direct naar inhoud van 4.5 Luchtkwaliteit
Plan: Centrum - Beschermd Dorpsgezicht
Status: ontwerp
Plantype: bestemmingsplan
IMRO-idn: NL.IMRO.0373.BPG03000bergbeschd-B001

4.5 Luchtkwaliteit

Normstelling en beleid

Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door het Wet milieubeheer luchtkwaliteitseisen 2007 (ook wel Wet luchtkwaliteit, Wlk). De Wlk bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk langs wegen met name de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in tabel 4.4 weergegeven. De grenswaarden gelden voor de buitenlucht, met uitzondering van een werkplek in de zin van de Arbeidsomstandighedenwet.

Tabel 4.4 Grenswaarden maatgevende stoffen Wlk

stof   toetsing van   grenswaarde   geldig  
stikstofdioxide (NO2)   jaargemiddelde concentratie   60 µg/m³   2010 tot en met 2014  
  jaargemiddelde concentratie   40 µg/m³   vanaf 2015  
fijn stof (PM10)1)   jaargemiddelde concentratie   48 µg/m³   tot en met 10 juni 2011  
  jaargemiddelde concentratie   40 µg/m³   vanaf 11 juni 2011  
  24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer per jaar meer dan 75 µg/m³   tot en met 10 juni 2011  
  24-uurgemiddelde concentratie   max. 35 keer per jaar meer dan 50 µ/m³   vanaf 11 juni 2011  

1) Bij de beoordeling hiervan blijven de aanwezige concentraties van zeezout buiten beschouwing (volgens de bij de Wlk behorende Regeling beoordeling Luchtkwaliteit 2007).

Op grond van artikel 5.16 van de Wlk kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit (zoals de vaststelling van een bestemmingsplan) uitoefenen indien:

  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden (lid 1 onder a);
  • de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof als gevolg van de uitoefening van die bevoegdheden per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft (lid 1 onder b1);
  • bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, door een met de uitoefening van de betreffende bevoegdheid samenhangende maatregel of een door die uitoefening optredend effect, de luchtkwaliteit per saldo verbetert (lid 1 onder b2);
  • de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht (lid 1 onder c);
  • het voorgenomen besluit is genoemd of past binnen het omschreven Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een vergelijkbaar programma dat gericht is op het bereiken van de grenswaarden (lid 1 onder d).

Besluit niet in betekenende mate (nibm)

In dit Besluit is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden:

  • een project heeft een effect van minder dan 1% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10;
  • een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 500 woningen.

In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens tevens rekening gehouden met de luchtkwaliteit.

Onderzoek

De Milieudienst regio Alkmaar (MRA) heeft ten behoeve van het voorliggende bestemmingsplan een luchtkwaliteitsonderzoek16 (zie bijlage 11) uitgevoerd. In het onderzoek zijn met behulp van het rekenprogramma CAR II luchtkwaliteitsberekeningen uitgevoerd voor de belangrijkste wegen in en om het plangebied voor de prognosejaren jaren 2010 en in en om het plangebied geen overschrijdingen plaatsvinden van de grenswaarden uit de Wlk. De hoogst berekende concentraties bevinden zich langs de Breelaan (Plein-Stationsstraat). Het gaat om een jaargemiddelde concentratie voor NO2van 25,3 µg/m³ in 2010. Voor PM10 geldt in datzelfde jaar een jaargemiddelde concentratie van 22,7 µg/m³ en 5 overschrijdingen van de 24-uurgemiddelde grenswaarde waar 35 overschrijdingen per jaar zijn toegestaan. De berekende concentraties langs de overige onderzochte wegen zijn lager dan langs het onderzochte wegvak van de Breelaan. Aangezien direct langs de wegen ruimschoots wordt voldaan aan grenswaarden uit de Wlk zal dit ook in de rest van het plangebied het geval zijn. Concentraties van luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate de afstand tot de weg toeneemt.

Het voorliggend bestemmingsplan maakt slechts enkele beperkte ontwikkelingen mogelijk. Het gaat voornamelijk om vervanging en beperkte uitbreiding van bestaande functies. Aangezien het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen, blijven de concentraties luchtverontreinigende stoffen ruimschoots onder de grenswaarden.

Conclusie

Langs wegen in en om het plangebied wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden uit de Wlk. De Wlk staat de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Ter plaatse van het plangebied is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit sprake van een goed woon- en leefklimaatmilieu.