direct naar inhoud van 5.3 Functionele structuur
Plan: Egmond aan Zee Centrum en Boulevard
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG08000egmonzeecb-B001

5.3 Functionele structuur

5.3.1 Detailhandel en dienstverlening

Binnen het plangebied komen diverse detailhandelsvestigingen voor al dan niet in combinatie met wonen (op de verdieping). Het beleid voor Egmond aan Zee is erop gericht de detailhandel en andere centrumfuncties te concentreren in het centrumgebied. Op deze manier wordt voorkomen dat er versnippering optreedt en dat er daardoor een verminderde levensvatbaarheid van de voorzieningen ontstaat.

Voor vestigingen buiten het centrum dient het bestemmingsplan mogelijkheden te bieden om na beëindiging van een detailhandelsvestiging de bestemming te kunnen wijzigen in een woonfunctie. Tevens wordt gezocht naar een locatie voor een grotere supermarkt.

5.3.2 Horeca en recreatie

Horeca

In het plangebied komt horeca voor in de vorm van hotels, cafés, restaurants en strandpaviljoens. De horeca is gericht op het toerisme. Het beleid is gericht op behoud en verbetering van het horeca-aanbod. Net als voor de detailhandelsvestigingen en de dienstverlening is het beleid er op gericht dat deze functie zich concentreert in het centrumgebied. Het voormalige bowlingcentrum staat momenteel leeg, maar het uitgangspunt is om aan de bestemming een horecabestemming toe te kennen. Een en ander conform het vigerende bestemmingsplan. In het plangebied wordt door de gehanteerde toelaatbaarheid van categorieën (gebaseerd op een Staat van Horeca-activiteiten die horeca indeelt naar mate van hinder) zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en worden de bestaande bedrijven niet in hun functioneren belemmerd.

In Egmond aan Zee is tussen kilometerpaal 37.2 en 39.0 jaarrondexploitatie van strandpaviljoens (en verkooppunten) mogelijk. De eisen van het Hoogheemraadschap zullen daarbij leidend zijn voor de exacte plaatsbepaling van de bebouwing. In het plangebied wordt door de gehanteerde toelaatbaarheid van categorieën (gebaseerd op een Staat van Horeca-activiteiten die horeca indeelt naar mate van hinder) zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen in het plangebied en worden de bestaande horecabedrijven niet in hun functioneren belemmerd.

Hotels

De in het plangebied voorkomende hotels zijn met name gelegen in het zeefront. Het beleid is gericht op behoud en verbetering van het aanbod. Naar aanleiding van de vraag naar hotels is onderzoek gedaan met betrekking tot de mogelijkheid en wenselijkheid om het aantal en de omvang van hotels in het plangebied uit te breiden dan wel om te zetten naar wonen. Het uitbreiden van bestaande vestigingen is mogelijk, mits een en ander ruimtelijk aanvaardbaar is en er aandacht is voor de reeds bestaande parkeerdruk in de omgeving.

Verblijfsrecreatie

Het beleid voor Egmond aan Zee is gericht op het behouden en versterken van het recreatieve karakter. Er zijn in het plangebied naast hotels een groot aantal overnachtingsmogelijkheden in de vorm van appartementen en recreatiewoningen op particuliere erven. In het plangebied mogen geen nieuwe recreatiewoningen op particuliere erven worden gerealiseerd. Daar waar op basis van vigerende regeling recreatiewoningen op particuliere erven zijn toegestaan, is het uitgangspunt om deze rechten te behouden.

5.3.3 Wonen

Egmond aan Zee is met ongeveer 5.000 inwoners de derde kern van de gemeente Bergen. Uitbreiding van de kern is niet mogelijk gezien de omringende natuurwaarden. Voor inbreiding zijn wel beperkte mogelijkheden.

De woonfunctie is in het plangebied de hoofdfunctie. In de dorpskern wordt de woonfunctie gecombineerd met andere functies. Om leegstand buiten het hoogseizoen tegen te gaan is de verhuur van reguliere woningen als recreatiewoning niet toegestaan. Om dezelfde reden wordt het gebruik van woningen als tweede woning (dus voor recreatief gebruik van de eigenaar) niet wenselijk geacht.

Tot de woonfunctie dienen ook de aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten gerekend te worden. Uitgangspunt hierbij is dat de woonfunctie primair in stand dient te blijven en dat extra bouwmogelijkheden voor deze functies in beginsel niet zijn toegestaan.

Het splitsen van woningen in meerdere wooneenheden/appartementen kan voorzien in een bepaalde woningbehoefte en zodoende een bijdrage leveren aan het volkshuisvestingsbeleid. Splitsing heeft ook negatieve effecten zoals een intensiever gebruik wat voor overlast (parkeerproblemen, privacygevoeligheid en dergelijke) kan zorgen. Gelet op deze negatieve effecten, wordt splitsing van woningen niet wenselijk geacht. Het samenvoegen van woningen moet in beginsel wel mogelijk blijven. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de karakteristieken van de woningen zoals gevelopbouw behouden dienen te blijven.

5.3.4 Bedrijven

Het beleid is gericht op het behoud van de bestaande bedrijven en het weren van nieuwe bedrijven in het plangebied. Nieuwe bedrijven worden, gelet op het centrumkarakter, niet toegestaan. Voorkomen dient te worden dat overlast veroorzaakt wordt voor omliggende woningen. Binnen het plangebied zijn uitsluitend bedrijven toegestaan uit milieucategorie B1. Uit het oogpunt van hinder passen deze bedrijven binnen het gemengde karakter van de omgeving. Uitzondering hierop is het transportbedrijf aan de Zuiderstraat en het garagebedrijf aan de Wilhelminastraat. Deze bedrijven krijgen een specifieke aanduiding op de verbeelding.

In het plangebied wordt door de gehanteerde toelaatbaarheid van categorieën (gebaseerd op een Staat van Bedrijfsactiviteiten die bedrijven indeelt naar mate van hinder), zorg gedragen voor een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van woningen en worden de bestaande bedrijven niet in hun functioneren belemmerd.

5.3.5 Maatschappelijke en culturele voorzieningen

De bestaande maatschappelijke voorzieningen dienen behouden te blijven. Uitbreiding van het aantal locaties voor maatschappelijke voorzieningen is niet aan de orde, behoudens de permanente vestiging van De Pinck zoals in paragraaf 5.2. uiteen is gezet.

5.3.6 Verkeer en parkeren

Vanwege de zeer hoge parkeerdruk op de openbare weg geldt dat voor nieuwe ontwikkelingen als voorwaarde wordt gesteld dat voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Omdat het bestemmingsplan consoliderend van aard is, zijn er geen nieuwe ontwikkelingen waarvoor verantwoording van de parkeerbehoefte nodig is.