direct naar inhoud van Artikel 20 Algemene bouwregels
Plan: Centrum - Beschermd Dorpsgezicht
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG03000bergbeschd-B001

Artikel 20 Algemene bouwregels

20.1 Toegelaten bouwwerken met afwijkende maten

Voor een bouwwerk, dat krachtens een omgevingsvergunning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden en dat in het plan ingevolge de bestemming is toegelaten, maar waarvan de bestaande afstands-, hoogte-, inhouds- en oppervlaktematen afwijken van de maatvoeringsbepalingen in de bouwregels van de betreffende bestemming, geldt dat:

  • a. bestaande maten, die meer bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten hoogste toelaatbaar worden aangehouden;
  • b. bestaande maten, die minder bedragen dan in hoofdstuk 2 is voorgeschreven, mogen als ten minste toelaatbaar worden aangehouden.
  • c. in geval van herbouw is lid a onder 1 en 2 uitsluitend van toepassing, indien de herbouw op dezelfde plaats plaatsvindt.
  • d. op een bouwwerk als hiervoor bedoeld, is het Overgangsrecht bouwwerken als opgenomen in dit plan niet van toepassing.

20.2 Hoogte-aanduidingen
20.2.1 Goot- en bouwhoogten

Voor de ten hoogste toelaatbare hoogte van gebouwen dienen – tenzij in hoofdstuk 2 van de regels anders is bepaald – de met de maatvoeringsaanduiding (m) aangegeven hoogten in acht genomen te worden.

20.2.2 Kap

Voor zover een goothoogte is aangegeven dienen de hoofdgebouwen met een kap te worden afgedekt. Voor zover uitsluitend een bouwhoogte is aangegeven mogen de hoofdgebouwen worden voorzien van een platte afdekking.

20.2.3 Afwijken van de bouwregels
  • a. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.2.2 juncto artikel 1.50 ten behoeve van het realiseren van andere kapvormen, met dien verstande dat:
    • 1. de aangegeven maximale goot- en bouwhoogte niet mag worden overschreden;
    • 2. afwijking niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving;
    • 3. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen;
    • 4. de adviesprocedure zoals opgenomen in artikel 18.3.2 van toepassing is
  • b. Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 20.2.1 juncto artikel 2.5 ten behoeve van het realiseren van een gevelopbouw met dien verstande dat:
  • 1. de breedte van de gevelopbouw maximaal 20% van de gevelbreedte mag bedragen;
  • 2. de aangegeven maximale bouwhoogte niet mag worden overschreden;
  • 3. afwijking niet mag leiden tot een onevenredige aantasting van de ruimtelijke karakteristiek van de omgeving;
  • 4. afwijking niet mag leiden tot onevenredige aantasting van de gebruikswaarde van naburige percelen;

de adviesprocedure zoals opgenomen in artikel 18.3.2 van toepassing is.

20.3 Overschrijding bouwgrenzen

De bouwgrenzen, niet zijnde bestemmingsgrenzen, mogen in afwijking van de verbeelding en hoofdstuk 2 worden overschreden door:

  • a. tot gebouwen behorende stoepen, stoeptreden, trappen(huizen), galerijen, hellingbanen, funderingen, entreeportalen, veranda's en afdaken, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt;
  • b. tot gebouwen behorende erkers, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt en de oppervlakte niet meer dan 6 m²;
  • c. andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1,5 m bedraagt.