direct naar inhoud van 4.9 Ecologie
Plan: Gedeeltelijke herziening Bergen Dorpskern Zuid
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01010corrherz-B001

4.9 Ecologie

Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie ten aanzien van de Ecologische Hoofdstructuur de uitvoering van het plan niet in de weg staan.

De onderhavige herziening van het bestemmingsplan heeft betrekking op vier locaties. Op de Oude Bergerweg 45A is sprake van het bestemmen van de feitelijke huidige situatie. Dit heeft geen ecologische consequenties. Dit geldt ook voor het aanpassen van de goot- en bouwhoogte voor de woning aan Rondelaan 6. Op de derde locatie, aan de Bergerweg/Koninginneweg, wordt de mogelijkheid geboden twee woningen te realiseren. Deze ingreep kan leiden tot ecologische effecten. Op de vierde locatie, aan de Natteweg 16, wordt de mogelijkheid geboden drie woningen te realiseren. Ook deze ingreep kan leiden tot ecologische effecten. Hieronder wordt nader in gegaan op de locatie Bergerweg/Koninginneweg en Natteweg 16.

  • 1. Onderzoek Bergerweg/Koninginneweg

De locatie is niet gelegen in of nabij de Ecologische Hoofdstructuur. Circa 1 km ten zuidwesten van de locatie Bergerweg/Koninginneweg ligt het Natura 2000-gebied Noord-Hollands Duinreservaat, tevens EHS. De verkeersgeneratie van 2 woningen is zo beperkt dat dit niet leidt tot een waarneembare stikstofdepositie op dit gebied. De realisatie van 2 woningen heeft gezien de tussenliggende bebouwing en wegen ook geen andere negatieve effecten op het Natura 2000-gebied.

De locatie bestaat uit een weiland met verruigd grasland en enkele struiken. De locatie biedt leefgebied aan soorten als mol, haas, konijn, spitsmuizen, gewone pad en bruine kikker. Dit zijn allemaal licht beschermde tabel 1-soorten in het kader van de Flora- en faunawet. Zwaarder beschermde soorten worden hier niet verwacht.

  • Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
  • Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl).

  • 2. Onderzoek Natteweg 16

Het perceel bestaat uit een woonhuis met bijgebouwen, een tuin met gras en opgaande beplanting en een tennisbaan. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in de realisatie van 3 woningen op het perceel. Hiervoor moeten de volgende werkzaamheden worden uitgevoerd:

  • Verwijderen opgaande beplanting;
  • sloopwerkzaamheden;
  • bouwrijp maken;
  • bouwwerkzaamheden.

De locatie is niet gelegen in een beschermd natuurgebied. Het Natura 2000-gebied Noordhollands Duinreservaat ligt circa 990 m ten westen van de locatie. Aangezien de ontwikkeling plaatsvindt in de bebouwde kom en tussen het perceel en het Natura 2000-gebied woningen en wegen zijn gelegen, zal er geen verstoring optreden. Ook verontreiniging als gevolg van de toevoeging van 2 woningen op het perceel is niet aan de orde. De verkeersintensiteit zal niet/nauwelijks merkbaar toenemen, zodat er ook slechts sprake is van een nauwelijks waarneembare toename van de stikstofdepositie. Negatieve effecten op het Natura 2000-gebied kunnen dan ook worden uitgesloten. De Natuurbeschermingswet 1998 en het beleid van de provincie staan de uitvoering van het plan dan ook niet in de weg.

Het onderhavige bestemmingsplan is het besluit dat ingrepen mogelijk maakt en een aantasting van beschermde dier- of plantensoorten op de locatie kan betekenen. Uiterlijk bij het nemen van een besluit dat ruimtelijke veranderingen mogelijk maakt, zal daarom zekerheid moeten zijn verkregen of verlening van ontheffing op grond van de Flora- en faunawet (hierna Ffw) nodig zal zijn en of het reƫel is te verwachten dat deze zal worden verleend.

Het voornemen betreft de ontwikkeling van 3 woningen. De benodigde werkzaamheden ten behoeve van deze ontwikkeling kunnen leiden tot aantasting van te beschermen natuurwaarden.

  • Er is geen ontheffing nodig voor de tabel 1-soorten van de Ffw omdat hiervoor een vrijstelling geldt van de verbodsbepalingen van de Ffw. Uiteraard geldt wel de algemene zorgplicht. Dat betekent dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor alle in het wild voorkomende planten en dieren en hun leefomgeving.
  • Tijdens werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met het broedseizoen. Verstoring van broedende vogels is verboden. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. In het kader van de Ffw wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen (meer) aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. De meeste vogels broeden overigens tussen 15 maart en 15 juli (bron:www.vogelbescherming.nl).
  • Verblijfplaatsen van vogels die hun verblijfplaats het hele jaar gebruiken, zijn jaarrond beschermd. Slechts een beperkt aantal soorten bewoont het nest permanent of keert elk jaar terug naar hetzelfde nest. Deze soorten staan vermeld in categorie 1 t/m 4 van de 'Aangepaste lijst van jaarrond beschermde vogelnesten' (Ministerie van LNV, 2009). Mogelijk zijn deze soorten aanwezig in het plangebied, dit dient nader onderzocht te worden. Indien de werkzaamheden effect hebben op deze soorten is een ontheffing nodig. Voor vogels kan alleen een ontheffing worden verleend op grond van een wettelijk belang uit de Vogelrichtlijn. De meeste vogels maken elk broedseizoen een nieuw nest of zijn in staat om een nieuw nest te maken. Deze vogelnesten voor eenmalig gebruik zijn alleen tijdens het broedseizoen beschermd. Voor deze soorten is geen ontheffing nodig, indien werkzaamheden buiten het broedseizoen plaatsvinden of maatregelen zijn getroffen om te voorkomen dat deze soorten zich vestigen tijdens het broedseizoen. Buiten het broedseizoen mag van deze soorten het nest worden verplaatst of verwijderd.
  • Tevens is nader onderzoek naar het voorkomen van vleermuizen (tabel 3 Bijlage IV HR) in de bebouwing noodzakelijk. Indien vaste rust-, verblijfs- of voortplantingsplaatsen van vleermuizen aanwezig blijken te zijn en aangetast worden door toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen, dan dient overtreding van de Ffw voorkomen te worden door het treffen van mitigerende en compenserende maatregelen. Indien de vereiste maatregelen worden genomen zal de Ffw de uitvoering van het wijzigingsplan niet in de weg staan. Indien de vereiste maatregelen niet mogelijk zijn, dient in nader overleg met de Dienst Regelingen van het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie bepaald te worden of het plan in zijn huidige vorm uitvoerbaar is.
  • De tuin is mogelijk onderdeel van het foerageergebied van vleermuizen. Deze functie veranderd tijdens en na de bouw van de 3 woningen niet. Effecten kunnen dan ook worden uitgesloten. Vaste verblijfplaatsen in te kappen woningen worden uitgesloten en vanwege het ontbreken van lijnvormige elementen worden ook geen vaste migratie routes verwacht.

Conclusie

Gezien bovenstaande staan de Flora- en faunawet en Natuurbeschermingswet 1998 de uitvoering van het plan niet in de weg.