direct naar inhoud van 3.1 Beleid
Plan: Centrum - Beschermd Dorpsgezicht
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG03000bergbeschd-B001

3.1 Beleid

3.1.1 Rijksbeleid

Nota Ruimte

In de nota worden vier algemene doelen geformuleerd: versterking van de internationale concurrentiepositie van Nederland, bevordering van krachtige steden en een vitaal platteland, borging en ontwikkeling van belangrijke (inter)nationale ruimtelijke waarden en borging van de veiligheid.

De Nota Ruimte zet onder meer in op het volgende:

  • efficiënt en zo mogelijk meervoudig ruimtegebruik, echter geen rode contouren om de kernen;
  • gemeenten moeten de mogelijkheid hebben om de eigen natuurlijke aanwas op te vangen;
  • veel sterker sturende rol van water bij de ruimtelijke inrichting;
  • ruimte voor de recreatiesector om zich tot een economische drager van (delen) van het platteland te ontwikkelen; tevens vergroting van de mogelijkheden voor recreatie als nevenactiviteit op agrarische bedrijven;
  • bescherming van de duinen en het kustgebied.

In de Nota Ruimte staat met betrekking tot het aspect recreatie dat de groei en samenstelling van de bevolking en het toenemende belang van vrijetijdsbesteding vragen om aanpassing van het huidige toeristisch-recreatieve aanbod. Hierbij zijn ook de meer landelijke vormen van toerisme en recreatie van belang die in de groene ruimte buiten de steden te vinden zijn. Het huidige aanbod voldoet (kwalitatief en kwantitatief) niet meer aan de recreatiewensen van onze samenleving. De recreatiesector moet de ruimte krijgen om te kunnen anticiperen op veranderende behoeften van de samenleving. Er moet (onder andere door provincies in hun streekplannen) rekening worden gehouden met nieuwe vormen van recreatie en toerisme en met uitbreiding en aanpassing van bestaande toeristische en verblijfsrecreatieve voorzieningen.

De Nota Ruimte gaat uit van één integraal locatiebeleid voor bedrijven en voorzieningen. Doel is ieder bedrijf een goede vestigingsplaats te bieden zodat een optimale bijdrage wordt geleverd aan de kracht van steden en dorpen.

De invulling van het locatiebeleid wordt gedecentraliseerd naar provincies en WGR-plusregio's7. De provincies, en voor zover het om binnenregionale vraagstukken gaat, de WGR-plusregio's dienen in hun eigen ruimtelijke, verkeers- en vervoerbeleid het integrale locatiebeleid te concretiseren. Uitgangspunt hierbij is dat nieuwe vestigingslocaties voor detailhandel niet ten koste mogen gaan van de bestaande detailhandelsstructuur in wijkwinkelcentra en binnensteden. Verder dienen provincies en WGR-plusregio's te reguleren dat bedrijven en voorzieningen die vanwege veiligheid, hinder en verkeersaantrekkende werking niet inpasbaar zijn in woonbebouwing, ruimte worden geboden op daarvoor te bestemmen (bedrijven)terreinen. Ook dient aan nieuwe en bestaande bedrijven en voorzieningen met omvangrijke goederenstromen en/of omvangrijke verkeersaantrekkende werking en/of arbeids- en bezoekersintensieve functies, ruimte te worden geboden op locaties met goede aansluiting op (bij voorkeur verschillende vormen van) verkeers- en vervoersverbindingen.

De Nota Ruimte geeft gemeenten de mogelijkheid om in hun bestemmingsplan perifere detailhandel apart te bestemmen. De provincies zijn verplicht gezamenlijk richtlijnen op te stellen met betrekking tot branchebeperkingen voor perifere detailhandel.

Nationaal Waterplan 2009-2015

Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Om een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem te bereiken, moet water bepalender dan voorheen zijn bij de besluitvorming over grote opgaven op het terrein van verstedelijking, bedrijvigheid en industrie, landbouw, natuur, landschap en recreatie. De mate waarin water bepalend is bij ruimtelijke ontwikkelingen hangt af van de aard, omvang en urgentie van de wateropgave in relatie tot andere opgaven, aanwezige functies en bodemgesteldheid, en andere kenmerken in dat gebied. Speerpunten zijn de duurzame zoetwatervoorziening, schoner water met een natuurlijke inrichting en de waterveiligheid. Belangrijk hierbij is het anticiperen op klimaatveranderingen in plaats van reageren en het voorkomen van afwenteling van knelpunten door toepassing van de drietrapsstrategie eerst vasthouden, dan bergen en dan pas aan- en/of afvoeren van water. Bij het creëren van meer ruimte voor water is combineren met andere functies gewenst en moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Kabinetsstandpunt Anders omgaan met water, waterbeleid in de 21e eeuw (2000)

Dit kabinetsstandpunt, grotendeels gebaseerd op het advies van de Commissie Waterbeheer 21e eeuw (WB21), beschrijft de nieuwe aanpak van het waterbeheer, met name in thema's als veiligheid en wateroverlast. Belangrijk is het anticiperen op klimaatveranderingen in plaats van reageren en het voorkomen van afwenteling van knelpunten door toepassing van de drietrapsstrategie eerst vasthouden, dan bergen en dan pas aan- en/of afvoeren van water. Bij het creëren van meer ruimte voor water is combineren met andere functies gewenst en moet zoveel mogelijk worden aangesloten bij ruimtelijke ontwikkelingen.

Nationaal Bestuursakkoord water (2003)

In dit akkoord tussen kabinet, provincies, waterschappen en gemeenten zijn taakstellende afspraken gemaakt over doelen en maatregelen die nodig zijn om de waterhuishouding in 2015 op orde te hebben en te houden. Hierbij wordt rekening gehouden met klimaatverandering, bodemdaling, zeespiegelstijging en verstedelijking, inclusief de financiële dekking. Conform de gemaakte afspraken is de deelstroomgebiedsvisie Noord-Holland (Noorderkwartier) als sturend principe ingebracht in het nieuwe streekplan voor Noord-Holland Noord.

Nota Belvedère (1999)

In 1999 heeft het rijk met de Nota Belvedère het beleidsuitgangspunt vastgesteld dat cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend dienen te zijn bij de ruimtelijke inrichting van Nederland om daarmee het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op terrein van archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. De Nota Belvedère levert geen 'eigen' beleid op, maar moet doorwerken op andere beleidsvelden. Het initiatief voor de nota komt van OC&W; de nota is mede ondertekend door VROM, LNV en V&W.

Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in deze nota beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden.

Naast deze algemene doelstelling die geldt voor de planvorming van alle overheden, heeft het rijk ook gebiedsgericht Belvedèrebeleid vastgesteld voor de zogenaamde Belvedèregebieden. Bergen-Egmond-Schoorl is een Belvedèregebied. Dit gebied is een duinen-, duinontginningen- en strandwallenlandschap van Europese betekenis. Met het gebiedsgericht Belvedèrebeleid wordt richting gegeven aan de toekomstige ontwikkeling van dit gebied in die zin dat de aanwezige cultuurhistorische waarden behouden moeten blijven.

3.1.2 Provinciaal en regionaal beleid

Structuurvisie Noord-Holland 2040 (2010)

De provincie Noord-Holland heeft in het kader van de Wro een structuurvisie voor de gehele provincie opgestelde. In de vastgestelde structuurvisie Noord-Holland 2040 vormen drie hoofdbelangen gezamenlijk de ruimtelijke hoofddoelstelling van de provincie:

  • 1. ruimtelijke kwaliteit: hiervoor wordt vooral gefocust op behoud en ontwikkeling van Noord-Hollandse cultuurlandschappen, natuurgebieden en groen om de stad;
  • 2. duurzaam ruimtegebruik: waarbij milieukwaliteiten, behoud en ontwikkeling van verkeers- en vervoersnetwerken, voldoende en op de behoefte aansluitende huisvesting en voldoende en gedifferentieerde ruimte voor landbouw, visserij en andere economische activiteiten een belangrijke rol spelen;
  • 3. klimaatbestendigheid: voor voldoende bescherming tegen overstroming en wateroverlast, schoon drink-, grond- en oppervlaktewater en ruimte voor het opwekken van duurzame energie.

De provincie Noord-Holland wil de Noord-Hollandse (cultuur)landschappen optimaal gebruiken door hun kenmerken te koesteren en te benutten bij nieuwe ontwikkelingen. Nieuwe plannen dienen daarom de ontwikkelingsgeschiedenis, de ordeningsprincipes en bebouwingskarakteristiek van het landschap en de inpassing in de wijdere omgeving als uitgangspunt te hanteren. Om dit te kunnen toetsen, wordt door de provincie een regionaal Beleidskader Landschap en Cultuurhistorie opgesteld.

Daarnaast wil de provincie de kernkwaliteiten van Noord-Hollandse dorpen behouden door er een dorps-DNA aan te koppelen. Noord-Holland heeft een grote verscheidenheid aan dorpen tussen en binnen de verschillende landschapstypen. Ze zijn in de afgelopen eeuw sterk gegroeid en hebben (deels) hun oorspronkelijke structuur en identiteit verloren. Het onderhavige bestemmingsplan Centrum-Beschermd Dorpsgezicht van de gemeente Bergen helpt het unieke dorps-DNA van Bergen te conserveren en er een beschermend karakter aan te geven zodat dit ook voor de toekomst gewaarborgd blijft.

Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS)

De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie (PRVS) vloeit voort uit het Uitvoeringsprogramma van de Provinciale Structuurvisie. In de PRVS worden voor een aantal onderwerpen regels gesteld die door rijksoverheid bij de provincies zijn neergelegd ter verdere uitwerking en/of aanvulling in een provinciale verordening. Op deze wijze komen de rijksregels 'getrapt' in bestemmingsplannen terecht. Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen:

  • bundeling van verstedelijking en locatiebeleid economische activiteiten;
  • rijksbufferzones;
  • ecologische hoofdstructuur;
  • nationale landschappen;
  • het kustfundament;
  • het regionale watersysteem.

De regeling die is opgesteld in de PRVS heeft betrekking op de volgende onderwerpen:

  • de aanwijzing van bestaand bebouwd gebied;
  • mogelijkheden, kwaliteitseisen en Ruimte voor Ruimte voor het landelijk gebied;
  • werkfuncties en grootschalige detailhandel in Bestaand Bebouwd Gebied en landelijk gebied
  • de Groene ruimte;
  • de Blauwe ruimte;
  • energie (windturbines).

De Provinciale Ruimtelijke Verordening Structuurvisie stelt geen specifieke voorwaarden aan het onderhavige bestemmingsplan.

Het Provinciaal Waterplan Noord Holland (2010-2015)

De klimaatverandering, maar ook het steeds intensievere ruimtegebruik in Noord-Holland en de toenemende economische waarde van wat beschermd moet worden, vragen om een andere, meer integrale manier van omgaan met water. Water is steeds vaker onderdeel van ruimtelijke gebiedsontwikkeling. Op sommige plekken zoals in de omgeving van dijken, is water vanwege de veiligheid zelfs de belangrijkste sturende factor. Elders is water medesturend of zelfs volgend in de ruimtelijke afweging, afhankelijk van de functie waarvoor het gebruikt wordt. De ruimtelijke consequenties van dit waterplan worden meegenomen bij de provinciale, ruimtelijke structuurvisie. Het waterplan draagt daarnaast bij aan de discussie 'waar water (mede)sturend' moet worden voor de ruimtelijke ordening. Voor het plangebied zijn de volgende beleidslijnen relevant.

De provincie bereidt maatregelen voor om zwakke schakels in de Noord-Hollandse kustverdediging te versterken. De duinen en de binnenduinrand geldt als kwetsbaar gebied in de grondwaterverordening, de provincie wil de winning van natuurlijk duinwater tot een minimum terugbrengen en de infiltratie en terugwinning inpassen in het duinmilieu. De provincie zet daarnaast in op verminderde belasting van het oppervlaktewater door ongezuiverde lozingen in het buitengebied terug te dringen. In de planperiode wil de provincie ecologische waterkwaliteitsdoelen bewerkstelligen en tot die tijd kosteneffectieve maatregelen uitvoeren die gericht zijn op nationale en Europese doelen.

Waterbeheersplan 2010-2015 Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier

In het Waterbeheersplan 2010-2015 beschrijft het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier de doelstellingen voor de periode 2010-2015 voor de drie kerntaken: veiligheid tegen overstromingen, droge voeten en schoon water. Hiermee wil het Hoogheemraadschap anticiperen op de voorspelde extra wateroverlast (WB21), droogte en het verhoogde overstromingsrisico en het bewerkstelligen van een betere waterkwaliteit (Europese Kaderrichtlijn Water).

Beheersplan Waterkeringen 2006-2010 (2006)

In het Beheersplan Waterkeringen wordt het beleid en de randvoorwaarden voor het beheer en onderhoud van alle waterkeringen beschreven, zowel aan de zeezijde als langs alle binnenwateren. Het beheersplan vormt een basis voor de meerjarenplanning en kostenraming van het onderhoud. Hierbij is de veiligheid van het achterland de eerste prioriteit, voor zover mogelijk wordt rekening gehouden met andere zaken.

Nota Cultuurhistorische regioprofielen (2003)

Deze nota bevat zeven cultuurhistorische regioprofielen in Noord-Holland, zoals deze door GS voor de periode 2004-2007 zijn vastgesteld. In feite zijn de regioprofielen de beleidsmatige vertaling van de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW), met uitzondering van de op de CHW opgenomen objecten. In de profielen is per regio aangegeven hoe de beleidsuitgangspunten kunnen worden geconcretiseerd.

Bergen vormt samen met de gemeenten Alkmaar, Beverwijk, Castricum, Heemskerk, Heiloo en Uitgeest de regio Noord-Kennemerland. Een deel van de regio is, dankzij de unieke stapeling van archeologische, historisch-geografische en stedenbouwkundige waarden, aangewezen tot Belvedèregebied. Het gaat om delen van het grondgebied van de gemeenten Bergen, Heiloo, Castricum en Uitgeest.

Voor Bergen wordt in deze nota ingezet op het behoud van:

  • karakteristieke verkavelingstructuur van de polders in het overgangsgebied tussen de duinen en het lage gebied in gemeente Bergen;
  • buitenplaats 't Oude Hof te Bergen;
  • hoogwaardige archeologische vindplaatsen (zie Cultuurhistorische Waardenkaart);
  • historische dorpskern Bergen;
  • rijksbeschermd gezicht Park Meerwijk.

Regionale detailhandelsstructuurvisie (2003)

In 2003 is in opdracht van de Kamer van Koophandel en het Midden- en Kleinbedrijf de Regionale Detailhandelsstructuurvisie Noordwest-Holland opgesteld. De detailhandelsstructuurvisie geeft richting aan winkelontwikkelingen in de regio, maar heeft geen formele status. Gestreefd wordt naar samenhang en duurzaamheid in de structuur en elkaar aanvullende winkelgebieden die tegemoet komen aan de wensen van de moderne consument. Daarnaast wordt gestreefd naar een heldere positionering in functie (boodschappen doen, recreatief winkelen, doelgerichte aankopen), omvang en branchering. Versterking van reguliere winkelgebieden staat voorop.

3.1.3 Gemeentelijk beleid

Structuurvisie Bergen (1992)

In deze visie wordt de gewenste ruimtelijk-functionele indeling van Bergen weergegeven.

Naoorlogse woonwijken

De meest recente uitbreidingen van Bergen aan de zuid-, oost- en noordkant van de kern zijn aangeduid als naoorlogse woonwijk. In deze gebieden staat een duurzaam beheer van woningen en woonomgeving voorop.

Dorpsbebouwing

Het plangebied met voornamelijk vooroorlogse bebouwing is aangeduid als dorpsbebouwing. Het beleid is hier gericht op behoud en versterking van de cultuurhistorische en karakteristieke stedenbouwkundige structuur. Verdichting is hier mogelijk indien de ruimtelijke karakteristiek niet wordt aangetast. Daarnaast dient het profiel van oude karakteristieke dorpswegen beschermd te worden. Bedrijvigheid moet voldoen aan de milieueisen voor een hoofdzakelijk woongebied.

Solitaire gebouwen en groen

Het landgoed en het westelijk daarvan gelegen groengebied (buiten plangebied), alsmede diverse kleinere groengebieden met op zichzelf staande gebouwen, zijn aangewezen als solitaire gebouwen en groen. Verbetering van de onderlinge samenhang wordt hier nagestreefd. Inbreiding is alleen incidenteel en in beperkte mate mogelijk.

Extensief woongebied

Het westelijke deel van Bergen is aangemerkt als extensief woongebied. De rust en het groene karakter van deze vooroorlogse gebieden vereisen grote zorgvuldigheid als het gaat om intensivering en gebruik. Intensivering is mogelijk indien de ruimtelijke karakteristiek niet wordt aangetast.

Woonbeleidsnota, verscheidenheid en identiteit (2005)

Belangrijke speerpunten in het woonbeleid zijn huisvesting voor starters en senioren. Starters hebben een zwakke positie op de woningmarkt en er is grote vraag naar seniorenhuisvesting in combinatie met welzijn en zorg.

Om goed aan te kunnen sluiten bij de woningbehoefte, houdt de gemeente rekening met de kwalitatieve woningbehoefte per kern, de spreiding over de kernen en spreiding in de tijd. Dit wordt uitgewerkt in een woningbouwprogramma per kern. Om aan de behoefte te kunnen voldoen, zijn tot 2010 minimaal 100 nieuwe woningen per jaar nodig (waarvan 30 sociale huurwoningen). Na 2010 wordt rekening gehouden met een groei van 40 woningen per jaar.

Daarnaast heeft de gemeente voor de periode tot 2015 onder andere als uitgangspunt:

  • 420 zorggeschikte woningen toevoegen;
  • door doorstroming en in mindere mate nieuwbouw, jaarlijks 170 woningen voor starters beschikbaar krijgen;
  • door aanpassing van de bestaande voorraad en nieuwbouw jaarlijks 130 woningen voor ouderen;
  • de huursector moderniseren door jaarlijks minimaal 50 bestaande woningen op te plussen, te slopen of te verkopen;
  • bij nieuwbouw is aanpasbaar, duurzaam en veilig bouwen uitgangspunt;
  • versterken van welzijnsdiensten.

Visie op toerisme en recreatie (2005)

De visie op toerisme en recreatie in de gemeente Bergen geeft de centrale doelstellingen voor toerisme en recreatie weer en dient als leidraad voor het te ontwikkelen beleid en de uit te voeren uitwerkingspunten voor dit beleidsveld.

De visie heeft als belangrijkste doelstellingen:

  • het verhogen van de kwaliteit op het gebied van mobiliteit, ruimtelijke ordening, openbare ruimte, cultuurhistorische beleving en natuur;
  • verlenging van het toeristisch-recreatieve seizoen;
  • efficiënte samenwerking met alle bij het toerisme betrokken partijen;
  • voldoende draagvlak onder de inwoners van Bergen;
  • toerisme meer regionaal benaderen;
  • afstemming van activiteiten en visie met andere werkterreinen (bijvoorbeeld natuur, kunst en cultuur en ruimtelijke ordening), zowel intern als extern;
  • streven naar meer bestedingen van de toerist;
  • behoud en/of versterking van de toeristische positie van de verschillende kernen binnen de gemeente Bergen.

Om deze doelstellingen te bereiken zullen concrete maatregelen worden voorbereid waarbij gebruik wordt gemaakt van de unieke kwaliteiten en potenties van Bergen als geheel (het strand, de duinen en het achterland) en waarbij de aanwezige voorzieningen optimaal worden benut.

Detailhandelsstructuurvisie Bergen (2006)

De Detailhandelsstructuurvisie Bergen (2006) beschrijft de visie waarmee de gemeente het bestaande winkelaanbod wil behouden en versterken. Daarnaast vormt het een toetsingskader waaraan bestaande en toekomstige initiatieven van marktpartijen worden getoetst.

Om het functioneren van het centrum te verbeteren en de functie als streekcentrum te versterken is het gewenst in de toekomst te streven naar een compact centrumgebied met daarbinnen een heldere functionele zonering in deelgebieden. Winkelontwikkelingen buiten het bestaande centrumgebied moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Binnen het centrumgebied is uitbreiding van het winkelaanbod wel gewenst. De detailhandelsstructuurvisie gaat uit van een uitbreidingsruimte binnen de detailhandel van circa 3.000 m² bruto vloeroppervlakte.

Een goede bereikbaarheid en voldoende parkeergelegenheid zijn belangrijke randvoorwaarden voor de functie van Bergen als centrum voor boodschappen en recreatieve aankopen. Omdat Bergen daarnaast ook een toeristische functie heeft is ook een heldere parkeerrouting essentieel.

Het huidige parkeerregime in het centrum wordt globaal behouden. De parkeervoorzieningen in het centrum moeten deels worden geherstructureerd om de capaciteit, bereikbaarheid en herkenbaarheid te vergroten.

Binnen het centrumgebied worden verschillende deelgebieden onderscheiden. Er wordt gestreefd naar een heldere positionering en profilering van de volgende deelgebieden:

  • dwaalmilieu;
  • horecaplein;
  • kernwinkelgebied (valt buiten plangebied);
  • aanloopstraten (valt buiten plangebied).

Dwaalmilieu

Het plangebied (het beschermde dorpsgezicht) heeft een eigen identiteit en een specifieke trekkracht. De sfeer wordt gecreëerd door de kleine steegjes, de historische ruïne en de kleinschalige panden. Kleinschalige interieurwinkels, galeries en dergelijke behoren bij het dwaalmilieu. Grootschalige winkelformules horen in het kernwinkelgebied. Het plangebied beschermd dorpsgezicht grenst gedeeltelijk aan het horecaplein.

Horecaplein

Het centrum van Bergen bevat een sterk horecaplein aan de kruising van het Plein met de Breelaan. Er moet worden ingezet op verdere versterking van de locatie: in de herontwikkeling van het Plein moet het verblijfsplein worden uitgebreid.

Kernwinkelgebied

Concentratie van de detailhandelsfunctie binnen het kernwinkelgebied wordt voorgestaan. Het kernwinkelgebied wordt gevormd door een deel van de Breelaan, de Jan Oldenburglaan en het Plein. Binnen dit gebied wordt geen nieuwe dienstverlening toegestaan, behalve aan de zuidkant van het Plein. Wonen is alleen toegestaan op de bovenverdieping.

Aanloopstraten/zuidkant Stationsstraat

In het centrumgebied worden twee aanloopstraten onderscheiden: het verlengde van de Breelaan en de Stationsstraat. In de aanloopstraten naar dit gebied worden dienstverlening en detailhandel toegestaan. Een uitzondering hierop vormt de zuidkant van de Stationsstraat. Hier wordt geen nieuwe dienstverlening toegestaan, vanwege de overwegende detailhandelsfunctie.

Groenstructuurplan (1994)

Het gemeentelijke beleid aangaande de groenstructuur is opgenomen in het Groenstructuurplan. Het Groenstructuurplan geeft een totaalvisie op het groen met als doel de kwaliteit van de openbare ruimte, toegespitst op het openbaar groen, te behouden en te verbeteren. Om dit doel te kunnen bereiken wordt gewerkt met een vijftal doelstellingen. Ten eerste wordt er gewerkt aan intern en extern draagvlak. Daarnaast is een visie op beheer en een visie op de bomen ontwikkeld. Bij het groenbeheer wordt onderscheid gemaakt tussen gangbaar, milieuvriendelijk en natuurvriendelijk beheer. Ook de sfeer en de samenhang van de architectonische kwaliteit moeten worden verbeterd. De architectonische kwaliteit bestaat in Bergen uit de laanbomen met de grasbermen. Als laatste wordt ingezet op een verhoging van de ecologische kwaliteit. In de visie worden de verschillende onderdelen van de groenstructuur beschreven: het ecologische raamwerk, de verbindende lijnen en lommerrijke lanen, de plekken om bij stil te staan en het groen in de wijken. De elementen die aangegeven zijn in het Groenstructuurplan en bepalend voor de structuur van het plangebied zijn beschreven in hoofdstuk 2 en weergegeven in figuur 4.

Welstandsnota

Voor het gehele grondgebied van de gemeente Bergen heeft de gemeenteraad (juni 2004) een welstandsnota vastgesteld. In deze nota zijn de criteria beschreven die ten grondslag liggen aan de welstandsbeoordeling bij het beoordelen van bouwplannen. In de nota komen, na een hoofdstuk over het ruimtelijke welstandsbeleid in Bergen, de welstandscriteria aan de orde. Allereerst komen daarbij de algemene welstandscriteria aan de orde, vervolgens de 'relatieve' welstandscriteria voor specifieke gebieden en objecten. Tot slot komen de 'absolute' criteria aan bod voor de sneltoets van veel voorkomende kleine bouwwerken.

Het welstandsbeleid voor het beschermde dorpsgezicht is gericht op het maximaal behouden en versterken van de stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische kwaliteiten van het beschermde dorpsgezicht. Eventuele toevoegingen of veranderingen moeten aansluiten op de bestaande bebouwing. Nieuwe bebouwing dient in de hoofdstructuur te worden ingepast en zo nodig de structuur te versterken. De monumentale panden dienen wat betreft vorm en detaillering beschermd te worden om zo het oorspronkelijke karakter te behouden. Ook de groenstructuur draagt in belangrijke mate bij aan de karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht en dient om deze reden ook beschermd te worden. Het fraaie oorspronkelijke karakter er de hoge architectuurhistorische, cultuurhistorische en stedenbouwkundige waarde maken het gebied tot een bijzonder welstandsgebied.

Beeldkwaliteitplan Bergen Centrum (maart 2010)

Het beeldkwaliteitplan, hierna te noemen BKP, wordt een onderdeel van het welstandsbeleid. In het beeldkwaliteitplan zijn aan de hand van de wordingsgeschiedenis en een structuur- en bebouwingsanalyse, ordekaarten en criteria opgesteld voor zowel de bebouwing als het groen. Het BKP dient in de eerste plaats als intermediair tussen de geschiedenis en de huidige verschijningsvorm. In de wordingsgeschiedenis zijn drie fases te onderscheiden, waarin vier structuurdragers prominent en als constante aanwezig zijn. Schematisch zijn de drie fases als volgt te benoemen:

  • 1. de late middeleeuwen: Bergen als regionaal katholiek centrum;
  • 2. de 17e eeuw: Bergen als lustoord;
  • 3. 1900: Bergen, toerisme en kunst.

De stedenbouwkundige beeldkwaliteitanalyse valt samen met wat de vierde ontwikkelingsfase genoemd kan worden, de huidige tijd. De aanwijzing van beschermd dorpsgezicht in deze fase geeft de ontwikkeling van de dorpskern een statisch karakter waarin ontwikkelingen wel mogelijk zijn, maar worden getoetst aan randvoorwaarden die voortvloeien uit de kwaliteiten van structuur en bebouwing.

Op basis van de structuur- en bebouwingsanalyse kan worden geconcludeerd dat de beeldkwaliteit van de dorpskern te vinden is in het samenspel van diverse actoren. Architectuur, stedenbouw, groen en de inrichting van de openbare ruimte bepalen gezamenlijk het beeld. Het BKP fixeert de huidige hoofdvormen van de historische bebouwing. Vervangende nieuwbouw voegt zich naar de belendingen. Samenvoegen van percelen is strijdig met de bestaande kwaliteiten. In de openbare ruimte is de diversiteit een kwaliteit.

Het BKP voorziet in een systeem van graduele ordekaarten teneinde de kwaliteit van de bebouwing en het groen inzichtelijk te maken. Op de ordekaarten zijn bebouwing (zie afbeelding 5) en groen (zie afbeelding 6) onderverdeeld in verschillende categorieën. Iedere categorie heeft bepaalde eisen en criteria op het gebied van onder andere gevels, daken, entrees, kozijnen, kleuren etc. voor bebouwing, en structuur, grootte, situering etc. voor groen.

De tekst en afbeeldingen (in de vorm van ordekaarten) geven samen de belangrijkste kwaliteiten weer van het historische karakter (immaterieel) en de stedenbouwkundige samenhang (ruimtelijk, materieel). Een meer inhoudelijke toelichting van het BKP is reeds weergegeven in hoofdstuk 2.

Horecanota Gastvrij Bergen (2010)

In juni 2010 is de horecanota vastgesteld. Vanwege het belang van en de aandacht voor dit onderwerp is het van belang dat de uitgangspunten uit de nota zijn afgestemd op het onderhavige bestemmingsplan.

De gemeente Bergen is een toeristische gemeente. De diversiteit van de omgeving en het aanbod van voorzieningen maken de gemeente aantrekkelijk voor zowel haar bewoners als bezoekers. Horeca speelt hierin een belangrijke rol. Daarnaast is de aanwezige horeca één van de belangrijkste economische factoren binnen de gemeente Bergen. Echter, de aanwezigheid van horeca levert naast een aantrekkelijk voorzieningsniveau ook een zekere belasting op voor de omgeving.

Als toeristische kustgemeente wil Bergen ruimte bieden om het bestaande horecavoorzieningniveau te behouden en daar waar mogelijk ruimte bieden voor nieuwe ontwikkelingen. In de nota is Bergen Centrum aangewezen als uitgaansgebied, het plangebied beschermd dorpsgezicht behoort hier ook toe. Binnen het uitgaansgebied is het mogelijk voor ondernemers de functie tussen cafébedrijf (horecacategorie 2) en restaurant (horecacategorie 1) uit te wisselen. Voor de bedrijven gelegen rondom de Ruïnekerk geldt echter een uitzondering. Categorie 2-bedrijven mogen wel een categorie 1-bedrijf worden, maar andersom is hier niet toegestaan. Rondom de Ruïnekerk is dus sprake van een algemene toelaatbaarheid van categorie 1, in tegenstelling tot de algemene toelaatbaarheid rondom het Plein, waar in het algemeen categorie 2 wordt toegestaan. Bedrijven rondom de Ruïnekerk met categorie 2 die hier reeds zijn gevestigd kunnen uiteraard blijven bestaan.

Handhaving van de aanwezige dancing/discotheek (horecacategorie 3) is belangrijk om de diversiteit van het horeca-aanbod te behouden en te versterken. Voor horecabedrijven vallend binnen de categorie 3 geldt altijd dat er minimaal één horecaportier aanwezig is.

Ruimtelijk parkeerbeleid (2009)

Ingeval van ruimtelijke ontwikkelingen is het huidige parkeerbeleid er op gebaseerd dat, overeenkomstig de bouwverordening, naar rato parkeerplaatsen worden aangelegd. Dit aantal wordt bepaald door de kencijfers die worden gehanteerd in de Aanbeveling Stedelijke Verkeersvoorzieningen (ASVV 2004). Bij ruimtelijke plannen waarvoor een bouwaanvraag wordt aangevraagd, is de volgende beleidsregel vastgesteld:

  • 1. bij herbouw- of uitbreidingsplannen met een toename van het brutovloeroppervlak tot maximaal 100 m² wordt afgeweken van de parkeereis volgens de bouwverordening tenzij de plaatselijke verkeerssituatie dit niet toelaat;
  • 2. bij herbouw- of uitbreidingsplannen anders dan bedoeld onder 1, moet primair het parkeren op eigen terrein worden opgelost. Voor het deel dat niet op eigen terrein kan worden opgelost, moet in het openbaar gebied voor een oplossing worden gezocht. De toekomstige situatie (bijvoorbeeld plan voor aanleg openbare parkeergarage) is daarbij relevant. De parkeeropgave wordt bepaald door het huidige theoretische parkeergebruik op openbaar gebied af te trekken van het aantal parkeerplaatsen dat het bouwplan genereert volgens de te hanteren parkeernormen;
  • 3. indien een oplossing in het openbaar gebied niet voorhanden is, wordt het plan in principe geweigerd of aangepast.