direct naar inhoud van 4.10 Water
Plan: Gedeeltelijke herziening Bergen Dorpskern Zuid
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01010corrherz-B001

4.10 Water

Waterbeheer en watertoets

De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Bij het tot stand komen van dit bestemmingsplan wordt overleg gevoerd met de waterbeheerder over deze waterparagraaf. De opmerkingen van de waterbeheerder worden vervolgens verwerkt in deze waterparagraaf.

Beleid duurzaam stedelijk waterbeheer

Op verschillende bestuursniveaus zijn de afgelopen jaren beleidsnota's verschenen aangaande de waterhuishouding, allen met als doel een duurzaam waterbeheer (kwalitatief en kwantitatief). Deze paragraaf geeft een overzicht van de voor het plangebied relevante nota's, waarbij het beleid van het hoogheemraadschap en de gemeente nader wordt behandeld.

Europa:

  • Kaderrichtlijn Water (KRW)

Nationaal:

  • Nationaal Waterplan (NW)
  • Waterbeleid voor de 21ste eeuw (WB21)
  • Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW)
  • Waterwet

Provinciaal:

  • Provinciaal Waterplan 2010-2015

Waterschapsbeleid

In het Waterbeheersplan 2010-2015 beschrijft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de doelstellingen voor de periode 2010-2015 voor de drie kerntaken: veiligheid tegen overstromingen, droge voeten en schoon water. Hiermee wil het hoogheemraadschap anticiperen op de voorspelde extra wateroverlast, droogte en het verhoogde overstromingsrisico en het bewerkstelligen van een betere waterkwaliteit.

De Keur van het Waterschap is een vastgestelde verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan. In dit kader is het van belang te weten dat langs hoofd- en overige watergangen een zone ligt van respectievelijk 5 m en 2 m ter bescherming van het profiel en onderhoud. Ook langs waterkeringen ligt een (variabele) zone voor bescherming en onderhoud van de waterkeringen, voor het realiseren van bouwwerken en het uitvoeren van werken binnen deze zone dient ontheffing van de Keur te worden aangevraagd.

Gemeentelijk beleid

Het Gemeentelijk Rioleringsplan Bergen geeft het beleid van de gemeente Bergen weer met betrekking tot riolering als onderdeel van de openbare ruimte en als onderdeel van het watersysteem. Dit beleid is opgesteld in overleg met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Rijkswaterstaat, de provincie Noord-Holland en het Ministerie van VROM. De doelen die de gemeente stelt zijn de inzameling van afvalwater, de inzameling van hemelwater, transport van ingezameld water, voorkomen van ongewenste emissies en het voorkomen van overlast voor de omgeving. Belangrijke voorwaarde in de rioleringszorg is: 'doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering'. Het plan beschrijft aldus hoe de gemeente ervoor zorgt dat de riolering in stand blijft. Ten slotte is een overzicht opgenomen van de taken van de rioolbeheerder.

Huidige situatie

Algemeen

Het plangebied bestaat uit de percelen aan de Natteweg 16, Oude Bergerweg 45A en 19, Rondelaan 6, Meerweg 1, Midden Geestweg 7, Van Reenenpark 3 en op de hoek van de Koninginneweg/Bergerweg. De Natteweg 16, Oude Bergerweg 45A en 19, Meerweg 1, Midden Geestweg 7, Van Reenenpark 3 en de Rondelaan 6 bestaan reeds uit bebouwing (woningen). De hoek van de Koninginneweg/Bergerweg bestaat uit een grasveld.

Bodem en grondwater

Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse uit zandgrond. Er is sprake van grondwater trap II. Dat wil zeggen de hoogste grondwaterstand varieert tussen 0,25 en 0,40 m beneden maaiveld en de laagste grondwaterstand varieert tussen 0,50 en 0,80 m beneden maaiveld.

De maaiveldhoogte is op de Oude Bergerweg 45A circa 1,40 m +NAP, op de Rondelaan 6 circa 7,9 m +NAP en op de hoek van de Koninginneweg/Bergerweg circa 0,30 m +NAP.

Het perceel Natteweg 16 is gelegen in het peilgebied 04060-05 van de Verenigde Polders en bestaat uit bebouwing, tuin en tennisbaan. De bodem ter plaatse bestaat uit klei. Voor het peilgebied wordt uit gegaan van een flexibel oppervlaktewaterpeil van NAP -1,10 meter en hoger. Dit wordt gehanteerd in hellend gebied waar overtollig regen- en kwelwater vrij afstromen naar de Schermerboezem of de benedenstrooms gelegen vlakke polder. In dergelijke gebieden zijn waterpeilen nooit exact vast te stellen.

Waterkwantiteit

In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.

Afvalwaterketen en riolering

Het plangebied is aangesloten op een gemengd rioolstelsel. Het plangebied is niet gelegen in een kern- of beschermingszone van een waterkering.

Toekomstige situatie

Algemeen

In het bestemmingsplan zijn diverse percelen opgenomen. Allereerst wordt de bestaande woning op de Oude Bergerweg 45A voorzien van een bouwvlak. Ten tweede wordt de recreatiewoning op de Oude Bergerweg 19 juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Op dit perceel vindt er ook een bestemmingswijziging plaats van wonen naar een kantoor (beide reeds aanwezig). Daarnaast wordt de goot- en bouwhoogte voor de woning aan de Rondelaan 6 aangepast en worden drie woningen mogelijk gemaakt op de Natteweg 16. Voorts worden voor Midden Geestweg 1, Meerweg 7 en Van Reenenpark 3 de huidige situatie mogelijk gemaakt. Als laatste wordt op de hoek van de Koninginneweg/Bergerweg één extra woning mogelijk gemaakt. Voor deze watertoets zijn alleen de ontwikkelingen aan de Natteweg en de Koninginneweg/Bergerweg van belang.

Waterkwantiteit

De ontwikkeling op de hoek van de Koninginneweg/Bergerweg zorgt voor een toename van verharding door het mogelijk maken van een nieuwe woning op huidige onverharde grond. De toename van verharding bestaat uit circa 300 m2. De compensatie-eis bij verharding is 10% van de toename, de compensatie-eis bij deze ontwikkeling is dus 30 m2. Het hoogheemraadschap hanteert een ondergrens voor compensatie van 800 m2. Bij deze ontwikkeling hoeft dus niet gecompenseerd te worden.

 

In het perceel Natteweg 16 wordt de bestaande bebouwing gesloopt en de tennisbaan verwijderd. Hiervoor in de plaats worden 3 woningen gerealiseerd met elke een oppervlakte van 150 m². In totaal is dit 450 m². De toename van verhardoppervlak dient gecompenseerd te worden door 10% van de toename van verhard oppervlak als nieuw oppervlaktewater aan te leggen. Aangezien de ondergrens van 800 m2 niet wordt bereikt, hoeft niet gecompenseerd te worden.

Afvalwaterketen en riolering

Conform de Leidraad Riolering en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw verplicht een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen zodat schoon hemelwater niet bij een rioolzuiveringsinstallatie terecht komt. Afvalwater wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering. Voor hemelwater wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden:

  • 1. hemelwater vasthouden voor benutting,
  • 2. (in-) filtratie van afstromend hemelwater,
  • 3. afstromend hemelwater afvoeren naar oppervlaktewater,
  • 4. afstromend hemelwater afvoeren naar AWZI.

Waterbeheer

Voor aanpassingen aan het bestaande watersysteem dient bij het hoogheemraadschap vergunning te worden aangevraagd op grond van de "Keur". Dit geldt dus bijvoorbeeld voor het graven van nieuwe watergangen, het aanbrengen van een stuw of het afvoeren van hemelwater naar het oppervlaktewater. In de Keur is ook geregeld dat een beschermingszone voor watergangen en waterkeringen in acht dient te worden genomen. Dit betekent dat binnen de beschermingszone niet zonder ontheffing van het hoogheemraadschap gebouwd, geplant of opgeslagen mag worden. De genoemde bepaling beoogt te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast, de aan- of afvoer en/of berging van water wordt gehinderd dan wel het onderhoud wordt gehinderd. Ook voor het onderhoud gelden bepalingen uit de "Keur". Het onderhoud en de toestand van de (hoofd)watergangen worden tijdens de jaarlijkse schouw gecontroleerd en gehandhaafd.

Waterkwantiteit

Gezien de geringe toename aan verharding treedt er geen significatie verandering op van de afwateringssituatie van het hemelwater richting het oppervlaktewater. Derhalve hoeft geen rekening te worden gehouden met compeserende maatregelen. Gelet op de zandige ondergrond is het doorgaans goed mogelijk om overtollig afstromend regenwater te laten infiltreren in het omliggende maaiveld. Het is dan niet nodig deze oppervlakken op de hemelwaterriolering aan te sluiten.

Conclusie

De ontwikkelingen die het onderhavige bestemmingsplan mogelijk maakt hebben geen negatieve gevolgen voor het waterhuishoudkundige systeem ter plaatse.