direct naar inhoud van Artikel 4 Gemengd - 1
Plan: Centrum - Beschermd Dorpsgezicht
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG03000bergbeschd-B001

Artikel 4 Gemengd - 1

4.1 Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

  • a. wonen, uitsluitend op de verdieping(en);
  • b. detailhandel;
  • c. ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening': dienstverlening;
  • d. ter plaatse van de aanduiding ' horeca ten hoogste categorie 1': tevens horecabedrijven uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • e. ter plaatse van de aanduiding ' horeca ten hoogste categorie 2': tevens horecabedrijven uit ten hoogste categorie 2 van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'wonen'; tevens wonen op de begane grond;
  • g. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals (ontsluitings)wegen, nutsvoorzieningen, groenvoorzieningen, parkeervoorzieningen en water ten behoeve van wateraanvoer en -afvoer, waterberging en sierwater;

4.2 Bouwregels

Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:

4.2.1 gebouwen en overkappingen
  • a. gebouwen en overkappingen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan;
  • b. hoofdgebouwen dienen met de voorgevel in de naar de weg gekeerde bouwgrens te worden gebouwd; indien er meerdere naar de weg gekeerde bouwgrenzen zijn dan dient de bouwgrens te worden aangehouden waarin de bestaande voorgevel is gebouwd;
  • c. de woningen zijn uitsluitend in het hoofdgebouw toegestaan;
  • d. de bouwhoogte van overkappingen mag niet meer bedragen dan 3 m;
  • e. voor de overige ten hoogste toegestane hoogten geldt het bepaalde in artikel 20.2
  • f. ter plaatse van de aanduiding 'karakteristiek' is vergroting en verandering van de bestaande stolp niet toegestaan;
  • g. vrijstaande bijgebouwen dienen afgedekt te worden met een kap waarbij, ongeacht de met de aanduiding 'maximale goothoogte (m)' of 'maximale bouwhoogte (m)' aangegeven goot- en bouwhoogte, de goothoogte van vrijstaande bijgebouwen ten hoogste 3 m en de bouwhoogte ten hoogste 5 m mag bedragen;
  • h. bijgebouwen mogen niet voorzien worden van dakkapellen, dakopbouwen of gevelopbouwen;
  • i. bij een platte afdekking mogen de maximale hoogten worden overschreden ten behoeve van lichtkappen met een oppervlakte van ten hoogste 1/3 van de oppervlakte van het dakvlak en tot een hoogte van 1 m;

4.2.2 bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde
  • a. de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag binnen het bouwvlak niet meer dan 2 m bedragen en buiten het bouwvlak niet meer dan 1 m bedragen;
  • b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en overkappingen zijnde, mag niet meer bedragen dan 3 m.

4.3 Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Uitbreiden of veranderen van de stolp

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.1 onder f teneinde de bestaande stolp te vergroten en/of te veranderen mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het beeldbepalende karakter van de stolp en voorts de overige bepalingen in dit artikel en de adviesprocedure zoals opgenomen in artikel 18.3.2 in acht worden genomen.

4.3.2 Maximale bouwhoogte

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van de met de aanduiding ' maximale bouwhoogte (m)' aangegeven hoogten ten behoeve van een kap op aan- en uitbouwen, met dien verstande dat:

  • a. afwijking uitsluitend is toegestaan indien een kap in verband met afstemming op de karakteristiek van het hoofdgebouw, wenselijk is;
  • b. de goothoogte van de aan- of uitbouw en het bijgebouw niet meer mag bedragen dan de goothoogte van de begane grondlaag van het hoofdgebouw + 25 cm en de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan 5 m;
  • c. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige erven;
  • d. de adviesprocedure zoals opgenomen in artikel 18.3.2 van toepassing is.

4.4 Afwijken van de gebruiksregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 onder d en e:

  • e. om horecabedrijven toe te laten in één categorie hoger dan in lid 4.1 aangegeven, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of de bijzondere maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de in lid 4.1 genoemde categorieën van de Staat van Horeca-activiteiten;
  • f. om horecabedrijven toe te laten die niet in de Staat van Horeca-activiteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken horecabedrijf naar aard en invloed op de omgeving geacht kan worden te behoren tot de categorieën van de Staat van Horeca-activiteiten, zoals in lid 4.1 genoemd.