen de grenzen van de Ecologische hoofdstructuur zijn opgenomen in de bestemming Natuur. Deze gronden zijn bestemd voor het behoud van de aanwezige natuur-, landschappelijke en cultuurhistorische waarden.

artikel 14  Recreatie - Dagrecreatie

Onder de bestemming Recreatie - Dagrecreatie worden de speeltuinen, de volkstuinen en de verblijfsrecreatieve appartementen opgenomen. Het is niet de bedoeling dat ter plaatse van alle gronden met de bestemming Recreatie bijvoorbeeld volkstuinen kunnen worden aangelegd. Om die reden krijgen alle recreatieve activiteiten afzonderlijk een specifieke aanduiding.

artikel 15 Recreatie - Verblijfsrecreatie

Het bungalowpark en het kampeerterrein zijn voorzien van de bestemming Recreatie - Verblijfsrecreatie. De nu aanwezige bouwrechten worden overgenomen in de planregels. Voor de hoofdgebouwen wordt op de verbeelding een bouwvlak opgenomen waarin tevens de goot- en bouwhoogte staat aangegeven. Naast hoofdgebouwen is het tevens mogelijk bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, op te richten. Tevens vallen de verblijfsrecreatieve appartementen binnen deze bestemming.

Voor het kampeerterrein zijn regels opgenomen ten aanzien van de hoeveelheid stacaravans en chalets die ten hoogste zijn toegestaan. Dit is aangegeven met een maximum aantal standplaatsen op de plankaart. Deze stacaravans en chalets zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van deze aanduiding. Daarnaast zijn op dit terrein andere kampeermiddelen toegestaan (zoals tenten, caravans en campers). De hoeveelheid en de locatie hiervan is vrijgelaten in dit bestemmingsplan.

Het recreatieterrein is met een specifieke aanduiding aangegeven. De afstand van de recreactiewoningen onderling is bepaald op 5 m. Dit heeft te maken met brandveiligheidseisen: door deze afstand duurt het ten minste een uur voordat brand is overgeslagen van de ene naar de andere recreatiewoning. Het is mogelijk deze afstand te verkleinen, maar dan moeten er wel maatregelen worden getroffen om de brandoverslag of doorslag te beperken tot een uur. Dit kan door middel van brandwerende gevels of brandwerende schotten.

artikel 16 Sport

De aanwezige sportvoorzieningen in het plangebied krijgen elke een specifieke bestemming, in die zin dat er binnen de bestemming uitsluitend de op de verbeelding aangegeven functie mogelijk zijn. Andere voorzieningen die overlast kunnen veroorzaken worden hierbij uitgesloten. Wat betreft bouwmogelijkheden is uitgegaan van de thans vigerende regeling.

artikel 17 Tuin

In tegenstelling tot de achtererven en gedeelten van zijerven bij woningen, worden de voortuinen en (delen van) zijtuinen grenzend aan openbaar gebied, behorende bij de woningen niet onder de bestemming Wonen opgenomen, maar apart bestemd als Tuin. Alleen erf- en perceelafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot een hoogte van 1 m, zijn hier toegestaan. Dakoverstekken zijn eveneens toegestaan. Paardenbakken zijn uitgesloten. Er is een afwijkingsmogelijkheid opgenomen voor aan- en uitbouwen binnen de bestemming Tuin (bijvoorbeeld in de vorm van erkers en serres).

Er is voorts een uitzondering gemaakt op de algemene regeling ten aanzien van de hoogte van erfafscheidingen achter de achtergevel van de woning (zie ook kopje erfbebouwing). Hieronder een illustratie ter verduidelijking van dit artikel.

Ter plaatse van de woningen aan de Guyotte van IJsselsteinlaan 1 t/m 55 is een aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' opgenomen. Hiermee zijn bijgebouwen met een oppervlakte van ten hoogste 4 m2 en een bouwhoogte van ten hoogste 2,5 m toegestaan. Dit is conform het voorgaande bestemmingsplan en de feitelijke situatie ter plaatse.

afbeelding "i_NL.IMRO.0373.BPG10000kernenegmd-B001_0009.jpg"

artikel 18 Tuin - Duin

De gronden die grenzen aan de bestemming Wonen - Duin (zie ook hierna) zijn bestemd voor Tuin - Duin. De gronden hebben specifieke natuur- en landschapswaarden. Voor een aantal percelen geldt dat uitsluitend de voortuin een typisch karakter heeft als duinlandschap. In deze gevallen hebben alleen de voortuinen deze bestemming. Om deze waarden te beschermen, is ter plaatse van de gronden uitsluitend de bouw van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan (tot 1 m hoog). In afwijking hiervan zijn ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' vrijstaande bijgebouwen en overkappingen toegestaan. Deze gebouwen en overkappingen mogen de bouwhoogte van maximaal 3 m hebben. Ook is om de waarden te beschermen de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - tuinpad' opgenomen. Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van tuin - tuinpad' mogen de gronden worden verhard voor een toegangspad. Op een aantal plaatsen is in de voortuin een bijgebouw (legaal) gerealiseerd. Deze zijn mogelijk gemaakt met een specifieke aanduiding.

Tot slot is er binnen deze bestemming een omgevingsvergunningsstelsel opgenomen om onder andere het afgraven en ophogen van gronden en het aanplanten van opgaande beplanting tegen te gaan.

artikelen 19 Verkeer & 20 Verkeer en Verblijfsgebied

Wegen met een 50 km/h-regime of hoger krijgen de bestemming Verkeer. De overige wegen, overwegend 30 km/h-wegen, krijgen de bestemming Verkeer-Verblijfsgebied gericht op de beoogde functie en mogelijkheden biedend voor bijvoorbeeld opname van speeltoestellen in woonstraten.

Verder vallen binnen deze bestemmingen de openbare ruimten en de groenvoorzieningen die niet worden gerekend tot het structurele groen van het gebied. Binnen deze bestemmingen is uitwisselbaarheid van verschillende functies in het openbare gebied toegestaan.

artikel 21 Water

De bestemming Water is toegekend aan alle hoofdwatergangen in het plangebied. Andere in het plangebied aanwezige watergangen zijn niet afzonderlijk bestemd. De duinrellen zijn specifiek aangeduid. Hiervoor geldt een omgevingsvergunningstelsel, waardoor werken en werkzaamheden niet zonder meer mogelijk zijn.

artikel 24 Wonen - Duin

De woningen in de duinen zijn bestemd als Wonen - Duin. Deze woningen zijn gelegen aan de Jan Dirk z'n Dal. De woningen zijn hier geplaatst in het duinlandschap. Gebouwen en overkappingen worden binnen het bouwvlak gebouwd.

artikel 22 Wonen-1

De bestemming Wonen - 1 wordt opgenomen voor woongebieden en percelen met uitsluitend aaneengebouwde woningen (twee-aaneengebouwde- of rijtjeswoningen) en vrijstaande woningen in een strakke stedenbouwkundige setting. Dit komt voornamelijk voor in de verschillende uitbreidingsgebied van de kernen Egmond.

Rond de woningen bestemd als Wonen - 1 wordt een strak bouwvlak op de verbeelding opgenomen. Dit betekent dat het hoofdgebouw niet uitgebreid mag worden. Uitbreidingen kunnen uitsluitend plaatsvinden in de vorm van aan- of uitbouwen. Uitbreiding van de hoofdgebouwen is niet wenselijk om dat dit doorgaans directe invloed op de gebruikswaarde van naastgelegen percelen.

Daar waar vrijstaande woningen aanwezig zijn dan wel twee-aaneengebouwde woningen, worden deze aangeduid met 'vrijstaand' respectievelijk met 'tweeaaneen'. Het aantal woningen mag ter plaatse niet toenemen. Gestapelde woningen (appartementen) worden aangeduid met 'gestapeld'.

Met betrekking tot de bebouwing op de percelen (zowel hoofdgebouwen als erfbebouwing) geldt een maximaal bebouwingspercentage ten opzichte van het bouwperceel. Voor vrijstaande woningen bedraagt dit percentage 35%, voor twee-aaneengebouwde en hoekwoningen 40% en voor tussenwoningen 45%. Door de kleine erven in het plangebied is bovenstaande regeling niet overal reëel. Voor percelen met een kleinere oppervlakte dan 100 m² is een aparte bebouwingsregeling opgenomen (meer hierover onder kopje Erfbebouwing).

Vanuit ruimtelijk oogpunt is ervoor gekozen dat aan- en uitbouwen op minimaal 3 m achter de voorgevel moeten worden gebouwd (zie ook hierna onder het kopje erfbebouwing).

artikel 23 Wonen-2

Deze bestemming is bedoeld voor de vrijstaande woningen met variërende afstanden van de voorgevels tot de weg. Dit komt verspreid voor in het plangebied. Om deze opzet te behouden, zijn alleen vrijstaande woningen toegestaan en is door de ligging van het bouwvlak de afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen vastgelegd (minimaal 3 m, tenzij deze afstand nu reeds minder is). Zo blijven de open ruimten tussen de hoofdgebouwen gewaarborgd. Het bouwvlak wordt zodanig gekozen, dat de huidige afstand tot de weg gewaarborgd blijft. De voorgevel van de woning dient gebouwd te worden in de voorgevelrooilijn. De breedte en de diepte van het bouwvlak bedraagt niet meer dan 15 m.

Door de hierboven uiteengezette keuze voor het projecteren van de bouwvlakken, is de oppervlakte van hoofdgebouwen gereguleerd (hoofdgebouwen mogen niet buiten het bouwvlak). Een tweede beperking betreft het bebouwingspercentage van maximaal 35% (heeft betrekking op zowel het hoofdgebouw als de erfbebouwing). Tot slot is voor de woonpercelen binnen deze bestemming een maximale oppervlakte van 120 m² voor het hoofdgebouw opgenomen.

Vanuit ruimtelijk oogpunt is ervoor gekozen dat aan- en uitbouwen op minimaal 3 m achter de voorgevel moeten worden gebouwd (zie ook hierna onder het kopje erfbebouwing).

Erfbebouwing

Gebouwen en overkappingen

Binnen de woonbestemmingen is naast het hoofdgebouw erfbebouwing toegestaan in de vorm van aan- en uitbouwen, overkappingen en bijgebouwen (al dan niet aan het hoofdgebouw gebouwd) en overkappingen onder een aantal voorwaarden. De gronden bestemd voor Tuin, komen in beginsel niet voor gebouwen en overkappingen in aanmerking (zie ook kopje Tuin). Hierna wordt ingegaan op een aantal aspecten met betrekking tot erfbebouwing.

Oppervlakte

De maximale oppervlakte van erfbebouwing bedraagt 50 m², mits een aaneengesloten oppervlakte van ten minste 25 m² van het zij- en achtererf onbebouwd en onoverdekt blijft. Dit om voldoende buitenruimte te garanderen. Voor percelen vanaf 500 m² geldt voorts dat een grotere oppervlakte is toegestaan. Het betreft een gestaffelde regeling. De maximale oppervlakte mag bij percelen:

  • tussen de 500 m² en 600 m² : 55 m² bedragen;
  • tussen de 600 m² en 700 m² : 60 m² bedragen;
  • tussen de 700 m² en 800 m² : 65 m² bedragen;
  • tussen de 800 m² en 900 m² : 70 m² bedragen;
  • vanaf 900 m² : 75 m² bedragen.

Overigens dient tevens het bebouwingspercentage dat geldt voor het betreffende bouwperceel in acht te worden genomen (zie onder het kopje Wonen). Het percentage heeft betrekking op zowel het hoofdgebouw als de erfbebouwing.

Bovenstaande regeling is niet op ieder perceel in het plangebied toepasbaar. In de dorpskern komen in vergelijking met andere gebieden kleine percelen voor. Het bebouwingspercentage is hier vaak hoger dan 50-60%. Bij percelen kleiner dan 100 m² is een bebouwingspercentage van 70% opgenomen. Hierbij dient 20 m² van het erf onbebouwd te blijven.

Recreatiewoningen

Als gevolg van het raadsbesluit van 27 juni 2007 met betrekking tot recreatiewoningen op particuliere erven bij woningen, is op de kaart met de aanduiding 'recreatiewoning' aangegeven waar recreatiewoningen zijn toegestaan. De recreatiewoning wordt gezien als behorend bij de erfbebouwing van het woonperceel. Dit betekent dat de maximaal toegestane oppervlakte aan erfbebouwing niet mag worden overschreden. Er mag een vrijstaand bijgebouw worden opgericht met een oppervlak van maximaal 50 m².

Hoogte

De goothoogte van vrijstaande bijgebouwen, vrijstaande recreatiewoningen en vrijstaande overkappingen, mag bij vrijstaande woningen niet meer bedragen dan 3 m en de bouwhoogte niet meer dan 5 m. Dakkapellen, gevelopbouwen en dakopbouwen zijn niet toegestaan. Voor aan- en uitbouwen en aangebouwde bijgebouwen bij niet-vrijstaande woningen geldt dat de bouwhoogte niet hoger mag zijn dan 25 cm boven de begane grondlaag van het hoofdgebouw met een maximum van 4 m. Dit betekent dat de aan- en uitbouwen in beginsel niet voorzien mogen worden van een kap (tenzij er sprake is van een flauwe kap die binnen de toegestane bouwhoogte mogelijk is). Er wordt een bevoegdheid tot afwijken opgenomen om indien dit vanwege de afstemming op het hoofdgebouw wenselijk is, een kap op een aan- of uitbouw of een bijgebouw bij een niet-vrijstaande woning te realiseren.

Afstanden

Erfbebouwing dient altijd op een afstand van minimaal 3 m achter (het verlengde van) de voorgevel van het hoofdgebouw te worden opgericht. Zo blijft het karakter van de erfbebouwing ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Voor bestaande gebouwen voor de voorgevel van het hoofdgebouw wordt een uitzondering gemaakt. Deze worden specifiek op de verbeelding aangeduid.

Om overlast voor naastgelegen percelen dan wel anderszins ongewenste situaties te voorkomen, wordt bepaald dat de diepte van aan- en uitbouwen aan de achtergevel niet meer mag bedragen dan 3 m en de breedte van aan- en uitbouwen aan de zijgevel niet meer dan 3,5 m (dit is voldoende breed voor een garage). Bovendien wordt bepaald dat de afstand van erfbebouwing tot de zijdelingse perceelsgrens bij vrijstaande woningen niet minder mag bedragen dan 2 m. Voor smalle percelen wordt een uitzondering gemaakt Bij andere dan vrijstaande woningen dient de erfbebouwing of in de zijdelingse perceelgrens of op een afstand van ten minste 1 m van de zijdelingse perceelgrens te worden gebouwd. Vrijstaande bijgebouwen mogen in of op een afstand van tenminste de perceelgrens.

Andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Binnen de woonbestemmingen zijn tevens bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals erf- en terreinafscheidingen. De hoogte van erf- en terreinafscheidingen voor (het verlengde van) de voorgevelrooilijn (bij hoekpercelen is er sprake van twee voorgevelrooilijnen) mag niet meer bedragen dan 1 m en voor het overige niet meer dan 2 m. Op voor- en zijtuinen die grenzen aan de weg mogen de afscheidingen dus niet hoger zijn dan 1 m. Afhankelijk van de breedte van de zijtuin die grenst aan een weg, zijn er mogelijkheden voor erf- en terreinafscheidingen van 2 m. De hoogte van andere bouwwerken mag niet meer bedragen dan 3 m.

Aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Binnen de woonbestemming worden mogelijkheden opgenomen voor het uitoefenen van aan-huis-gebonden beroepen. Onder een aan-huis-gebonden beroep wordt verstaan het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied, dan wel het uitoefenen van een beroep op medisch, paramedisch of therapeutisch gebied, welke door hun beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing wordt uitgeoefend.

Tevens wordt toegestaan dat binnen de woonbestemming onder een aantal voorwaarden kleinschalige bedrijvigheid kan worden uitgeoefend. Het betreft hier activiteiten waarvoor geen melding- of vergunningplicht op grond van de milieuwetgeving geldt en die door de beperkte omvang in een gedeelte van een woning en de daarbij behorende bebouwing worden uitgeoefend. Het gaat hier om bedrijvigheid die verenigbaar is met de woonfunctie en welke niet leidt tot aantasting van de woonkwaliteit en welke niet leidt tot parkeeroverlast. Voorbeelden van de toegestane bedrijvigheid is een kapper aan huis, een kunstenaar, bed & breakfast of een kleinschalig ambachtelijk bedrijfje (bijvoorbeeld maken van sieraden). Horeca en detailhandel worden - vanwege de mogelijke negatieve effecten op de omgeving - uitgesloten.

De activiteit dient te worden uitgevoerd door de bewoner van de woning. De oppervlakte die gebruikt mag worden voor een aan-huis-gebonden beroep of kleinschalige bedrijvigheid, is aan een maximum (25% van het woonoppervlak met een maximum van 50 m²) gebonden om te voorkomen dat het woonkarakter wordt verdrongen door de niet-woonfunctie.

artikel 25 Leiding - Gas en artikel 26 Leiding - Water

De planologisch relevante leidingen zijn in deze dubbelbestemmingen als zodanig bestemd. Bouwen ten behoeve van samenvallende bestemmingen is alleen na afwijken toegestaan. Alvorens het bevoegd gezag over een verzoek om afwijken beslist, wint zij schriftelijk advies in bij de desbetreffende leidingbeheerder. Ter bescherming van aanwezige leidingen is een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden opgenomen.

artikelen 27 t/m 30  Waarde - Archeologie - 1 t/m 4

In deze artikelen is de bescherming van de archeologische waarde van gronden in het plangebied geregeld met een zogenoemde dubbelbestemming. Hierin is nadrukkelijk gesteld dat gebouwen (die op basis van de bestemmingen mogelijk zijn) op gronden met een archeologische verwachtingswaarde, ter bescherming van die waarden, moeten worden gebouwd binnen de bebouwingsgrenzen. Voorts is een groot aantal werken en werkzaamheden opgenomen. Voor het verlenen van een vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

De dubbelbestemmingen met betrekking tot archeologie zijn opgesteld op basis van de beleidskaart archeologie Bergen. Hierop zijn gebieden met een verschillende archeologische verwachtingswaarde, en het beleid ten aanzien van deze gebieden weergegeven.

artikel 31 Waarde - Beschermd Dorpsgezicht

Een gedeelte van Egmond aan den Hoef is aangewezen als beschermd dorpsgezicht. In een bestemmingsplan dient deze aanwijzing te worden vertaald. In onderhavig bestemmingsplan is een specifiek artikel opgenomen voor dit gebied, waarmee het beschermd dorpsgezicht wordt beschermd. Dit betekent dat in beginsel voor het gebied zeer conserverende regels zijn opgesteld. Hiervan kan worden afgeweken, maar uitsluitend als is aangetoond dat de karakteristieken van het beschermd dorpsgezicht niet worden aangetast. Dit betekent dus niet dat het gebied per definitief helemaal 'op slot' zit. Daarnaast is voor een groot aantal werken en werkzaamheden die de cultuurhistorische waarden in het gebied kunnen schaden, een omgevingsvergunning noodzakelijk. Voor het verlenen van een vergunning dient advies te worden ingewonnen bij een ter zake deskundige.

artikel 32 Waterstaat - Waterkering

Voor waterkeringen, waterbergingen, primaire watergebied en waterhuishouding, is de functie tot uitdrukking gebracht in de dubbelbestemming Waterstaat - Waterkering. Het bebouwen van deze gronden ten behoeve van de onderliggende bestemming is uitsluitend toegestaan als hiervoor afgeweken wordt door het bevoegd gezag. Er wordt uitsluitend afgeweken als de functie hierdoor niet onevenredig wordt geschaad. Het bevoegd gezag wint hiervoor, met het oog op een zorgvuldige voorbereiding van het besluit, advies in bij de beheerder, voordat ze beslist op het verzoek om af te wijken.