direct naar inhoud van Bijlage 4 Planologische toets wijzigingsregels Natteweg 16
Plan: Herziening Bergen Dorpskern Zuid
Status: voorontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG01010corrherz-A001

Bijlage 4 Planologische toets wijzigingsregels Natteweg 16

Op basis van het bestemmingsplan Bergen Dorpskern Zuid heeft burgemeester en wethouders de bevoegdheid met toepassing van artikel 24 lid 18 het plan te wijzigen ten behoeve van het projecteren van nieuwe bouwvlakken en het verplaatsen, aanpassen of vergroten van bestaande bouwvlakken. Hiermee zou de beoogde ontwikkeling voor Natteweg 16 die mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan juridisch planologisch kunnen worden geregeld. Aangezien het bestemmingsplan echter voor twee onderdelen van het perceel is vernietigd (werkkamer en carport), kan de wijzigingsbevoegdheid niet in zijn geheel worden toegepast. Voor het overige past de ontwikkeling wel binnen de wijzigingsregels. Ter nadere onderbouwing vindt in deze bijlage de toetsing aan de wijzigingsregels plaats.

Wijzigingsbevoegdheid 3.6 art Wro.
18. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om met toepassing van het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening het plan te wijzigen ten behoeve van het projecteren van nieuwe bouwvlakken en het verplaatsen, aanpassen of vergroten van bestaande bouwvlakken, met inachtneming van de volgende bepalingen:
a. de in dit lid bedoelde wijziging mag niet worden toegepast ter plaatse van de aanduiding stolp";
b. bouwvlakken mogen een maximale breedte en diepte hebben van 15 m;
c. de afstand van bouwvlakken tot de zijdelingse perceelgrenzen dient ten minste 3 m te bedragen;
d. de afstand tussen bouwvlakken en de aangrenzende wegen wordt afgestemd op de afstand van omliggende bouwvlakken tot aangrenzende wegen;
e. een nieuw te projecteren bouwvlak dient te passen binnen het bebouwingspatroon en het straatbeeld, burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de afmeting en situering van de bouwvlakte;
f. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid ter plaatse van gronden met de aanduiding (nlw) mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de aanwezige natuur- en landschapswaarden hetgeen dient te blijken uit een advies van de deskundige op het gebied van natuur en landschap;
g. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot milieuhygiënische belemmeringen;
h. toepassing van de wijzigingsbevoegdheid mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen.  

Afwegingskader

Bij de wijziging moeten de volgende aspecten in de afweging worden meegenomen:

  • De wijziging mag niet worden toepast bij een stolp;
  • Een bouwvlak mag een maximale breedte en diepte hebben van 15 meter;
  • De afstand van de bouwvlakken tot de zijdelingse perceelsgrenzen is tenminste 3 meter;
  • De afstand tussen de bouwvlakken en de aangrenzende weg (Natteweg) is 15 meter;
  • De nieuwe bouwvlakken moeten passen binnen de bebouwingspatroon en straatbeeld;
  • De wijziging mag niet worden toegepast ter plaatse van gronden met natuur- en landschapswaarden;
  • Het plan mag niet leiden tot niet leiden tot milieuhygiënische belemmeringen;
  • Het plan mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen.

Conclusie

De noodzakelijke afweging is in paragraaf 2.4 opgenomen. Voor het plangebied zijn geen aanduidingen 'stolp' en 'nlw' opgenomen. Samenvattend komt het erop neer dat er voldoende ruimte is voor drie nieuwe bouwvlakken. De beoogde woningen passen binnen de voorwaarden. De drie nieuwe bouwvlakken worden geprojecteerd op een afstand van 3 meter tot de zijdelingse perceelsgrenzen en 15 meter tot de aangrenzende weg. Verder zijn de bouwvlakken niet breder en dieper dan 15 meter. De drie bouwvlakken leveren een ruimtelijke verbetering op voor de huidige bebouwingspatroon tussen de Natteweg en Dokter van Peltlaan. Deze straten bestaat uit (lint)bebouwing dat onderbroken wordt door de bestaande gebouwen aan de Natteweg 16. Met het verwijderen van deze (storende) bebouwing en het in ruil daarvoor creëren van drie bouwkavels, ontstaat een uniform bebouwingslint. De beoogde ontwikkeling leidt daarnaast niet tot milieuhygiënische belemmeringen en onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen. Toepassing van de wijzigingsbevoegdheid betekent geen (onevenredige) aantasting van de verschillende aspecten die het afwegingskader vormen.